Een echte man

Ondanks de zich keer op keer woest over de mannenwereld stortende feministische golven wordt de huishoudelijke arbeid nog steeds zeer ongelijk verdeeld tussen mannen en vrouwen. In de afgelopen twintig jaar hebben vrouwen hun huishoudelijke taken met een uurtje of drie zien verminderen, maar die potentiële vrije tijd is weer verloren gegaan door een toename van werk voor een arbeidsloon.

Mannen zijn weliswaar ruim twee uur meer gaan werken in het huishouden, maar daar staat weer een praktisch gelijke arbeidstijdverkorting tegenover. En die twee uur blijkt voornamelijk te bestaan uit het naar bed brengen en voorlezen van de kinderen. Niet het ergste werk, zou je zeggen.

Nobelprijswinnaar voor economie G.S. Becker wijst erop dat er vanouds een rolverdeling is tussen mannen en vrouwen op 'biologische' gronden. Vrouwen investeren immers minder in 'market human capital' en de produktiviteit van vrouwen in huishoudelijk werk is groter dan die van mannen omdat ze meer investeren in 'huishoudkapitaal'. Kijk, zegt Becker, nut in het huishouden wordt niet zozeer bepaald door de hoeveelheid tijd of geld die in het huishouden wordt ingebracht, maar door de speciale kwaliteit van de produkten, de 'commodities', die daarmee worden voortgebracht. En tot die 'commodities' behoren dan bijvoorbeeld kinderen en gezondheid, maar ook altruïsme, jaloezie en het genoegen der zinnen. Zo zal een altruïst alleen maar tot laat in de nacht in bed lezen wanneer de waarde daarvan groter is dan de waarde van het slaapverlies dat dat tot gevolg heeft voor zijn partner.

Nu heb ik enige ervaring op dit terrein en ik kan u melden dat de hieruit voortkomende conflicten zelden worden beslist met behulp van een rekenmachine. Die altruïst van Becker zal wel net zo'n verzonnen economenmodel zijn als de homo economicus van Ricardo, die je ook niet zo snel op straat zult tegenkomen. 'Altruistic means', zegt Becker, 'that h's utility function depends positively on the well-being of w' (his spouse)'.

Bij dit soort definities worden wij sociologen argwanend, want wie stelt vast hoe de nutsfunctie van h' eruit mag zien en wie definieert het welzijn van h's vrouw? Moet bijvoorbeeld over huishoudelijke taken niet altijd onderhandeld worden en wordt het resultaat van die onderhandelingen dan niet bepaald door de machtsverdeling thuis? En zal degene die over de meeste macht beschikt bij de verdeling van taken het onaangename werk niet op handige wijze aan de zwakkere partij delegeren, die verder maar moet zien hoe ze met haar welzijn uitkomt? Die mannen roepen dan meestal dat ze onhandig zijn in het huishouden. Dat ze dat soort dingen niet kunnen, zoals laatst in Opzij in een interview met spoorwegdirecteur Rob den Besten. Toen Cisca Dresselhuys aan hem vroeg wat zijn huishoudelijke plichten waren, antwoordde hij: “Eigenlijk niks. Nou ja, ik rijd de vuilniscontainers naar buiten en dan soms ook nog de foute, zodat die niet geleegd wordt, want daar zijn ze heel streng in. De ene week de groene, de andere week de grijze. Maar ik kook nooit, ik doe geen klusjes, want ik ben heel onhandig, een paar plukjes onkruid wil ik nog wel eens uit de grond trekken, maar echt tuinonderhoud kun je dat niet noemen en boodschappen doe ik ook nooit...”.

In zijn werk voelt hij zich duidelijk, zoals Tom Wolfe dat noemde, een 'master of the world', driftig reagerend als zijn personeel fouten maakt, maar thuis is hij opeens een volstrekte Jan Lul. Den Besten weet dat huishoudelijk werk sociaal algemeen als onaangename arbeid gedefinieerd wordt en een lage status heeft. Is er als lichamelijke activiteit misschien nauwelijks onderscheid te maken in het achter je aantrekken van een karretje golfclubs of van een vuilcontainer, sociaal is er een wereld van verschil. Het paradoxale is dat het niet beschikken over huishoudelijke bekwaamheden een man eerder een hoge status geeft dan een lage. Een man die kookt, stofzuigt en de was doet is een 'mietje'. Den Besten spreekt daarom met een zekere trots over zijn onhandigheid. Het maakt hem tot een 'echte kerel'. Je hebt nog kans dat zijn vrouw er ook zo over denkt. De wereld zit ingewikkelder in elkaar dan de meeste economen denken. Daar hebben al die feministische golven weinig aan kunnen veranderen.

    • Jan Godschalk