Fiji wil verzoening bevolkingsgroepen

WELLINGTON, 16 SEPT. Negen jaar nadat militairen de multiraciale regering in Fiji omver wierpen en een racistische grondwet werd ingevoerd, lijkt de tijd voor nationale verzoening nabij. De belangrijkste leiders van de autochtone Fijiers en de Indiase bevolkingsgroep hebben afgelopen week hun steun betuigd aan grondwetsvoorstellen om een eind te maken aan de politieke bevoordeling van de autochtone bewoners.

In 1987 maakten twee militaire staatsgrepen een einde aan een multiraciale regering in Fiji, een eilandenstaat met 800.000 inwoners in het zuiden van de Stille Oceaan. De machthebbers binnen het uitsluitend uit Fijiërs bestaande leger voerden een nieuwe grondwet in die garandeerde dat de Indiase bevolkingsgroep politiek altijd de tweede viool zou spelen. Een meerderheid van de parlementszetels en de posities van minister-president en president werden gereserveerd voor autochtone Fujiers.

De Indiërs, afstammelingen van plantage-arbeiders die anderhalve eeuw geleden door de Britten naar Fiji werden gebracht, maken 46 procent van de bevolking uit, iets minder dan het aandeel (van 49 procent) van de autochtone Fijiërs. De Indiërs spelen een centrale rol in het economische leven en beheersen ook de beroepen waarvoor een academische opleiding vereist is.

De voorstellen voor een nieuwe grondwet - met meer rechten voor de Indiase bevolkingsgroep maar wel met garanties voor grondbezit, cultuur en gebruiken van de Fijiërs - zijn ingediend door een commissie die werd geleid door Sir Paul Reeves, voormalig gouverneur-generaal van Nieuw-Zeeland. Minister-president Sitiveni Rabuka, leider van de staatsgrepen in 1987, reageerde in het parlement dat “onze culturen en etnische verschillen deel uitmaken van de realiteit van Fiji. Zonder harmonie tussen onze gemeenschappen kan er geen nationale eenheid zijn”. De Indiase oppositieleider Jai Ram Reddy beschouwt het rapport als “een nieuwe stap op weg naar een grondwet die voor een meerderheid van alle partijen aanvaardbaar is”.