Bosnië, Padania, Eurotopia

De geschiedenis herhaalt zich. Net zoals de verkiezingen in 1990 het uiteenvallen van Joegoslavië inluidden, zo zullen de verkiezingen van eergisteren in Bosnië naar men mag aannemen de definitieve opdeling van het land bespoedigen. De uitslag is nog niet bekend, maar gezien het quasi-monopolie van de drie etnische partijen zal die niet echt verrassend zijn.

Ed van Thijn - nu even echt burgemeester in oorlogstijd - zal worstelen met de legitimiteit van de door hem 'waargenomen' verkiezingen.

Met de te verwachten uitslag is ook het misleidende beeld verstoord als zou de oorlog in Joegoslavië louter het werk zijn van criminele leiders die een onschuldige bevolking op sleeptouw hebben genomen. Hoezeer de verkiezingen van 1990 en 1996 ook afwijken van werkelijke democratie, tegelijk kan er geen twijfel over bestaan dat een aanzienlijk deel van de Serviërs, moslims en Kroaten uit vrije wil zijn lot in handen legt van Milosevic, Izetbegovic, Tudjman en hun geestverwanten. Democratie brengt niet altijd democraten aan de macht.

Hoe moet dat worden verklaard? De Albanese schrijver Kadare spreekt over de haat die op de Balkan woekert als een epidemie (de Volkskrant, 14 september). Dat wil echter niet zeggen dat we zoiets als een 'Balkan mentaliteit' hoeven aan te roepen om de oorlog en de wreedheden te begrijpen. Een vergelijkbare kwestie werd opgerakeld door Goldhagen in zijn boek over de holocaust. Kunnen culturele patronen als het Duitse antisemitisme of bloedwraak op de Balkan de volkerenmoord verklaren waaraan zovele 'gewone burgers' hebben deelgenomen?

De oorlog in Joegoslavië is allereerst een fase in een woelige geschiedenis van mislukte en omstreden staatsvorming. De voortdurende strijd om soevereiniteit heeft in dit deel van Europa een instabiele politieke cultuur voortgebracht, die volgens de Hongaarse historicus Bibó is getekend door “een existentiële angst om het collectieve bestaan”. Democratie en nationale onafhankelijkheid zijn hier nooit verzoend.

Zonder de wederkerende constitutionele crises, met alle chaos en ontbrekende rechtszekerheid die daar bij hoort, zijn de wreedheden en de haat moeilijk te verklaren. Misha Glenny beschrijft hoe in een uiteenvallend Joegoslavië de angst van verschillende minderheden - bijvoorbeeld de Servische bewoners van Kroatië en Bosnië - kon worden aangesproken en de bescherming in een Groot-Servië of een Groot-Kroatië voor velen tot een tastbaar verlangen werd (New York Review of Books, 19 september).

De erkenning van Bosnië is altijd een zeer gebrekkig, maar moeilijk te vermijden antwoord geweest op de verbrokkeling van Joegoslavië. Het vredesverdrag van Dayton kon in werkelijkheid nooit meer zijn dan een staakt-het-vuren. Dat was al veel, want de beëindiging van het geweld mag niet onderschat worden en de Amerikaanse bijdrage daaraan al helemaal niet. Dat wordt nu gemakkelijk vergeten in alle kritiek op de verkiezingen.

Maar had men werkelijk de akkoorden van Dayton over het ondeelbare Bosnië, over de terugkeer van vluchtelingen, over vrije media en nog veel meer, willen uitvoeren dan was een veel intensievere bemoeienis nodig geweest. Een inmenging die vergeleken moet worden met de geallieerde rol in Duitsland en Japan na 1945. Een verwijdering van de oorlogspartijen (niet enkel oorlogsmisdadigers) uit het publieke leven en een bezettingsregime zijn nodig voor een rechtvaardige vrede in het voormalige Joegoslavië.

Daartoe heeft nooit de wil bestaan, niet vóór het Verdrag van Dayton en ook niet daarna. Niemand heeft serieus overwogen om van Bosnië een protectoraat te maken, terwijl dat de enige manier is om deze multi-etnische staat te scheppen en te bestendigen. Geen van de critici heeft ooit een overtuigend plan naar voren gebracht om dat doel te realiseren. Dat maakt veel van de verontwaardiging nu zo gratuit.

Holbrooke, de architect van het vredesverdrag, zinspeelde onlangs dan ook op een 'vreedzaam' uiteenvallen van Bosnië: “Ik ben niet tegen een vreedzame, fluwelen scheiding zoals Tsjechoslowakije heeft gehad. Maar een opdeling van Bosnië die het resultaat is van agressie, is niet in het belang van de vrede in de rest van Europa” (NRC Handelsblad 14 september). Maar elke opdeling van Bosnië is toch de uitkomst van vier jaar oorlog? Sterker nog: ook een ongedeeld Bosnië is een resultaat van oorlog.

Alle akkoorden ten spijt is er na de erkenning van Bosnië nooit een antwoord gegeven op de vraag hoe drie onwillige bevolkingsgroepen moeten samenwerken in een staat die slechts wordt verdedigd door een minderheid van moslims, die geen andere kant uit kan. Bosnië is een soort Republiek van Weimar, waar de meerderheid van de inwoners niet in gelooft. Het probleem is vooral de toekomst van de moslim-gemeenschap, die is ingeklemd tussen vijandige staten en staatjes. Uit die onoplosbare kwestie zou men ook hoop kunnen putten, want elke definitieve opdeling wordt er zeer door bemoeilijkt.

In de zomer van 1992 publiceerde bierbrouwer Heineken het plan Eurotopia van de Amsterdamse stichting voor de historische wetenschap. Dat was een plan voor een Europa opgedeeld in vijfenzeventig regio's van maximaal tien miljoen mensen, volgens de brouwer en zijn intellectuele zegslieden de wenselijke en menselijke maat van bestuur. De liefhebbers van een Europa van de regio's moeten toch wel bij hun zinnen zijn gekomen, nu ze hun 'Eurotopia' in de praktijk zien.

Het is zeker zo dat de staten in West-Europa een stabielere achtergrond hebben. Maar wie de illusie heeft dat de dood van Joegoslavië een aangelegenheid is die niets over Europa als geheel zegt, moet eens om zich heen kijken. De proclamatie van 'Padania' door de Lega Nord, de steeds verdere uitholling van het federale gezag in België, de opnieuw opgelaaide twisten in Noord-Ierland, de roep op verdergaande autonomie in Schotland: het taboe op separatisme staat in Oost èn West onder druk.

De breed gedeelde flirt met regionalisme heeft daartoe gewild of ongewild bijgedragen. Bosnië, Padania, Eurotopia: een oplopende reeks van spookstaten die duidelijk maakt dat een Europa van de regio's slechts een zachtaardige of gewelddadige anarchie zal worden. We moeten de hang naar afsplitsing wel serieus nemen. Iedereen maakt zich vrolijk over de tocht van Bossi langs de Po, maar er is wel vaker om clowneske politici in Europa gelachen.

Ortega y Gasset schreef in 1933 zijn De Opstand der Horden: “Het wufte schouwspel dat de kleinere volken van Europa bieden is betreurenswaardig. Met het oog op het feit dat, zoals men zegt, Europa in verval is en dus de heerschappij verliest, maakt elke natie, de grotere zowel als de kleinere, bokkesprongen, gesticuleert, neemt krijgshaftige houdingen aan en blaast zich zoveel mogelijk op om de indruk te maken van een volwassen iemand die zijn eigen zaken bestuurt. Vandaar het woelige panorama van 'nationalismen' dat wij aan alle kanten zien.” Laten we nog eens geruststellend opmerken: de geschiedenis herhaalt zich niet.