De stille migranten van Rotterdam

In Nederland worden gewoonlijk vier groepen allochtonen onderscheiden: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Voor alle groepen geldt dat zo'n tweederde buiten Nederland is geboren, daarom slecht Nederlands spreekt en meestal laag is opgeleid.

Maar Rotterdam kent nog een vijfde groep allochtonen: de Kaapverdianen. Het zijn er 15.000 waarvan naar schatting 2000 illegaal. Ze vormen de vierde etnische groep van de Rotterdamse bevolking: na de Surinamers (47.000), Turken (36.000), Marokkanen (25.000), maar voor de Antillianen (12.000).

De Kaapverdianen komen van de Kaap Verdische eilanden in de Atlantische Oceaan. Het is een vulkanisch eilandenrijkje, vergelijkbaar met de iets noordelijker gelegen Canarische eilanden. Maar in tegenstelling daarmee is het er droog en onvruchtbaar. De 400.000 inwoners van Cabo Verde (groene kaap) bestaan uit een smeltkroes van volkeren: Afrikanen, Portugezen, Joden en zelfs Japanners. De noordelijke, 'bovenwindse' eilanden hebben een enigszins Portugees karakter; de zuidelijke, 'benedenwindse' eilanden meer Afrikaans. De officiële taal is nog Portugees, maar de bevolking spreekt onderling een mengtaal (creolentaal): het Crioulo, ieder eiland zijn eigen dialect.

Na de slavenhandel, waarvoor de Kaapverdische eilanden een belangrijke springplank vormden, bleven de Kaapverdianen uitwaaieren, voornamelijk als zeelieden. In de VS wonen 400.000 Kaapverdianen, voor een belangrijk deel nazaten van walvisvaarders. In Europa wonen veel minder Kaapverdianen. In Lissabon zo'n 70.000, gevolgd door 15.000 in Rotterdam. In Nederland wonen buiten Rotterdam alleen in Zaanstad nog een kleine duizend Kaapverdianen en in Delfzijl enkele honderden. De Kaapverdianen worden wel de 'stille migranten' genoemd - ze vormen geen problemen, ze werken hard en ze zijn als groep moeilijk herkenbaar. Er zijn er met lichte, Portugese huidskleur, en met een donkere, negroïde huidskleur. Stil zijn ze ook omdat 85 procent al een Nederlands paspoort heeft, waardoor ze buiten veel statistieken vallen.

Drs. Henny Strooij-Sterken is 22 jaar voorlichtster van de gemeente Rotterdam en sinds mei dit jaar cultureel antropologe, afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht. Haar hoofdonderwerp vormden de Kaapverdianen in Rotterdam. “Maar”, zegt Strooij, “dat onderwerp heeft niets te maken met mijn voorlichtingsbaan in Rotterdam. Het sprak mij gewoon aan. Het in een stad als deze nooit kwaad om iets van een bevolkingsgroep te weten.” Hoewel de meesten gebrekkig Nederlands spreken, zijn Kaapverdianen geliefde arbeidskrachten. De Shell heeft er heel wat in dienst, de vrouwen werken vaak als schoonmaakster of in de catering. Hun arbeidsparticipatie, hoewel meestal in laagbetaalde baantjes, is zelfs hoger dan van de autochtone Rotterdammers. Die werklust is ook hun zwakke plek. Want terwijl vader en moeder werken, weet de tweede generatie thuis niet goed wat te doen. Verveling steekt de kop op. De Rotterdamse Straatkrant meldde onlangs dat de Kaapverdianen tweede waren op de criminaliteitslijst.

Strooij: “Dat is onzin. Ze vormen nog steeds een rustige groep. Dat ze tweede waren, was toevallig in een maand met een steekpartij met twee doden. Maar het is een teken, er moet nu ook op hen gelet worden. Tot dusverre gold 'geen bericht, goed bericht'. Die tijd is voorbij.”