Schrikbewind 'bekeerlingen' in Kashmir

ANANTNAG, 14 SEPT. De veel geplaagde bevolking van Kashmir heeft er het laatste jaar een nieuwe kwelling bij gekregen in de gedaante van voormalige islamitische guerrillastrijders die naar het kamp van de Indiase regering zijn overgelopen. Veracht door vriend en vijand oefenen dezen nu in veel streken een waar schrikbewind uit.

Het sterkst verbreid is dit fenomeen in de omgeving van Anantnag in het zuiden van Kashmir, waar aanstaande maandag de tweede ronde van de deelstaatverkiezingen wordt gehouden. De voornaamste pro-Indiase milities zijn de Broederschap van Jammu en Kashmir en de Muslim Mujahedeen. De eerste staat naar verluidt onder controle van het Indiase leger, de tweede onder de Indiase politie. De Broederschap is het grootst en telt enkele duizenden manschappen.

Op aanwijzing van hun Indiase patroons, die maar al te blij zijn dat ze lieden hebben gevonden die het vuile werk voor hen willen opknappen, liquideren deze 'bekeerlingen' gewone burgers die ook maar in de verste verte worden verdacht van contacten met separatistische moslims. Ze worden daarbij naar verluidt geholpen door de Indiase inlichtingendiensten.

In ruil voor hun beulswerk laten de Indiërs de Broederschap en de Mujahedeen vrijelijk hun gang gaan tegenover de bevolking. Zo terroriseren ze vrijwel iedereen die zich op hun pad begeeft. Een groepje dorpelingen, dat 's avonds op weg was om een arts te halen voor een doodzieke zwangere vrouw, werd vorig weekend zonder pardon in elkaar getimmerd. Menige jonge vrouw is al met geweld naar hun kwartieren meegevoerd en daar verkracht.

In juli gaf de Broederschap nadrukkelijk zijn visitekaartje af door een dag lang negentien journalisten te gijzelen en enkelen daarvan met de dood te bedreigen als de pers zich niet toeschietelijker zou tonen jegens hen. Na een seintje van het Indiase leger werden de gijzelaars direct vrijgelaten.

Ook zijn de pro-Indiase milities gespecialiseerd in afpersing. Ze rijden vaak dorpen binnen en eisen van ieder huishouden een bedrag van 500 rupees (25 gulden), voor arme dorpelingen een groot bedrag. De rijkeren komen er minder makkelijk van af. “Onze buurman werd laatst ontvoerd en met de dood bedreigd als zijn familie niet snel 50.000 rupees (2.500 gulden) betaalde aan de lokale militieleider”, aldus een inwoner van de plaats Bijbehara. “Dat hebben ze toen maar snel gedaan.”

De Broederschap in Anantnag en omgeving staat onder leiding van Hilal Hyder, een 27-jarige jongeman met een kwajongensachtig gezicht en een rappe tong. Hoewel hij niet ontkent dat zijn mannen soms hardhandig te werk gaan, stelt hij dat ze voor een nobele zaak strijden. “We strijden voor een terugkeer van de democratie en de normaliteit in Kashmir”, zegt hij in een geïmproviseerd kantoortje aan de rand van Anantnag.

Zelf zegt Hyder, die ook enige tijd meevocht aan de zijde van de moslims die afscheiding van India wensten, dat hij na een paar jaar inzag dat de leiders van de guerrillastrijders minder in het belang van Kashmir streden dan voor dat van zichzelf. Hetzelfde gold volgens hem voor Pakistan, dat de separatisten actief steunde. Ze offerden de levens van hun ondergeschikten en onschuldige Kashmiri's achteloos op.

Daarom besloot hij aan de zijde van India door te vechten voor vrede en veiligheid in Kashmir. “De mensen in Kashmir zijn moe van de oorlog en willen na zes jaar strijd een einde aan alle gevechten”, stelt Hyder.

Het valt niet te ontkennen dat Hyders strijdmacht, gesteund door het Indiase leger, met haar meedogenloze benadering de militanten zware klappen heeft toegebracht. Het is ook waar dat veel mensen de oorlog moe beginnen te worden en weinig meer van de eveneens hardvochtige separatisten willen weten. Maar velen in Anantnag en omgeving vragen zich af of ze met de opkomst van de pro-Indiase milities en hun terreur niet van de wal in de sloot zijn geraakt. De separatisten vochten althans nog tegen het gehate India.

De pro-Indiase milities lijken, als het er op aankomt, bovendien evenmin iets te geven om de belangen van de gewone man in Kashmir. Hyder heeft ondanks zijn bescheiden komaf en jeugdige leeftijd onlangs naar verluidt een luxieus huis van 200.000 gulden aangeschaft in Jammu, het vooral door hindoes bewoonde zuidelijke deel van de deelstaat Jammu en Kashmir.

Niets wijst erop dat de pro-Indiase milities van plan zijn hun machtspositie op te geven. Ze hebben voor de deelstaatverkiezingen zelfs een eigen nieuwe politieke afdeling in het leven geroepen, de Awami Liga. Mede door intimidatie van de burgerbevolking hopen ze op z'n minst een handvol zetels in het deelstaatparlement te winnen en daarmee politieke invloed.

Gevraagd wanneer hij zijn wapens denkt neer te leggen, antwoordt Hyder als een volleerd politicus: “Ik zou zo snel mogelijk de wapens willen laten rusten, maar het gevaar is nog te groot dat dan de door Pakistan gesteunde separatisten weer de kop op zullen steken.”