Troonrede

Dat ministers en hun ambtenaren een slot op de mond dienen te houden over beleidsvoornemens voor het nieuwe parlementaire jaar tot de Majesteit de Troonrede uitspreekt (NRC HANDELSBLAD, 10 september) is een kwestie van fatsoen.

Het lekken door bewindslieden en hun ambtenaren (maar die laatsten zijn niet direct verantwoordelijk) is onfatsoenlijk, echter geen “bijna onuitroeibare ziekte”, zoals de heer Bolkestein opmerkt. De ziekte is juist eenvoudig met wortel en tak uit te roeien door de ministers aan te spreken op hun gevoel voor fatsoen. Diegenen die van dat gevoel gespeend zijn, kunnen worden aangesproken op hun ambtseed, met als sanctie bijvoorbeeld een pecuniair gevoelige donatie aan de pot voor gebak of het jaarlijkse uitje van de ministerraad (in de voetballerij schijnt dat een probaat middel te zijn) en voor hardnekkiger gevallen biedt de wet ministeriële verantwoordelijkheid mogelijk soelaas.

    • E. de Jong