Harde danswereld voor Lily Green

Lili Green, de vergeten danspionier. Dinsdag, Ned 1, 22.39-23.38u.

'Het ideale ballet is Lili Green's groep (...) nog niet, maar ze brengt wel een geslaagden avond, smaakvol en niet te hoogvliegenden dans'', schrijft het dagblad de Telegraaf op 25 maart 1935.

Lili Green (1885-1977), danseres, choreografe en pianiste, was de eerste Nederlandse danspionier die door de pers serieus werd genomen. Vanaf 1930 richtte Green, vanuit haar studio in de Amsterdamse Nieuwe Spiegelstraat, zich op het ontwikkelen van een Nederlandse danskunst. Maar hoewel haar betekenis voor de opkomst van de dans in Nederland groot is, is Green in de vergetelheid geraakt. Dat komt waarschijnlijk omdat ze in Amerika verbleef, toen hier de zogeheten 'balletoorlog' woedde. Aan de strijd om het leiderschap van het eerste Nederlandse balletgezelschap, kon Lili Green niet deelnemen. Niet zij maar Sonia Gaskell, door Green ooit naar haar studio gehaald omdat ze de beste balletpedagoog was van dat moment, ging de geschiedenis in als de Grande Dame van de Nederlandse dans.

Lili Green besloot haar leven aan de danskunst te wijden nadat ze, in 1905, een voorstelling zag van Isadora Duncan, de Engelse blote-voeten danseres. Ze richtte een studio op waar ze lesgaf, en gaf voorstellingen met haar eigen groep. In 1929 publiceerde ze een boek, waarin ze haar ideeën over een eigen danstaal, gebaseerd op emoties, uiteen zette. Ze ontmoette Margaret Walker, die haar vaste danspartner -en grote liefde- werd. Samen woonden ze in verschillende Europese steden, tot Green terugkeerde naar Den Haag. Daar begon ze een haat-liefde verhouding met freule Henriëtte von Lennep. Op een Harley-Davidson reden ze Europa rond om op te treden. In de studio aan de Haagse Parklaan werden thé-dansants gehouden, 'For Ladies Only', waar de sjieke lesbiennes over de dansvloer zwierden, een monocle in het oog.

De documentaire van Yoka van Brummelen en Guus van Waveren, die de AVRO morgenavond uitzendt, worden choreografiën van Green uitgevoerd. Een danseres (Marja Braaksma) gekleed in lange gewaden, beweegt zich op blote voeten en met expressieve gebaren door de ruimte. De blik omhoog, de armen geheven. In andere scènes huppelen danseressen, in doorzichtige sluiers gehuld, blootsvoets door een bos. Lili Green schiep in haar werk een sprookjesachtige idylle.

De werkelijkheid was minder idyllisch. Green kampte vaak met geldproblemen. Haar school in Washington mislukte. Terug in Den Haag, ze was inmiddels in de zestig, probeerde ze het opnieuw maar de concurrentie was inmiddels te groot en haar einde was wat bitter. “Ik ben eenzaam...Er is niets anders dan het zingen van de stilte in mijn kamer”, zo luidt één van de door Cox Habbema gesproken teksten die de beelden vergezellen.

De teksten zijn ontleend aan het boek, dat ex-danseres Yoka van Brummelen vorig jaar publiceerde over het leven van Green. Ze worden aangevuld met herinneringen van oud-leerlingen. Bij Albert Mol, Conrad van de Weetering en Ila Goldstern rollen de verhalen moeiteloos over de lippen. “Lily was a lady”, zegt Mol, “Als ze de studio binnenkwam, de freule von Lennep aan haar zijde, hield je je adem in. Dat mens praatte zo zacht, dat mens was zo aardig en mooi, daar kon je uren naar kijken.”