ONDERTUNNELING HOGESNELHEIDSLIJN KAN TOT VERZILTING LEIDEN; Zeegras in het Groene Hart

De bouw van een tunnel door het Groene Hart tast de waterhuis- houding en grondwater- stromen aan. Aan het begin en aan het eind van de tunnel snijdt men de grondwaterpakketten aan, alsof je een plastic zak vol water aanprikt.

IN MEI KWAM het kabinet met een 'Paars Kwaliteitsbesluit' over de Hogesnelheidslijn (HSL). Het kabinet wil een tunnel van negen kilometer onder het Groene Hart. De milieubeweging reageerde 'boos' en 'buitengewoon teleurgesteld' op dit cadeautje van 900 miljoen gulden. Een tunneltje voor het bloeden, zo werd gezegd. Op verzoek van de Tweede Kamer kwam er alsnog een onafhankelijk onderzoek naar de verschillende mogelijke tracés voor de Hogesnelheidslijn en daarbij kwam de Groene-Hartvariant niet als beste uit de bus. Volgens de onderzoekers heeft het kabinet zich zo snel vastgelegd op zijn keuze voor het Groene Hart, dat mogelijke alternatieven te weinig aandacht hebben gekregen, zoals een HSL-tracé over bestaand spoor of gebundeld met de snelwegen A4 en A13 (de 'Bos-variant').

Op een hoorzitting die de Tweede Kamer afgelopen maandag hield passeerden vele bezwaren tegen het kabinetsbesluit de revue. Maar de vraag wat de tunnelbouw betekent voor waterhuishouding en grondwaterstromen in het kwetsbare veenweidengebied werd tot nu toe niet in het openbaar gesteld. Toch ligt hier volgens terreinbeheerders, zoals Staatsbosbeheer, mogelijk een groot probleem. Beïnvloeding van grondwaterstromen kan vèrstrekkende gevolgen hebben voor de natuur die men nu juist zo graag wil ontzien. Als kwelwaterstromen door het tunnellichaam worden onderbroken, zullen bijzondere vegetaties verdwijnen. En als zout grondwater sneller landinwaarts wordt getrokken, kunnen bijvoorbeeld de Kaagse en Nieuwkoopse Plassen in brakwatergebieden veranderen. Volgens de provincie Zuid-Holland, die verantwoordelijk is voor het grondwatervoorziening, is naar dit gevaar nog steeds geen onderzoek verricht, terwijl dat wel hard nodig is.

RISKANT

Voor het oppervlaktewaterpeil in de sloten zal de aanwezigheid van een tunnel diep onder de grond geen gevolgen hebben, maar voor het grondwatersysteem kan het boren van de tunnel wel degelijk riskant zijn. Dat geldt niet alleen voor de weidevogelreservaten waar de tunnel onderdoor gaat, maar ook verder weg, bijvoorbeeld bij de Kager en de Nieuwkoopse Plassen. Die worden beïnvloed door hetzelfde regionale grondwatersysteem van duinmassief en veenweidengebied, dat de tunnel straks aansnijdt. Verandering van grondwaterstromen zal ook nadelig zijn voor de schraallanden, te meer omdat die ook al blootstaan aan watervervuiling en het schaarser worden van het kwelwater, waarvan veel plantengemeenschappen afhankelijk zijn.

De grondwaterkaart in een gebied wordt bepaald door de geologische opbouw van de bodem. Richting en snelheid van de grondwaterstromen zijn afhankelijk van de dikte en verbreiding van de verschillende bodemlagen en van de doorlatendheid van deze lagen. Als je bij Hazerswoude-dorp begint te boren, tref je eerst een ongeveer tien meter diep klei- en veenpakket uit het Holoceen. Daaronder bevinden zich pleistocene zandlagen met een wisselende dikte van 30 tot 35 meter. Deze zandlagen hebben hun basis dus op 40 tot 45 meter beneden N.A.P. Daaronder bevindt zich een afsluitende, waterdichte kleilaag uit de Kedichemformatie. De tunnel is gepland in het pleistocene zand en de bodem moet op ongeveer 20 meter beneden het maaiveld komen.

Het grondwatersysteem van het Groene Hart speelt zich voornamelijk horizontaal door de pleistocene zandlagen af. Verticaal transport door de kleilagen verloopt uiterst traag.

Het regionale stromingssysteem van het Groene Hart is tamelijk ingewikkeld. In grote lijnen is er een hoofdstroom van grondwater, dat vanaf de oostelijke hogere zandgronden naar zee afstroomt. Bovenop deze hoofdstromen vinden we kleinere grondwaterstromen, die juist de andere kant op gaan, uit de duinen terug naar het veenweidengebied. Hierdoor komt - of kwam kortgeleden - in het veenweidengebied her en der nog kwelwater aan de oppervlakte en op die plaatsen zijn nog bloemrijke natte schraallanden te vinden. Bovendien is er sprake van lokale zoutplekken en zoutopkwellingen in het veenweidengebied. Dat laatste heeft twee oorzaken. Enerzijds daalt het maaiveld geleidelijk, waardoor het oppervlaktewater langzamerhand de kwaliteit aanneemt van diepere, zilte bodemlagen, bijvoorbeeld uit de Romeinse tijd, anderzijds trekken wij mensen door de ontwatering van onze landbouwgronden het zeewater dichter naar ons toe. In het Westland klagen tuinders al jaren over toenemende verzilting .

Als de tunnel er eenmaal ligt, zal het geen onoverkomelijke barrière in het regionale grondwatersysteem zijn. Het water zal er wel omheen stromen. Deskundigen maken zich vooral zorgen over de schade aan het grondwatersysteem die kan optreden bij de aanleg van de tunnel. Zowel aan het begin als aan het einde van de tunnel snijdt men de grondwaterpakketten aan, alsof je een plastic zak vol water aanprikt. Het grondwatersysteem bevat verschillende watervoerende pakketten met water van heel verschillende samenstelling, die in de natuur zorgvuldig gescheiden zijn gebleven.

Hier stroomt bijvoorbeeld regenwater, dat honderd jaar geleden op de Utrechtse Heuvelrug is neergeregend. In die honderd jaar is het geleidelijk zijn voedingsstoffen kwijtgeraakt en steeds rijker geworden aan ijzer en kalk. Dit oude water, dat nu naar boven kwelt en plaatselijk tot waardevolle vegetaties leidt, heeft een heel andere kwaliteit dan 'modern' regenwater. Als je die verschillende waterlagen aanboort, bestaat de kans dat stromingspatronen structureel veranderen en dat kan zijn weerslag hebben op de schraallanden: bijzondere planten zullen verdwijnen.

De kans bestaat dat je door het grondwatersysteem overhoop te halen de aanvoer van een goede kwaliteit kwelwater onderbreekt en ongewenst brak water sneller naar je toe trekt. In het laagveengebied is toch al sprake van een geleidelijke toename van de invloed van het zoute water. Onlangs werd bij boezemwatermetingen aan schraallandjes rond de Kager Plassen geconstateerd dat het zoutgehalte daar verrassend toeneemt, voor de onderzoekers een nieuw signaal. De toenemende invloed van het zoute water zal zijn weerslag hebben op de vegetatie in het Groene Hart. Door het boren van de tunnel zal men misschien in één klap een verziltingseffect bereiken dat zich anders pas in tientallen jaren zou voltrekken. Daarmee zouden bijvoorbeeld de Nieuwkoopse Plassen, een van de laatste karakteristieke zoetwaterlaagveenmoerassen in ons land, een heel ander karakter krijgen.

Volgens ir. Robbert Hydra van de Vereniging Natuurmonumenten, waartoe de Nieuwkoopse Plassen behoren, gaat het om belangrijke vragen, die serieus onderzoek verdienen. Los daarvan heeft Natuurmonumenten grote bezwaren tegen een Hogesnelheidslijn door het Groene Hart. Hydra: “Het Groene Hart is nu eenmaal groter dan negen kilometer. In het noorden scheert die flitstrein straks langs de Kager Plassen en in het zuiden raast hij door het Bentwoud, het nieuw aan te leggen 'oerbos' bij Zoetermeer. Bovendien lokt zo'n spoorlijn onvermijdelijk nieuwe economische activiteiten uit. Over de HSL gaan immers ook binnenlandse treinen rijden. De plannen voor een station met transferium in Zoetermeer-Oost liggen al klaar. Dat zal leiden tot nieuwe industrievestiging, meubelpleinen enzovoorts.”

NIEUWE SNELWEG

Met het HSL-tracé wordt volgens Natuurmonumenten een nieuwe grens door het Groene Hart getrokken en zal het hele gebied ten westen van de spoorbaan geleidelijk worden opgeslokt door economische bedrijvigheid. Er gaan al stemmen op om, nu het gebied toch al doorsneden wordt, meteen ook maar een nieuwe snelweg (de A3) naast de spoorbaan aan te leggen.

Ook het onafhankelijke adviesbureau dat zich op verzoek van de Vaste Tweede-Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat nog eens over de kwestie heeft gebogen plaatste vraagtekens bij het kabinetsbesluit. Volgens het rapport Op het spoor... van adviesbureau Moret, Ernst & Young valt te voorzien dat de kosten van ondertunneling in de slappe veengrond gemakkelijk kunnen oplopen tot een veelvoud van de 900 miljoen gulden die het kabinet er nu voor uit wil trekken. De kosten van de Oosterscheldedam liepen indertijd op van drie naar acht miljard gulden en de bouwers van de Kanaaltunnel zijn blijven zitten met een schuld van 23,5 miljard gulden. We zijn dus gewaarschuwd.

    • Marion de Boo