Tienermoeders gevangen in web van armoede

In de Verenigde Staten worden verhoudingsgewijs meer tieners per jaar zwanger, een miljoen, dan in enig ander Westers land. President Clinton kondigde eerder dit jaar een kruistocht tegen het verschijnsel aan. Een artikel in de serie over jeugd en economie.

WASHINGTON, 14 SEPT. Tienermoeders, kinderen die kinderen krijgen, staan voor veel Amerikaanse politici symbool voor wat er niet deugt aan de verzorgingsstaat. Meisjes zouden door het vooruitzicht van een uitkering aangemoedigd worden om al kinderen te krijgen als ze nog op school zitten. Eenmaal moeder van een of meer peuters lukt het hen meestal niet meer om hun school af te maken of een baan te vinden, en raken ze steeds meer afhankelijk van hun uitkering en steeds meer verstrikt in een web van armoede en maatschappelijke uitzichtloosheid.

Cheryl Lee was zeventien toen ze haar eerste kind kreeg. “Ik besefte niet wat ik deed”, vertelt ze nu, acht jaar later en inmiddels moeder van drie kinderen. “Je probeert op die leeftijd van alles uit, ook met seks. Al mijn vriendinnen wilden een baby. Niet vanwege de uitkering, maar uit nieuwsgierigheid of om een vriendje aan zich te binden - niet dat dat overigens lukte, want die jongens konden een vaste relatie, laat staan het ouderschap, natuurlijk netzomin aan als wij.”

Eric Holly bevestigt dat, als hij zijn jongste dochter aflevert bij een kinderdagverblijf in Washington dat een speciaal programma heeft om jonge kinderen van arme ouders te helpen in hun ontwikkeling, zodat ze als ze later naar school gaan niet meteen al een achterstand hebben op kinderen uit rijkere gezinnen. Holly was achttien en werkloos toen zijn eerste kind geboren werd, zijn vriendin was zestien en zat op school. “Ik kon de verantwoordelijkheid niet aan, ik was met mijn hoofd niet bij het kind maar op straat. Als de moeder van m'n dochter zei: ik heb luiers nodig, ik heb nieuwe schoenen voor haar nodig, dan zag ik maar één mogelijkheid: stelen of verdienen met het verkopen van drugs.” Hij belandde voor vier jaar in de gevangenis en de moeder van zijn kind zwierf van het ene naar het andere tijdelijke opvangcentrum voor daklozen.

In de Verenigde Staten worden verhoudingsgewijs meer tieners per jaar zwanger, een miljoen, dan in enig ander Westers land. Ongeveer de helft van hen bevalt, veertig procent ondergaat een abortus en de rest heeft een miskraam. Ook al wordt er in de Amerikaanse politiek regelmatig gesproken over “de epidemie” van tienerzwangerschappen, die onstuitbaar zou oprukken, in feite daalt het aantal percentage geboortes onder tieners al enige jaren licht - in de groep van 15 tot 19 jaar tot minder dan 60 per 1000 meisjes. Maar nog altijd is het probleem enorm, vooral in arme families, waar kinderen van tienermoeders vaak zelf ook weer heel jong kinderen krijgen. De vaders van hun kinderen blijken in veel gevallen volwassen mannen te zijn.

President Clinton kondigde eerder dit jaar een kruistocht tegen het verschijnsel aan. Hij heeft een speciale adviseur aangesteld om het aantal tienerzwangerschappen via voorlichting en begeleiding binnen tien jaar met een derde terug te dringen.

En het Congres verwacht van de nieuwe, strenge bijstandswet een ontmoedigend effect op meisjes die kinderen krijgen om voor een uitkering in aanmerking te komen. De wet bepaalt dat uitkeringsgerechtigden binnen twee jaar werk moeten vinden. In hun hele leven kunnen ze niet langer dan in totaal vijf jaar aanspraak op bijstand maken. En minderjarige moeders raken hun uitkering kwijt als ze niet thuis blijven wonen, of als ze hun school niet afmaken.

“Ik ken heel wat meisjes die het ervan nemen, en die het ene kind na het andere krijgen terwijl ze in de bijstand zitten”, zegt Lee. “Voor hen zijn de strengere regels denk ik wel goed. Maar als mensen die echt hun best doen om uit de bijstand te komen straks geen werk vinden, dan is het onrechtvaardig om hun uitkering af te pakken. Hoe moeten ze dan hun kinderen nog grootbrengen?”

In opinie-onderzoeken geven tieners verschillende verklaringen voor hun zwangerschap: gebrek aan voorbehoedsmiddelen, angst om een vriendje kwijt te raken of de sociale druk van klasgenoten en vriendinnen. Slechts zelden wordt de bijstand of financiële onafhankelijkheid als motief genoemd. Dat verbaast Cheryl Lee, die zelf sinds drie jaar in de bijstand zit, niets. “Het is niet genoeg om van te leven” zegt ze over de drie- tot vierhonderd dollar per maand die alleenstaande moeders krijgen, afhankelijk van het aantal kinderen. Maar in combinatie met voedselbonnen, huursubsidie, ziektekostenverzekering en soms ook kinderopvang kan het totaalbedrag oplopen tot bijna het dubbele.

De nieuwe bijstandswet maakt daar een einde aan. De deelstaten mogen voortaan bepalen wie nog voor een uitkering in aanmerking komt, als ze zich houden aan de strenge basisregels die de federale overheid heeft opgesteld. Daar staat tegenover dat de deelstaten moeten zorgen dat er werk of een opleidingsplaats is voor degenen die op eigen houtje na twee jaar nog geen baan hebben gevonden. Voor moeders met jonge kinderen zal er bovendien kinderopvang moeten zijn.

Of de deelstaten dat alles voor elkaar krijgen zonder dat er miljarden extra voor worden uitgetrokken, betwijfelen velen. En of de nieuwe regels het seksuele gedrag van tieners zullen beïnvloeden staat helemaal nog te bezien. Want ook nu de bijstand minder aantrekkelijk wordt zijn er nog andere rationele en economische overwegingen voor tieners uit arme gezinnen om zwanger te worden - om van de impulsieve oorzaken nog maar te zwijgen.

Tieners die opgroeien in een milieu van werkloosheid en armoede, en die weinig hoop hebben op een betere toekomst, zien het krijgen van kinderen soms als iets dat betekenis en richting aan hun leven kan geven. En verschillende economen en sociologen bevestigen dat ze daar vaak gelijk in hebben. Een meisje dat een kind krijgt als ze nog op school zit, woont meestal nog bij haar ouder of ouders, die doorgaans nog jong genoeg zijn om te helpen bij de opvoeding - als ze die al niet helemáál op zich nemen. Ook financieel zal de familie eerder bijspringen voor een 17-jarige, dan voor een 27-jarige nieuwe moeder. De laatste moet zien dat ze haar baan niet kwijt raakt, de eerste hoeft als ze de arbeidsmarkt eenmaal betreedt, als moeder van een of meer kinderen, haar carrière niet meer voor zwangerschappen te onderbreken.

Dat alles neemt niet weg dat veel tienermoeders grote moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, greep op hun leven te houden en niet weg te zinken in de rampzalige spiraal van uitzichtloosheid. Maar dat heeft niet alleen, en zelfs niet in de eerste plaats, met de leeftijd te maken waarop ze kinderen krijgen. In overgrote meerderheid verkeren die meisjes al in bittere armoede voor ze zwanger zijn. Alleen oudere moeders met dezelfde economische achtergrond hebben het vaak nóg moeilijker. Onderzoek laat ook zien dat kinderen van arme tienermoeders zich emotioneel en maatschappelijk beter ontwikkelen dan kinderen van even arme, maar oudere moeders.

Cheryl Lee is vastbesloten zich aan de afhankelijkheid van de overheid te ontworstelen, maar voorlopig heeft ze diezelfde overheid nog nodig. Ze is na een paar verloren jaren teruggekeerd naar de schoolbanken, terwijl haar oudste kind wordt opgevoed door haar moeder en de jongste twee door haar voormalige vriend, hun vader. Meer dan voor het geld van haar uitkering heeft ze de overheid nodig voor haar scholing, zegt ze, voor kinderopvang en voor het vinden van werk. Na een lange reeks vergeefse sollicitaties als bij bejaardentehuizen weet ze hoe moeilijk het is om werk te vinden. “Het is frustrerend. Niets is makkelijk in het leven. Maar voor mijn kinderen wil ik een voorbeeld zijn.”

De theorie dat tieners rationele argumenten hebben om zwanger te worden wil er bij haar niet in. “Het is één grote strijd. Als je zelf nog een kind bent heb je het geduld en de ervaring niet om kleine kinderen aan te moedigen, tegen te spreken en de weg te wijzen in het leven. Je wordt er gek van, en zij ook”.

Eric Holly sluit zich bij haar aan. “Jonge mensen die vroeg kinderen hebben gekregen, zouden aan jongeren op school moeten vertellen wat dat betekent, hoe het je leven in de war stuurt. Mijn dochter is nu zèlf dertien. Ik bezweer haar mijn voorbeeld niet te volgen”.