Tribune

De Nederlandse hockeycompetitie wordt de laatste tijd verrijkt met buitenlandse toppers. Oranje Zwart spande vorige week de kroon met het vastleggen van de Pakistaanse sterspeler Ahmed Shabbaz. Een goede ontwikkeling of een belemmering voor de eigen jeugd?

Roelant Oltmans, bondscoach mannen: Zó veel buitenlanders hebben we niet. Dus is er geen sprake van belemmering van de ontwikkeling. Toppers tillen de competitie naar een hoger niveau. Wie met goede spelers speelt wordt vanzelf beter. Alleen heb ik bij de komst van Shabbaz mijn bedenkingen. Hij speelt maar tien of elf wedstrijden en gaat dan weer weg. Ik snap de achterliggende gedachte niet goed. Je hebt nu zelfs kans dat er ploegen zijn die helemaal niet tegen Oranje Zwart met Shabbaz uitkomen. Als hij drie jaar zou blijven had Oranje Zwart goede zaken gedaan. Nu lijkt het meer op korte-termijn-politiek. Shabbaz moet gewoon voor 22 wedstrijden komen. Anders maar niet.

Bart van Lith, mannencoach van Oranje Zwart: Het ligt er helemaal aan wie er komt. Subtoppers hebben we genoeg in Nederland. Je moet èchte toppers halen en daar zijn er maar een paar van. Vorig jaar speelde Carsten Fischer voor ons, nu komt Ahmed Shabbaz. Dergelijke spelers zijn goed voor de ontwikkeling van talenten. Van Fischer konden spelers vooral leren hoe met de sport om te gaan. Van Shabbaz leren spelers manieren om een tegenstander te passeren. Wibo Wijzenbeek baalde vorig jaar dat hij door de komst van Fischer op een andere plaats moest spelen, maar door samen met Fischer zijn slag te oefenen slaat hij nu wel anderhalf keer zo hard. Gewoon, door simpele aanwijzingen van iemand die het beheerst.

Wibo Wijzenbeek, speler van Oranje Zwart: Ik heb veel van Fischer opgestoken. Op hockeygebied is hij moeilijk na te bootsen. Hij speelt puur op kracht. Maar je kunt ook leren van de manier waarop hij wedstrijden benadert. Toch denk ik dat de club korte-termijn-politiek hanteert. Als je een team wilt opbouwen, is dit niet de manier. Fischer kwam maar een half jaar, Shabbaz nu ook. Ik heb het idee dat we vorig seizoen een half jaar hebben stilgestaan. Fischer kwam pas een week voor de competitie bij ons. Wij moesten ons aan hem aanpassen, omdat de laatste man nu eenmaal de speelstijl bepaalt. Ik vraag me daarom af of zijn komst werkelijk nut had. Ik denk het niet.

Caroline van Nieuwenhuyze, vrouwencoach Jong Oranje: Het gaat meestal slechts om één buitenlander per club en als dat een goede is, stimuleert dat de rest alleen maar. Het is een compliment voor het Nederlandse hockey wanneer buitenlanders hier graag komen. We hebben een van de sterkste competities ter wereld. De komst van anderen gaat niet ten koste van ons eigen talent. De beste elf staan er bij iedere club in.

Carina Benninga, vrouwencoach van Amsterdam: Het is een gunstige ontwikkeling. Ze maken de competitie sterker. Vooral van Amerikanen kan de jeugd veel leren op het gebied van mentaliteit. Carole Thate is net terug uit de Verenigde Staten. Ze is daar tweeëneenhalf jaar geweest en veel sterker teruggekomen. Buitenlandse spelers zorgen bovendien voor meer concurrentie binnen de groep. Het is goed om voor je plaats te knokken. Als je goed genoeg bent kom je er toch wel in.

Ties Kruize, oud-international: Ik vind een buitenlander in de hoofdklasse geen probleem. Het wordt een ander verhaal als clubs vijf of zes spelers uit het buitenland halen. Nu spelen er alleen internationals. Misschien hebben clubs niet genoeg jeugd die op hoofdklasse-niveau kan spelen. Ze moeten een afweging maken. De jeugd laten doorstromen en even wat minder presteren, of de jeugd nog even in de ijskast zetten en buitenlanders halen. Overigens vind ik dat laatste niet nodig, want we barsten in Nederland van het talent. De opleiding is nergens zo goed verzorgd als hier. Alleen, een middenmoter die versterking wil, is aangewezen op het buitenland. Nederlandse internationals zitten allemaal vast bij hun club. Van Oranje Zwart weet ik dat ze de jeugd goed opleiden. De komst van een buitenlander zal niet ten koste gaan van de eigen ontwikkeling. Dan is het geen probleem.

    • Orkun Akinci