DE BAND TUSSEN ORANJE EN RÖELL

De affaire-Röell leverde niet alleen een discussie op over de plaats van de koningin in het staatsbestel, maar kon ook gemakkelijk het misverstand wekken dat er iets mis is in de relatie tussen de Oranjes en de Röelletjes. Niets is minder waar. Tussen de twee adelijke families in kwestie bestaan innige banden, al jaren.

Zo was er al een baron W. Röell aanwezig bij de feestelijke inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. Vervolgens was het één en al dienstbaarheid en eerbetoon aan de Oranje-Nassaus wat de klok sloeg. Want behalve predikanten, artsen, hoge officieren, en diplomaten hebben de Röells in de loop van de 20ste eeuw het nodige personeel aan de hofhouding van de koninklijke familie geleverd. Een kleine greep uit de adelboeken: jhr. W.F. Röell was kamerheer en directeur van het Kabinet van de Koningin van 1959 tot 1968. Freule C. Röell fungeerde vanaf 1945 als hofdame en van 1957 tot 1981 als particulier secretaresse van koningin Juliana. Jonkvrouwe J.C.C. Röell was maatschappelijk werkster voor de hofhouding op het Loo in 1911. De freule S. Röell-Feith had de eer kindermeisje van Beatrix te zijn. En jhr. W.F. Röell, 'jachtjonker' van koningin Wilhelmina, was particulier secretaris van prins Bernard.

Hier kleeft de enige smet aan de relatie-Oranje-Röell. Vanwege zijn verzetswerk werd de laatste Röell in 1942 geëxecuteerd door de Duitsers. Sommigen, zoals de journalist W. Klinkenberg in zijn politieke biografie van Bernard, hebben zich afgevraagd af of de prins er alles aan gedaan heeft zijn secretaris van de dood te redden. Vast staat wel dat Bernard de oom van Juliana, Adolf van Mecklenburg, een broer van prins Hendrik, heeft ingeschakeld. Die stond namelijk rechtstreeks in contact met Goering en Hitler. Maar ook “oom Adolf stak echter geen pink uit om Röell althans van het vuurpeleton te redden”, zo lezen we in Juliana, vorstin naast de rode loper. “Willem Röell werd geëxecuteerd.”

Recente gebeurtenissen demonstreren evenwel dat alles goed zit tussen de twee families. Door de majesteitelijke interventie in de carrière van de diplomaat jonkheer E. Röell, krijgt deze een, volgens Buitenlandse Zaken, “prachtpost” in Brussel. En de vele berichten rond zijn persoon de laatste weken maakten melding van zijn goede functioneren op zijn vorige post in Pretoria, Zuid-Afrika. Ook dit is iets dat maar weinig ambassadeurs overkomt. Röell zelf veroorloofde zich vorige week tijdens de standaard-ontmoeting met de vaste Kamercommissie van Buitenlandse zaken - elke ambassadeur komt voor vertrek naar zijn nieuwe post even bij de Tweede Kamer langs - dan ook een grap over alle commotie. Hem was opgevallen dat de laatste tijd meer over hemzelf dan over Zuid-Afrika was geschreven. De majesteit kan dus gerust zijn. Haar dienaar is tevreden en zijzelf gaat, als de taalkwestie ten minste niet opspeelt, eind deze maand een rustig staatsbezoek tegemoet.

    • Kees Versteegh