Vrije prijzen voor tandarts en fysiotherapeut

Minder en betere regels om marktwerking te stimuleren is het streven van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW). Tandartsen en fysiotherapeuten moeten vrijer kunnen concurreren.

DEN HAAG, 14 SEPT. 'Een arme tandarts is een slechte tandarts', zeggen ze in de gezondheidszorg. Geen enkele tandarts wil uiteraard als slecht te boek staan en nog minder als armlastig. Maar als er teveel tandartsen zijn lijkt vooral het laatste moeilijk tegen te houden. Het gevolg daarvan is de neiging tot over-treatment, meer zorg geven dan strikt noodzakelijk. Een spookbeeld voor zorgverzekeraars, maar ook voor patiënten, want die moeten dat allemaal betalen. Marktwerking onder tandartsen is mooi, zolang de markt maar niet met deze zorgverleners overvoerd wordt. “Want anders gebeuren er dingen in de mond die niet doelmatig zijn.” De waarschuwing is van J. Voogt van de Ziekenfondsraad. Hij is ook meteen de eerste om te zeggen dat het zo'n vaart niet zal lopen: “Voor overbehandeling hoeven we voorlopig niet te vrezen, want er wordt een tekort aan tandartsen verwacht.”

Het kabinet wil meer weten over concurrentie in de gezondheidszorg. Het terrein is zo sterk in regels en wetten ingebed dat de relatie tussen tarieven en werkelijke kosten volledig zoek is. Om niet de hele zorg op de schop te hoeven nemen wordt eerst eens gekeken naar overzichtelijke beroepsgroepen in de zorg, zoals tandartsen en fysiotherapeuten. Hoe kunnen de drempels voor deze vrije medische beroepen worden verlaagd om zo marktwerking te stimuleren? Het is de kernvraag van een MDW-project waarmee kennis en ervaring wordt opgedaan om stap voor stap concurrentie in de gehele gezondheidszorg te introduceren.

De onderzoekers hebben het zichzelf met de keuze voor tandartsen èn fysiotherapeuten niet makkelijk gemaakt, want de marktsituatie van de één is tegenover gesteld aan de ander. Kampt de tandheelkunde met een komend tekort aan tandartsen wegens pensioenering van het huidige bestand, de stroom werkloze fysiotherapeuten is tot 2015 niet te stoppen.

Dat is althans de schatting van H. Redeker van de Vereniging Vrijgevestigde Fysiotherapeuten als de situatie blijft zoals deze nu is. Want kansen om fysiotherapeuten aan het werk te krijgen zijn er wel degelijk, als de overheid maar wat meer marktwerking zou toelaten. Niet door simpelweg de markt vrij te geven, want dan zien de huidige therapeuten hun inkomen teveel kelderen, maar door aan patiënten zelf over te laten of ze een behandeling willen. Nu moeten ze nog een verwijsbriefje hebben van de huisarts en wordt de behandeling die daarop volgt gedeeltelijk gedekt door de verplichte ziektenkostenverzekering. “Waarom niet, zeg, negen behandelingen met verwijzing van de huisarts”, oppert Redeker, “en als de patiënt vindt dat hij meer nodig heeft, de rest mogelijk maken zonder verwijsbriefje, gedekt met een vrijwillige ziektekostenverzekering?”

De overeenkomst tussen fysiotherapeuten en tandartsen is dat ze beide te maken hebben met vaste tarieven. Dat staat op gespannen voet staat met marktwerking. Maar het loslaten van de tarieven tast de doelstelling van de gezondheidszorg in Nederland aan, namelijk dat deze voor iedereen betaalbaar en bereikbaar moet zijn. Er is immers een tekort aan tandartsen, en het is dus reëel te veronderstellen dat de prijzen zullen stijgen als elke tandarts zijn eigen tarief mag vaststellen.

“Meer marktwerking leidt niet tot lagere prijzen voor tandartsbehandelingen”, bevestigt L. Zeegers, tandarts te Coevorden en lid van het hoofdbestuur van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. Wat vrije prijsvorming wel doet is het stimuleren van innovatieve technieken.

Een tandarts zal zich nu wel twee keer bedenken voordat hij een revolutionaire laserboor in huis haalt als hij die met een hoger tarief niet kan terugverdienen.

Circa tien jaar geleden lagen de tandartstarieven muurvast. De overheid had bepaald dat een tandarts in Wassenaar exact evenveel moest berekenen voor een wortelkanaalbehandeling als zijn collega in Sint-Annaparochie. Nu zijn de tarieven aan een maximum gesteld. “Maar ik ken geen enkele collega die daar onder gaat zitten”, zegt H. P. Goutbeek die sinds 1980 een praktijk heeft in Kortenhoef bij Hilversum.

Goutbeek heeft zijn bedenkingen bij vrije prijsvorming. “Ik vind het terecht dat een collega die een prachtige praktijkruimte met dure apparatuur heeft en een video in de wachtkamer met voorlichtingsfilmpjes een hoger tarief berekent dan iemand die praktijk houdt op een zolder drie hoog achter. Maar omdat er zo'n tekort aan tandartsen zit aan te komen zullen die tarieven veel te hoog worden.”

Goutbeek kan zich een logischer systeem herinneren van enige tientallen jaren geleden. Toen gold een normbedrag voor een behandeling met een bandbreedte van 25 procent boven en onder dat tarief. “Een tandarts kon toen zijn tarief vaststellen aan de hand van de exploitatiekosten die hij maakte.” Helemaal waterdicht zou zo'n prijsvorming tegenwoordig niet zijn, erkent Goutbeek, want tandartsen kunnen het zich veroorloven het maximale tarief te berekenen gezien de krapte op de tandarts-markt. Al hardop denkend kan hij maar tot één conclusie komen: “Het loslaten van de tarieven kan niet zonder dat meer studenten tot de opleiding voor tandarts worden toegelaten. En dat moet geen probleem zijn, want er is belangstelling genoeg.”