Transferium 'valt nog niet tegen'

AMSTERDAM, 14 SEPT. De parkeergarage van de Amsterdam Arena oogt nieuw en leeg. Slechts vijfendertig van de in totaal tweeduizend parkeerplaatsen onder het speelveld van de voetbalclub Ajax waren gistermorgen bezet. Het moeten er veel meer worden, ook op dagen dat er geen activiteiten in het stadion plaatsvinden.

De begane grond van de Arena doet sinds 23 augustus dienst als 'transferium', of zoals het ministerie van Verkeer en Waterstaat zegt: 'snelle, veilige overstappunten van auto naar openbaar vervoer'. Automobilisten die in het centrum van Amsterdam moeten zijn, kunnen in de Arena hun auto parkeren om vervolgens per metro of bus verder te reizen.

Parkeren in het transferium van Amsterdam kost 2.50 gulden per uur, inclusief twee retourtjes voor de metro. Een parkeerkaart voor 24 uur kost 12.50 gulden. Het transferium moet een alternatief vormen voor parkeren in de binnenstad van Amsterdam. Daar kost een dagparkeerkaart ongeveer 25 gulden.

Buschauffeur C. Levant pendelt met een minibusje heen en weer tussen de Arena en het op vijfhonderd meter afstand gelegen metrostation Bijlmer. Het busje moet haastige forensen over de drempel trekken om van het transferium gebruik te maken. Op de vraag hoeveel mensen hij s'ochtends heeft vervoerd, begint Levant te lachen. “Het is dramatisch, ik heb vanochtend nog geen enkele passagier gehad”, zegt hij om 9 uur 's ochtends. Zijn dienst is twee uur eerder begonnen. “Maar het is een stuk relaxter dan rijden op een stadsbus”, zegt hij.

Volgens de woordvoerder van dienst Stadstoezicht, de gemeentelijke dienst die parkeergebouwen in Amsterdam beheert, valt het allemaal wel mee. “Gemiddeld parkeren er tot dusver honderdvijftig automobilisten per dag in het transferium. Dat valt ons in principe niet tegen, maar het moeten er natuurlijk wel meer worden”, zegt zij. Volgens haar moet het begrip transferium nog inburgeren. “Sommige automobilisten die we er naar hebben gevraagd, dachten dat met transferium een tentoonstelling werd bedoeld. We zullen de term meer onder de aandacht van de automobilist moeten brengen.”

De vorige minister van Verkeer en Waterstaat, H. Maij-Weggen, stond er op dat er in de Amsterdam Arena een transferium zou komen. Alleen dan was zij bereid om acht miljoen gulden bij te dragen aan de bouw van het nieuwe stadion. Ook in Hoorn, Leiden, Almere en Rotterdam zijn transferia gepland. Op deze wijze zou het aantal auto's in de binnensteden moeten afnemen. Het ministerie heeft voor de aanleg van transferia veertig miljoen gulden uitgetrokken. Dit budget wordt in het kader van het project Samen Werken aan Bereikbaarheid met een nog onbekend bedrag verhoogd.

De ANWB is een groot voorstander van transferia, maar de bond vindt de Amsterdam Arena niet de meest gelukkige plek. Volgens de woordvoerder is de afstand tussen de parkeerplaatsen en het metrostation Bijlmer te groot. “Het is maar paar minuten lopen, maar psychisch is die afstand te groot. We moeten nog zien of het pendelbusje daar verandering in brengt”, zegt hij.

Het Amsterdamse transferium moet volgens de ANWB echter de tijd krijgen om zich te bewijzen. “Het duurde ook bijna acht jaar voordat de 'Park and Ride-plaatsen' bij de NS-stations goed werden gebruikt. Hetzelfde geldt voor carpoolplaatsen. Het veranderen van de mentaliteit van de automobilist is een moeizame aangelegenheid”, aldus de woordvoerder.

De gemeente Groningen heeft dat laatste reeds gemerkt. Sinds het voorjaar van 1995 heeft de stad aan de noordkant een transferium, maar het wordt nauwelijks gebruikt. Er zijn driehonderd parkeerplaatsen beschikbaar, dagelijks staan er gemiddeld tien auto's. Toch wil een woordvoerder van de gemeente niet spreken van een mislukking.

“Het parkeerterrein wordt ook gebruikt voor een groot sportcentrum aan de noordzijde. Het lag er dus al en door een relatief kleine ingreep hebben we er een transferium van gemaakt.” Hij voorziet dat in de nabije toekomst meer automobilisten voor het transferium kiezen omdat ook in de Groningse buitenwijken betaald parkeren wordt ingevoerd.

    • Lucien Wopereis