'De Hongaren in Roemenië zullen langzaam verdwijnen'

In Timisoara hebben vanochtend de premiers van Hongarije en Roemenië, Gyula Horn en Nicolae Vacaroiu, het basisverdrag tussen beide landen ondertekend.

TIMISOARA, 16 SEPT. Het donkere gebouw aan de Bulevard Revolutiei in Timisoara vertelt veel over het lot van de Hongaarse minderheid in Roemenië. De pogingen om de Hongaarse identiteit te behouden, de vernederingen onder het communisme en de rechteloosheid-nieuwe-stijl in de jaren negentig - op nummer acht hebben de Hongaren alles beleefd.

In 1920 behoorde Temesvár tot de Hongaarse gebieden die door de geallieerden aan Roemenië werden toegewezen, als uitvloeisel van de Eerste Wereldoorlog. Negen jaar later bouwde de Hongaarse bevolking op nummer acht haar cultureel centrum. In het Hongaarse Huis dansten de folklore-groepen, zong het koor en leende de bibliotheek Hongaarse boeken uit.

Op een dag in 1951 kwam onaangekondigd de vrachtwagen voorrijden. De communistische machthebbers verhuisden de Hongaren naar twee kamers in de stadsbibliotheek. De communistische partij nam het Hongaarse Huis in gebruik. Ook de redacties van vier kranten voor minderheden werden hier gevestigd. Officieel bleef een aandelenmaatschappij van Hongaren eigenaar van het gebouw, totdat het in 1967 bij decreet tot staatseigendom werd verklaard.

In de post-communistische anarchie van privatisering en handjeklap kwam het gebouw in handen van een Roemeense miljonair die in Italië woont. Hij begon er een uitgeverij. De Hongaren wendden zich al twee keer tot de rechter om het huis terug te krijgen, maar vergeefs. Nu moeten de ontstemde redactie van het Hongaarse weekblad Új Szó (Nieuw Woord) en de Democratische Unie van Hongaren in Roemenië (UDMR, in het Hongaars RMDSz), een Roemeen huur betalen voor het gebouw van hun voorouders. Ze werken in sjofele kamers aan twee kanten van dezelfde gang, want de scheidslijn tussen journalistiek en politiek is hier dun.

De Hongaren van nummer acht verbeten zich dan ook toen vanochtend schuin aan de overkant, in het gebouw van de provinciegouverneur op nummer 19, de premiers van Roemenië en Hongarije het basisverdrag tussen beide landen ondertekenden, de historische overeenkomst die de bilaterale betrekkingen regelt. Een deel van de 1,7 miljoen Hongaren in Roemenië voelt zich in de uitverkoop gedaan door de regering in Boedapest. Het verdrag garandeert de minderheid geen collectieve rechten of lokale of regionale autonomie, zoals de UDMR eiste. Het zegt niets over de teruggave van Hongaars eigendom. Het Hongaarse Huis zal nu altijd Roemeens blijven, vrezen de Hongaren. “Het is triest dat ons moederland nu op papier heeft gezet wat we altijd hebben geweten: we hebben geen rechten in Roemenië”, zegt Zoltán Balaton, de lokale UDMR-leider. “Het betekent dat we langzaam maar zeker zullen verdwijnen”.

Met het basisverdrag voldoen Hongarije en Roemenië aan de eis van de Europese Unie dat Oosteuropese landen hun onderlinge geschillen moeten bijleggen, voordat hun lidmaatschap wordt overwogen. Sinds het verdrag van Trianon in 1920, toen Hongarije tweederde van zijn grondgebied kwijtraakte en drie miljoen Hongaren burgers van buurlanden werden, bestaan er spanningen. Of het basisverdrag die oplost, is zeer de vraag. De wederzijdse concessies over de bescherming van minderheden hebben een vage tekst opgeleverd. Roemenië ging uiteindelijk akkoord met de Hongaarse eis om Aanbeveling 1201 van de Raad van Europa in het verdrag op te nemen. Artikel 11 daarvan geeft minderheden recht op een autonoom bestuur of een speciale status die overeenkomt met de wet van de betreffende staat. Maar in een voetnoot worden collectieve rechten of territoriale autonomie voor Hongaren uitgesloten.

Een deel van de Hongaarse minderheid vertaalt die bezweringsformule als verraad. Nationalistische partijen in beide landen lopen al weken te hoop tegen het verdrag. In Roemenië brak zelfs de regeringscoalitie: de extreem-nationalistische Partij van Roemeense Nationale Eenheid (PUNR) verdween uit het kabinet omdat Aanbeveling 1201 überhaupt wordt genoemd in het verdrag.

Als plaats van ondertekening koos men Timisoara: in Roemenië, vlakbij de Hongaarse grens, ver weg van de hitsige politiek in de hoofdsteden en buiten Transsylvanië waar de Hongaren op sommige plaatsen in de meerderheid zijn, en waar radicalisme van beide zijden tot ongelukken zou kunnen leiden.

Bovendien heeft Timisoara een magische naam. Hier begon in december 1989 de opstand tegen het Roemeense communistische bewind, toen de bevolking zich verzette tegen de gedwongen overplaatsing van de Hongaarse priester László Tökés. De opstand sloeg over naar Boekarest en leidde tot de val van Ceausescu. Tökés, ere-voorzitter van de UDMR, is nu een van de felste tegenstanders van het verdrag.

Aan de Piata Victoriei, het wijdse plein in het centrum, zijn de sporen van de revolutie nog te zien. Her en der zitten kogelgaten in de rijk gedecoreerde muren van de negentiende-eeuwse gebouwen. Er staat een houten kruis voor “de martelaren en helden van de revolutie”, met een bosje gladiolen. “Timisoara is een heroïsche plaats”, meent UDMR-leider Balaton. “Hongaren en Roemenen streden zij aan zij tegen de communistische regering. Ik vind het cynisch dat zo'n stuk papier, dat de relaties tussen twee groepen niet verbetert, juist hier wordt getekend”.

Maar is de UDMR de stem van de Hongaarse minderheid? De Hongaren, rond tien procent van de 700.000 inwoners van de provincie Timis, leven hier al decennia lang samen met de Roemenen, zonder de etnische conflicten en de grove onderdrukking die verder oostwaarts in Transsylvanië plaatshadden. Gemengde huwelijken zijn normaal, en in veel gezinnen worden zowel de katholieke (Hongaarse) als orthodoxe (Roemeense) feestdagen gevierd. Hun kinderen spelen samen op straat en spreken twee talen. De generaties die nog hartkloppingen krijgen bij het horen van de naam Trianon raken uitgestorven.

“Gewone Hongaren begrijpen niet waarom er een verdrag moest komen”, zegt János Graur, hoofdredacteur van de Hongaarse krant. “Er was toch geen oorlog? Ze vinden dat het verdrag alleen maar de gemoederen opzweept en de rust doorbreekt. Deze groep is in de meerderheid. Maar de Hongaren die hun identiteit hebben behouden, vinden dat het verdrag hun niets oplevert. De Hongaarse taal wordt niet erkend als administratieve taal, zoals we die vroeger hadden. De Hongaars-katholieke kerk krijgt zijn land en bezittingen niet terug die onder het communisme zijn afgenomen. En er wordt ons niets beloofd over Hongaarse scholen”.

Vooral het onderwijs is een teer punt voor UDMR-leider Balaton. Meer nog dan op bestuurlijke autonomie hamert hij op Hongaarstalig onderwijs. De meeste Hongaarse scholen van Timisoara zijn verdwenen. Hongaarse ouders moeten volgens hem hun kinderen naar een Roemeense school sturen, omdat er geen exclusief-Hongaarse vervolgopleidingen meer zijn. Tweetalig onderwijs wijst de UDMR af. “Een kind dat niet in het Hongaars kan leren, verliest zijn identiteit. Wij eisen onderwijs in het Hongaars van de kleuterschool tot de universiteit. Tweetalig onderwijs legt te veel druk op het kind. Roemeense kinderen hoeven dat toch ook niet? Terwijl de Hongaarse kinderen gedwongen zijn Roemeens te leren, kunnen Roemeense kinderen piano leren spelen!”

De (Roemeense) gouverneur van Timis, de orthopaedist dr. Dan Poenaru, haalt zijn schouders op. “Het zou toch een handicap zijn als Hongaarse kinderen in Roemenië geen Roemeens kunnen spreken?” Voor hem is de ondertekening van het verdrag een nieuwe kans om Timisoara in de geschiedenisboeken te krijgen. Hij verkoopt de stad dezer dagen als een multi-etnisch hemeltje op aarde, met twaalf verschillende etnische groepen, opera- en toneelvoorstellingen in drie talen (Roemeens, Hongaars en Duits) en zelfs een meertalig poppentheater.

De economie van het district groeit: na 1989 zijn 20.000 prive-bedrijven opgericht en de werkloosheid is twee procent, slechts eenderde van het landelijke gemiddelde. Het straalt van zijn vlezige gezicht: waar maken de Hongaren zich druk om? “Bij een verdrag moeten beide partijen concessies doen. Roemenen zullen weer met andere punten ontevreden zijn dan Hongaren. Het belangrijkste is dat de regeringen de relaties willen verbeteren, in vrede willen leven en willen opgaan in de EU. Door dit verdrag kan onze regio alleen maar meer groeien. Zelfs degenen die nu ontevreden zijn, zullen daar later van overtuigd raken”.

Zo bezien is het verdrag een zege van het politieke centrum in beide landen. De erfenis van de Eerste Wereldoorlog is minder belangrijk dan het politieke doel van de jaren negentig - integratie in Europa. De Hongaren, die zich traditioneel meer 'westers' hebben gevoeld dan de Roemenen, zullen onvermijdelijk verder 'roemeniseren'. Voor de Hongaarse minderheid loopt er een directe lijn van Trianon naar Timisoara: zij is opnieuw geofferd op het altaar van de Europese Realpolitik.