Vriendschap

In zijn artikel 'Vrienden zijn geen medicijn tegen alle kwalen' schrijft Flip Schrameijer (NRC HANDELSBLAD, 24 augustus) dat er meer te zeggen valt over vriendschap dan Ite Rümke deed. Op zichzelf is dat een aardig idee, maar wat hij toevoegt kan betwijfeld worden.

Schrameijer schrijft: “Maar Rümke verwart twee genres als ze de wijsheden van het poëziealbum op de hele wereld van toepassing verklaart. Want dat doet ze met de bewering dat vriendschappelijke gevoelens eeuwenlang niet veranderen en dat mensen met vrienden er in alle opzichten beter voorstaan dan anderen”.

Om met het laatste punt te beginnen - mensen met vrienden zijn er beter aan toe - Schrameijers lijstje geleerden zonder vrienden doet aan deze uitspraak niets af. Er zijn ook geleerden die wel vrienden hebben/hadden, geleerden maken maar een klein percentage van de wereldbevolking uit. Het heeft, denk ik ook, eerder met karakterstructuur te maken, je al of niet eenzaam voelen, zoals Schrameijer zegt.

En dan het punt dat vriendschappelijke gevoelens eeuwenlang niet veranderen. Schrameijer noemt dit het moeilijkste punt. Hij schrijft: “Omdat alles in menselijke betrekkingen door de eeuwen heen verandert, berust de bewijslast dat iets daarin hetzelfde is gebleven eigenlijk bij degene die dat beweert”. Om het daarna als volgt te ontkennen: “Niemand maakt me wijs dat deze, op langere termijn genomen spectaculaire veranderingen, het karakter van vriendschappen onberoerd hebben gelaten. [..] We kennen onze - subtielere - gevoelens beter dan een paar eeuwen geleden en [sic!] kunnen ze bovendien verwoorden.'

Twintig eeuwen geleden schreef Cicero De Amicitia, zijn boek over Vriendschap. Hij, evenals mensen voor en na hem, waren zeer goed in staat hun niet minder subtiele gevoelens te verwoorden. Cicero (De Am. VI, 22): “Want vriendschap maakt voorspoed stralender en tegenspoed, omdat je het kunt delen, lichter.” Ite Rümke besluit dan ook haar laatste beschouwing met de woorden: “Want hoe kan je iemand helpen die je niet door en door hebt leren kennen in het gewone alledaagse leven? Ondersteunend bij de kleine verdrietjes, blij om de kleine en grote vreugdes?”

Mede gezien de titel van zijn artikel is Schrameijer uitgegaan van zijn onderzoek naar huidige psychologische problemen, terwijl Rümkes beschouwingen over vriendschap in veel ruimere zin gingen. Ik wed dan ook met haar “dat het scala aan gevoelens dat vrienden voor elkaar kunnen hebben, door de eeuwen heen niet is veranderd”.