WITTE-JAS-HYPERTENSIE IS GEEN ONSCHULDIG FENOMEEN

Al in de achttiende eeuw is vastgesteld dat zuiver de aanwezigheid van de dokter de pols van een patiënt kon beïnvloeden, een fenomeen dat tegenwoordig bekend staat als witte-jas-hypertensie. Met ambulante 24-uurs bloeddrukmeting kan aangetoond worden dat 15 tot zelfs 30% van de mensen die bij meting door een arts een mild verhoogde bloeddruk (onderdruk boven 95 mmHg) vertonen, thuis een normale bloeddruk hebben.

Als geconcludeerd wordt dat iemand aan witte-jas-hypertensie 'lijdt', krijgt die persoon verder geen behandeling. Schotse onderzoekers laten nu in The Lancet (7 september) zien dat bij mensen met een witte-jas-hypertensie wel degelijk afwijkingen in hart en bloedvaten bestaan.

De Schotten hebben de bloeddruk van 65 patiënten die voor een nader onderzoek naar de specialist verwezen waren, op twee manieren gemeten: in het ziekenhuis en ambulant. 20 patiënten hadden steeds een te hoge bloeddruk, 22 alleen als een dokter in de buurt was, en 23 een normale bloeddruk. Bij alle drie de groepen werd het functioneren van hart en bloedvaten uitgebreid onderzocht. De elasticiteit van de bloedvaten werd onder andere gemeten en de functie plus de grootte van de linker hartkamer vastgesteld. De onderzoekers vonden bij individuen met een witte-jas-hypertensie praktisch dezelfde afwijkingen als bij degenen met een aanhoudende hypertensie; alleen de vergroting van de linker hartkamer - een duidelijk teken van overbelasting - ontbrak. Witte-jas-hypertensie lijkt dus niets anders te zijn dan een vroeg stadium in de ontwikkeling van aantoonbare structurele hart- en vaatafwijkingen.

De natuurlijke verdere ontwikkeling van deze afwijking is nog onduidelijk. Men weet daarom nog niet of witte-jas-hypertensie al dan niet moet worden behandeld en, zo ja, hoe dat dan moet gebeuren.