Napoleonski; De eigenhandige legende van Aleksandr Lebed

Hij noemt Clinton een stier in een porseleinkast, en Jeltsin een 'nul' - in Rusland is generaal Aleksandr Lebed een pr-fenomeen. Een naderende hartoperatie heeft de vraag opgeworpen of Boris Jeltsin zijn tweede termijn wel vol zal maken. Lebed is ervan overtuigd voorbestemd te zijn: 'Ziet u, generaals zijn de beste politici.' Portret van een potentiële opvolger.

Zoals met de meeste verhalen van mythische proporties is niet precies duidelijk waar en wanneer het zich heeft afgespeeld. Maar het verhaal staat opgetekend in Aleksandr Lebeds autobiografie, dus we moeten aannemen dat het waar is. Op een dag, zo gaat het, ontdekte commandant Lebed dat twaalf van zijn officieren zich te buiten gingen aan het gewelddadig ontgroenen van dienstplichtigen. Hij riep de schuldigen bij zich en zette ze naast elkaar op een rij. Vervolgens sloeg hij ze één voor één tegen de grond. Twaalf gebroken kaken - recht en orde à la Lebed.

De generaal buiten dienst is al weken Ruslands meestbesproken politicus, hoewel niet hij maar Boris Jeltsin op 3 juli de presidentsverkiezingen heeft gewonnen. Dat is niet alleen te danken aan zijn functie (veiligheidsadviseur in het Kremlin) of aan zijn daden (een bestand in Tsjetsjenië) maar ook aan een legendevorming waarvan de meeste politici slechts kunnen dromen. Als Rusland een land van horen zeggen is, zoals voormalig correspondent Laura Starink ooit schreef, dan is Lebed een man van horen zeggen. Toen tijdens de oorlog in Afghanistan de verbindingsapparatuur uitviel, wil een andere Lebed-legende, schreeuwde de toenmalige bataljonscommandant zijn orders van de ene vallei naar de andere.

De legendevorming wordt door de man zelf gestimuleerd. Lebed is niet alleen een eigenzinnig generaal die nergens bang voor is, robuust optreedt en recht voor zijn raap zegt waar het op staat - hij wil ook zo worden gezien. Toen hij op een van zijn eerste reizen naar Tsjetsjenië moest wachten op de komst van zijn onderhandelingspartner, ging hij met al aanwezige rebellen een partij schaken. De Tsjetsjenen waren bewapend met Kalasjnikovs en dolken, Lebed zat ontspannen in hemdsmouwen.

De volgende dag prijkte de foto op de voorpagina van Izvestija. Het verslag over de onderhandelingen begon zo: “Aleksandr Lebed duwde een sigaret in zijn inmiddels wereldberoemde sigarettepijpje en opende de aanval met zijn loper. De openingszetten werden gedaan met de snelheid van een tankslag, waarnemers hadden het idee dat Lebed de Tsjetsjeense separatisten uitsluitend kwam bezoeken voor juist deze schaakpartij.” Het sprak vanzelf dat zijn tegenstander nerveus raakte en begon te verliezen, zo viel te lezen in Ruslands kwaliteitskrant, ware het niet dat Lebed grootmoedig remise aanbood toen zijn onderhandelingspartner arriveerde.

In een land waar leiders zich doorgaans afschermen voor het volk en waar militairen zichzelf beschouwen als staatsgeheim, is Lebed een pr-fenomeen. Al in zijn tijd als commandant van het veertiende leger in Moldavië (1992-1995), waar hij een burgeroorlog had onderdrukt, zorgde hij via bezoekende journalisten dat hij in Moskou niet vergeten werd. De generaal liet weten een van corruptie verdachte onderminister niet te willen ontvangen omdat “ik niet salueer voor dieven”. President Jeltsin noemde hij een 'nul'. Het droeg allemaal bij aan het beeld van een vorst in de verte, die nog niet was aangetast door de decadentie en corruptie van de hoofdstad.

Nu hij namens het Kremlin heen en weer reist naar de Kaukasus, maakt Lebed er als eerste Russische politicus gewoonte van journalisten in zijn vliegtuig mee te nemen. Zelfs bij zijn onderhandelingen met de rebellen laat Lebed soms toeschouwers toe. “De ether en de televisieschermen moeten worden overspoeld met de inhoud van deze documenten”, zei Lebed zijn gevolg toen hij de eerste vredesakkoorden had getekend. Terwijl Moskouse politici de afgelopen weken weinig van zijn activiteiten wilden weten, was het publiek er allang van op de hoogte gebracht. En voor wie het ingewikkeld vindt, legt Lebed het in directe bewoordingen nog eens uit.

Hij heeft een eerdere perfectionist van het Russisch populisme al tot wanhoop gedreven. “Lebed heeft mijn act gestolen en hij heeft mijn stemmen gestolen”, zei de nationalist Vladimir Zjirinovski, die met zijn radicale uitspraken bij twee parlementsverkiezingen succes boekte maar nu door Lebed naar de achtergrond is gedrongen. “Ik zou hem voor de rechter moeten slepen.” Er is natuurlijk wel een verschil. Terwijl Zjirinovski alleen maar práát over het zonder pardon neerschieten van vijanden, heeft Lebed dat al echt gedaan.

Persoonlijk gezant

Hoever Lebeds werkelijke macht op dit moment reikt, weet niemand. Nadat hij in de voorronde van de presidentsverkiezingen verrassend derde werd, is hij door Boris Jeltsin secretaris gemaakt van de veiligheidsraad, een adviesorgaan dat veel invloed wordt toegedacht. Hij is tevens de 'veiligheidsadviseur' van de president en ook nog 'persoonlijk gezant van de president in Tsjetsjenië'. Ze genereren een hoop werk, maar het blijven allemaal adviesfuncties. Voor zijn bevoegdheden is Lebed afhankelijk van Jeltsin.

Vóór de beslissende verkiezingsronde tegen de communist Zjoeganov ontsloeg Jeltsin op Lebeds aandringen de minister van defensie en zeven met hem verbonden generaals. De chef van de presidentiële garde, het hoofd van de staatsveiligheidsdienst en een vice-premier verdwenen eveneens na advieswerk van Lebed. Op de verkiezingsdag zelf kon de nieuwe raadgever nog een ontmoeting met Jeltsin afdwingen door diens onwillige staf te dreigen anders “naar

CNN

te gaan en te vertellen dat de president dood is''.

Maar sinds Jeltsin met Lebeds hulp voor vier jaar is herkozen, lijkt zijn waardering voor zijn topadviseur danig verminderd. Een verzoek om bevoegdheden op economisch terrein werd afgewezen. Het voorstel het vice-presidentschap in ere te herstellen, met Lebed zelf als vice-president, eveneens. En de president blijft maar weigeren zijn 'persoonlijk gezant' te ontvangen. Lebed moet zijn adviezen maar schriftelijk uitbrengen, zo liet Jeltsin via zijn woordvoerder weten.

Het vermoeden bestaat dat de vaste bewoners van het Kremlin Lebed weer kwijt willen nu hij zijn electorale functie heeft vervuld. “Ik denk dat iemand wil dat ik mijn nek breek”, zei Lebed zelf toen hij de Tsjetsjenië-opdracht kreeg zonder dat hij daarover vantevoren was gepolst. Die iemand, dat zou premier Viktor Tsjernomyrdin kunnen zijn, formeel de tweede man in de Russische hiërarchie en potentieel opvolger van Jeltsin. Of Jeltsins stafchef Anatoli Tsjoebais, die Lebed wantrouwt wegens diens geringe ijver voor economische hervormingen. Of Jeltsin zelf, die niemand zoveel macht wil geven dat hijzelf niet langer onmisbaar is.

“Maar ik hou van moeilijke opdrachten”, verzekerde Lebed. Als de politici niet naar hem willen luisteren, dan wendt hij zich wel rechtstreeks tot het volk. Vooralsnog met succes. Terwijl premier Tsjernomyrdin meende dat het door Lebed bereikte akkoord in Tsjetsjenië 'niet juridisch bindend' is en de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov (een derde potentieel president) sprak van 'een capitulatie', zei driekwart van de ondervraagden bij een recente opiniepeiling Lebed te steunen. Russische waarnemers zijn het erover eens: als Lebed werkelijk de oorlog in Tsjetsjenië beëindigt, bestaat er geen twijfel over wie de volgende presidentsverkiezingen wint.

IJzeren staaf

Aleksandr Lebed werd geboren in 1950 in Novotsjerkassk, een stad in het zuidwesten van Rusland. Zijn vader, een handwerksman, was in 1937 tot vijf jaar kamp veroordeeld omdat hij voor de tweede keer vijf minuten te laat op zijn werk was verschenen. Voordat Ivan Lebed zijn straf kon uitzitten, werd hij opgenomen in een strafbataljon van het leger. Hoewel hij gewond raakte werd hij pas in 1947 weer uit de dienst ontslagen. “Hij sprak nooit veel”, schrijft Lebed in 'Mijn hart bloedt voor de grootmacht', zijn vorig jaar verschenen autobiografie. “Maar als hij zag dat iemand hulp nodig had, bijvoorbeeld een oudere buurman wiens schutting moest worden gerepareerd, dan pakte zijn bijl en zaag en deed het zonder iets te zeggen, gratis.”

Lebeds jeugd, zoals die door hemzelf wordt verteld, lijkt sprekend op die van Boris Jeltsin, zoals die door Jeltsin zelf is verteld in zjn autobiografische werken. Weinig te eten maar altijd wel wat te vechten. Lebed bokste zowel in de ring als op straat. Bij een training brak hij een keer zijn sleutelbeen en moest het een tweede keer laten breken toen het verkeerd was gezet. Een tegenstander bij een voetbalwedstrijd, die slecht tegen zijn verlies kon, sloeg hem met een ijzeren staaf in zijn gezicht. Het hoort kennelijk bij de vorming van een echte Russische leider.

Al sinds zijn veertiende droomde Aleksandr van een loopbaan als gevechtspiloot. Hij kwam echter niet door de medische keuring vanwege die eerder gebroken neus. Omdat zelfs een extra operatie niet hielp, stelde hij zijn ambities bij. Dan maar parachutist. Zijn vader vond dat hij het eerst een keertje moest proberen. Dus kocht Lebed met vier flessen wodka een piloot op een nabijgelegen vliegveld om. Bij die eerste sprong brak hij zijn stuitbeen.

Natuurlijk liet Lebed zich hierdoor niet afschrikken - we volgen nog steeds zijn autobiografie - en in 1969 werd hij toegelaten tot de parachutistenschool in Rjazan. Na zijn afstuderen bleef hij als leraar aan de school verbonden. Daarna, in 1981, werd hij als bataljonscommandant uitgezonden naar Afghanistan. De oorlog daar heeft diepe indruk op hem gemaakt, vooral het weinig effectieve optreden van het Sovjet-leger tegen guerrillastrijders.

“Een divisie kwam dan naar een dorp en vuurde een paar honderd granaten af. Het bleek dat in het beste geval met elke rebel tien burgers werden gedood”, schrijft Lebed. “Een man die absoluut niet aan oorlog denkt, die helemaal niet wil vechten, komt daarna thuis en ontdekt dat hij geen vrouw meer heeft, dat hij geen kinderen meer heeft, dat hij geen moeder meer heeft. Hij is niet langer een man maar een wolf, klaar om te doden. Hoe langer de oorlog doorgaat, hoe meer wolven er worden gekweekt.” Bijna identieke woorden sprak de auteur de afgelopen weken over de oorlog in Tsjetsjenië.

Na terugkeer uit Afghanistan, in 1982, werd Lebed toegelaten tot de Froenze-academie, een bekende maar niet de meest prestigieuze militiare opleiding in Rusland. Na zijn afstuderen in 1985 steeg hij in drie jaar tot commandant van een parachutisten divisie in Toela, een stad 150 kilometer ten zuiden van Moskou. Zijn divisie werd ingezet bij het onderdrukken van onlusten - en soms demonstraties - in Azerbajdzjan, Georgië en in de Baltische republieken. Lebed ontkent dat hij ooit burgers heeft gedood en onderstreept dat hij vooral heeft geleerd dat het leger niet bij politieke conflicten moet worden ingezet.

Toch gebeurde dat ook weer in augustus 1991, tijdens de coup tegen Michail Gorbatsjov. De parachutisten uit Toela werden door het zogeheten 'Staatscomité voor de Noodtoestand' te hulp geroepen om het Witte Huis in te nemen, het parlementsgebouw waar Jeltsin zich had verschanst. Toen de toenmalige kolonel Lebed met zijn tanks op weg ging, werd hij zich bewust van de wanorganisatie aan de kant van de coupplegers: hij moest vanuit een telefooncel bellen om orders. Niemand durfde hem expliciet de opdracht te geven daadwerkelijk geweld te gebruiken. Uiteindelijk draaide Lebed zijn tanks om en verdedigde hij de democraten, maar of dat uit verwarring was of uit overtuiging is nooit opgehelderd. Lebed zei later dat hij op dat moment niet eens wist wat het door de coupplegers opgerichte Staatscomité voor de Noodtoestand eigenlijk was. Als verdediger van de 'democraten' in het Witte Huis wil hij in elk geval niet te boek staan.

In 1992 ten slotte werd Lebed, generaal inmiddels, overgeplaatst naar Moldavië, een net onafhankelijk geworden Sovjet-republiek tussen de Oekraïne en Roemenië. Er woedde een burgeroorlog nadat Russische separatisten in Moldavië hun eigen staat hadden uitgeroepen. Lebed kwam tussenbeide en herstelde de orde. Dat wil zeggen: eerst liet hij zijn troepen de Moldaviërs terugdrijven en daarna dwong hij een wapenstilstand af. De regering van Moldavië werd door Lebed afgeschilderd als 'fascisten' die 'genocide' pleegden op een 'Slavisch volk'. Het leverde hem roem op als verdediger van een Russische minderheid in een voormalige Sovjet-republiek. Een belangrijke eretitel, want twintig miljoen Russen wonen sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in het buitenland. Hun soms slechte behandeling door de nieuwe plaatselijke machthebbers wordt als vernederend ervaren. Lebed geldt sindsdien als een Russische held.

Man van het Jaar

Hoewel de generaal zich ook vandaag de dag nog als buitenstaander in de politiek presenteert, toont hij al jaren belangstelling voor andere dan militaire kwesties. In 1990 bijvoorbeeld nam hij deel aan verkiezingen om zijn legeronderdeel te mogen vertegenwoordigen op het jaarlijkse congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hij won en de woede die hij al had gevoeld tijdens het zijns inziens incompetente optreden in Afghanistan werd door zijn eerste democratische ervaring alleen maar vergroot. “Mijn god, waarom werd ons land geregeerd door deze oude, seniele gekken, mensen die elk contact heben verloren met de werkelijkheid van de blunders waarnaar zij ons leiden”, schrijft hij over het congres. “Waarom volgden wij hen?”

Lebed hield al gauw op te volgen. Nadat hij in 1992 in Moldavië door de Russen aldaar was uitgeroepen tot 'Man van het Jaar', begon hij meer en meer politieke uitspraken te doen. Zijn openlijke kritiek op Moskou, in uitspraken die meestal niet langer waren dan een bevel, is berucht geworden. Vooral minister van defensie Pavel Gratsjov moest het ontgelden. 'Een hoer in een broek', zo omschreef Lebed de minister, die in de Russische pers werd beschuldigd van corruptie en wanbeleid maar die door Jeltsin de hand boven het hoofd werd gehouden als 'de beste Russische minister van defensie sinds de Tweede Wereldoorlog'. Toen Gratsjov in 1995 na verscheidene mislukte pogingen erin slaagde Lebed overgeplaatst te krijgen, nam de generaal ontslag. Hij kondigde aan zich kandidaat te stellen bij de parlementsverkiezingen. En hij stopte met drinken “omdat er toch iemand in dit land nuchter moet zijn”.

Als politicus heeft Lebed nog sneller geleerd en carrière gemaakt dan als militair. In Toela, zijn eigen kiesdistrict, won hij bij de parlementsverkiezingen van december 1995 met grote meerderheid een zetel. Maar de partij waarbij hij zich had aangesloten haalde de kiesdrempel niet. In die partij, het 'Congres van Russische Gemeenschappen', had Lebed zich ondergeschikt moeten maken aan Joeri Skokov, een politieke vos met veel ervaring maar weinig aantrekkingskracht. De prominente rol van 'insider' Skokov tijdens de campagne doorkruiste Lebeds presentatie als buitenstaander.

Het was een fout die Lebed tijdens de presidentsverkiezingen niet meer zou maken. De liberale econoom Grigori Javlinski, de bekende oogarts Svjatoslav Fjodorov, oud-president Michail Gorbatsjov, allen hebben geprobeerd met Lebed een 'derde macht' tussen Jeltsin en de communisten te vormen, maar de generaal hield iedereen op afstand. Hij vormde zijn eigen campagneteam met toegewijde officieren en met ervaren 'imago-makers'. Die laatsten werden naar verluidt betaald door dezelfde industriëlen die ook de campagne van Jeltsin steunden. Het team van de president zou in Lebed een nuttige bliksemafleider hebben gezien die in de eerste ronde van de verkiezingen stemmen zou wegtrekken bij de communisten. Lebed heeft dit altijd ontkend.

Terminator

Elke zaterdagavond tegen tienen, vlak voor de speelfilm begint, zendt de Russische televisie een populair satirisch programma uit. Het heet 'Poppen' en is een Russische versie van het Engelse Spitting Image. Onlangs kreeg de kijker er Moskous nieuwste politieke puzzel helder uitgelegd.

De uitzending begon met Stalin, die vanuit het verleden een 'terminator' naar 1996 stuurde om een eind te maken aan Jeltsins democratische experimenten. De terminator zag er niet uit als tijdreiziger Arnold Schwarzenegger in de gelijknamige film, maar als de communist Gennadi Zjoeganov. Hij droeg een ouderwets ruimtepak en ging op zoek naar Jeltsin. Uit de toekomst echter werd ook een terminator naar 1996 gestuurd, deze keer een pop met het uiterlijk van Aleksandr Lebed. Hij droeg een flitsend kostuum en maakte korte metten met Zjoeganov. De slotscene is een ontmoeting tussen Jeltsin en zijn redder Lebed. “Eén ding begrijp ik niet helemaal”, zegt Jeltsin. “U bent uit de toekomst gekomen om mij te helpen. Dat heeft u effectief gedaan en ik ben u dankbaar. Maar kunt u nu weer worden teruggestuurd of bent u gekomen om te blijven?”

Wat Lebed betreft is hij gekomen om te blijven. In zijn autobiografie maakt hij half grappend gewag van zijn 'Napoleontische ambities'. Hij is de afgelopen weken al herhaaldelijk vergeleken met de Franse generaal die keizer werd. Een televisieploeg van een gewaardeerd Russische actualiteitenprogramma reisde zelfs naar Corsica en Parijs om een documentaire te maken over de overeenkomsten tussen Napoleon en 'Napoleonski'. De Russische generaal heeft zichzelf met evenveel zelfvertrouwen als zijn Franse voorganger een 'geboren winnaar' genoemd. Hij is vast van plan president te worden bij de volgende verkiezingen “in het jaar 2000 of misschien eerder”. Met het oog daarop heeft Lebed deze maand een eigen politieke beweging opgericht. “Ziet u, generaals zijn de beste politici”, concludeerde hij nadat hij met de Tsjetsjeense legerleider Maschadov - eveneens een generaal - een akkoord had gesloten.

Voor een militair heeft Lebed veel politieke opvattingen, maar voor een politicus misschien wat weinig. Zijn programma bij de presidentsverkiezingen, 'Waarheid en Orde', besteedde vooral aandacht aan de bestrijding van misdaad en corruptie. Hoewel hij de Chileense dicatator Pinochet als rolmodel heeft ingeruild voor de Franse president De Gaulle - beiden generaals natuurlijk - draagt hij democratie en markteconomie niet speciaal een warm hart toe. Rusland heeft, zo schreef hij in een artikel, “een politiek centrum nodig dat uitstijgt boven de extremiteiten van het anti-communisme en het anti-reformisme”. Toen Ruslands bekendste democraten onlangs een demonstratie organiseerden om Lebed te steunen, distantieerde de generaal zich er onmiddellijk van. “Dat soort mensen zijn mijn vrienden niet”, bromde hij.

Wat het Westen betreft: dat wordt door Lebed gewantrouwd. Hij spreekt laatdunkend over de 'Pepsi-generatie', mormonen noemt hij 'tuig' dat Rusland moet worden 'uitgeschopt'. Nadat Amerika vorige week kruisraketten op Irak had afgevuurd noemde hij president Clinton “een stier in een porseleinkast” en voegde hij toe: “Dus dit is de essentie van democratie: de wereld wordt geregeerd door één meester die aan iedereen schijt heeft.”

Behalve in Afghanistan is Lebed zelf nooit in het buitenland geweest. Hij is van plan eind deze maand op uitnodiging van de Raad van Europa Straatsburg te bezoeken. Het is zelfs de vraag of hij al veel heeft nagedacht over andere onderwerpen dan de openbare orde en het leger. Behalve tijdens zijn vredespogingen in Tsjetsjenië heeft hij zich nog weinig consistent getoond. De markteconomie heeft hij gekritiseerd èn toegejuicht. Over de uitbreiding van de NAVO dreigde hij een jaar geleden dat dit 'de Derde Wereldoorlog' ten gevolg zou hebben, terwijl hij onlangs zei dat de NAVO 'zelf maar moest weten waaraan ze geld verspilt'. “En misschien bedoelde hij ook niet de mormonen maar de vrijmetselaars”, opperde Anatoli Tsjoebais onlangs.

Wie Aleksandr Lebed wil doorgronden doet er wellicht beter aan niet naar politiek programma's te zoeken, maar naar iets hogers. “Ik ben een fatalist. Ik ben ervan overtuigd dat een man voor iets is voorbestemd”, zei Lebed onlangs in een vraaggesprek. “En, om het zacht te zeggen, ik ben al bij alle beslissende momenten in de geschiedenis van ons land aanwezig geweest: in Afghanistan, in Azerbajdzjan, in Georgië. Ik heb tanks naar Moskou gereden. Nu is het tijd voor me om orde te scheppen, om van ons land tot een echte staat om te vormen, om het geciviliseerd te maken en gerespecteerd.”

In het hedendaagse Rusland slaat heldendom misschien ook meer aan dan politiek, getuige een nieuw reclamebord in een Moskouse schoenenwinkel. “Nieuw Model: Lebed Laarzen!”, zo staat er te lezen naast een paar ruige stappers.