Bewind Kabul laat Jalalabad bombarderen

NEW DELHI, 16 SEPT. Vliegtuigen van de regering van president Burhanuddin Rabbani hebben gisteren een bombardement uitgevoerd op Jalalabad in het oosten van Afghanistan. Daarbij vielen zeker zes doden en enkele tientallen gewonden.

Jalalabad viel vorige week in handen van de Talibaan, de streng islamitische militie die intussen bijna tweederde van Afghanistan beheerst. Het was voor het eerst in jaren dat ook de bewoners van Jalalabad, dat aan de hoofdweg van de Afghaanse hoofdstad Kabul naar Pakistan ligt, direct onder de aanhoudende factiestrijd in het land kregen te lijden. Tot voor kort gold de stad als een oase van rust en veel Westerse hulporganisaties hadden er al sinds enkele jaren een kantoor.

Het bombardement, dat volgens woordvoerders in Kabul was gericht tegen een voormalig koninklijk paleis waar zich veel leden van de Talibaan ophielden, trof vooral burgers. Het zaaide paniek in de stad en leidde tot woedende reacties. “Waarom bombarderen ze ons?”, aldus een inwoner tegenover een journaliste van het Amerikaanse persbureau Associated Press. “Het front ligt bij Sarobi. Waarom doden ze onschuldige burgers in Jalalabad?”

Enkele duizenden inwoners poogden een goed heenkomen te zoeken in het buurland Pakistan, maar velen werden teruggestuurd door Pakistaanse grenswachten. Zoals gewoonlijk bij zulke gelegenheden besloten de Verenigde Naties onmiddellijk hun acht buitenlandse medewerkers uit Jalalabad te evacueren.

Intussen hebben troepen van de regering van president Rabbani naar verluidt landmijnen gelegd ten oosten van de strategische plaats Sarobi om een verdere opmars van de Talibaan richting Kabul vanuit het oosten te bemoeilijken.

Ook op politiek terrein ontplooide Kabul intussen activiteiten. Met spoed vertrok een delegatie naar het buurland Oezbekistan om daar te overleggen met vertegenwoordigers van de voornaamste machthebber in noordelijk Afghanistan, generaal Abdul Rasheed Dostam, over de jongste successen van de Talibaan. De Talibaan (letterlijk 'studenten') zijn erin geslaagd binnen twee jaar uit te groeien van een groepje fanatieke religieuze studenten tot een geduchte krijgsmacht die het grootste deel van Afghanistan onder haar hoede heeft.