Crossing Border gegroeid; Irvine Welsh verlaat even zijn onderduikadres

Komt-ie, of komt-ie niet? Op het grote podium stond een alledaagse jongen voor te lezen. Gebleekte spijkerbroek, beetje kalend al en met een stuurse frons. Hij zei de eerste tien minuten vierenzestig keer fuck. Of fuckin'. En weer fuck. Hij was er dus: de Schotse ex-junkie Irvine Welsh (37), thans de meest gezochte schrijver.

Hij is al weken ondergedoken om de hype rond zijn debuutroman Trainspotting en de gelijknamige verfilming het hoofd te bieden. Na afloop ging hij backstage bier drinken met zijn vrienden. Hier en daar riep nog een meisje 'Irvíííne!'

Dat Welsh afgelopen zaterdag juist tijdens het Haagse Crossing Border Festival eindelijk was te zien, mag geen wonder heten. Organisator Louis Behre stelt zijn jaarlijkse festival voor literatuur en popmuziek samen onder het motto 'als ik het maar leuk vind', en hoeft op hypes dus niet te wachten. Welsh was zodoende ruim op tijd uitgenodigd. Zijn optreden met zwaar Schots accent was nog onverstaanbaarder dan verwacht. Maar, zegt Behre, hij was er en daar ging het inmiddels om.

Crossing Border is in een paar jaar tijd uitgegroeid van een genoeglijk avondje in een kraakpand tot een zesdaags festival op vijf Haagse locaties. Dit jaar traden meer dan honderd schrijvers en muzikanten op voor ruim achtduizend bezoekers - bijna twee keer zoveel als vorig jaar. Volgend jaar zal het festival waarschijnlijk naar het Haagse Congresgebouw verhuizen.

Net als vorig jaar waren er schrijvers met gevoel voor woest realisme en het grote-stadsgevoel. John Giorno, die in de jaren zestig ook in Nederland een dial-a-poem-telefoonlijn opende, moest het zaterdag van anekdotes hebben onder het motto 'Just say no to family values'. Wapperend met een hand en met zijn borst als een kippetje vooruitgestoken vertelde hij over Andy Warhol ('Andy!'), wiens schandknaapje en acteur hij ooit was: Andy was licking my shoes.

Serge van Duijnhoven declameerde zijn gedichten bij discolicht op de door hem geloofde housebeats van DJ Dano en keek gepast getourmenteerd toen hij zei dat 'tederheid om te kotsen' is. “Liefde moet maatconfectie zijn,” gnuifde de van oorsprong Marokkaanse dichter Mustafa Stitou in een optreden dat een hoogtepunt van de zaterdag was. Deels dezelfde gedichten die hij vorig jaar nog wat verlegen wegmompelde, vuurde hij nu vol vertrouwen op zijn gehoor af. Met veel venijn over Nederland, waar 'recreatiepaden door oneindig laagland gaan' en waar meisjes uit de trein stappen in Almere Muziekwijk.

Met uitzondering van Hermine Landvreugd traden er dit jaar geen Generatie Nix-auteurs op. De schrijvers Rob van Erkelens en Don Duijns waren er alleen als presentator. Misschien daardoor leek het straatrumoer op Crossing Border dit jaar wat gekalmeerd.

De als rauw te boek staande Amerikaan Kevin Canty vertelde zaterdag juist met mededogen over het veel te grote kleine meisje Judy en de puberende jongen die haar misbruikt. Edna O' Brien benadrukte een dag later dat het ook geen pas geeft om al te direct proza te schrijven, 'want zo eenvoudig is het leven ook niet'. Toen Tsjêbbe Hettinga na haar het toneel opkwam om in het Fries zijn 13 minuten durende gedicht Het vaderpaard voor te dragen, uit zijn tweetalige bundel Frjemde Kusten/Vreemde kusten, was literatuur weer helemaal klank en verwondering geworden, waarin misschien ook een opdracht aan de realist verstopt zat: “Laat kinderen uit groene dorpen komen om de hazen na te jagen”, schreef Hettinga.