Naar de Kxoe

MATTHIAS VROEG: “Ga je mee de Kwee zoeken?” Herr Doktor Matthias Brenzinger is 'Afrikanist' aan de universiteit van Keulen. Eigenlijk is Matthias een vrolijke jongeman van middelbare leeftijd die niets liever doet dan met een fourwheeldrive door de meest godverlaten streken van Afrika kruisen.

Dat doet hij al jaren. Hij is nu bezig met een onderzoek naar de Kwee. De Kwee, je moet schrijven Kxoe, vormen een klein volk, een stam behorende tot de Bosjesmannen.

Er zijn ongeveer zesduizend Kxoe, levend in het grensgebied van Angola, Namibië en Botswana. De Kxoe hebben een eigen taal, de kliktaal. Kliks zijn klanken die lijken op het geluid voortgebracht om divers gedierte aan te sporen. Er is een Kxoe-schrift met voor vier kliks de tekens /, /, // en !. Dat schrift is bedacht door Matthias's leermeester. De Kxoe zelf beheersen het niet. Matthias wil vaststellen waar alle Kxoe wonen en heeft plannen ze te leren hun eigen taal te schrijven. Ik raad hem af daar meteen voorlichting over aids aan te verbinden. Dat is didactisch onverantwoord mengen van leerdoelen. De Kxoe-cursus moet natuurlijk de status van conferentie krijgen.

Ik rijd met Matthias in zijn Mercedes-jeep-met-zonnecellen-op-het-dak van DM 120.000 naar de Kippi George Primary School. Deze school, genoemd naar het stamhoofd van de Kxoe, ligt een heel eind van wat een Nederlander de bewoonde wereld noemt. Kippi George zelf is op dit moment in Genève om een minderheden-conferentie bij te wonen.

Langs de stoffige weg die naar de school leidt, staat een bord met de tekst: 'Tell me, I forget. Show me, I remember. Involve me, I understand.' En zo is het. De school bestaat uit twee uitermate eenvoudige gebouwen. We treffen drie keurig geklede onderwijzers aan. Zij geven op dit moment geen les omdat zij overleg moeten plegen. Vreemd. Daar staat tegenover dat zij al drie maanden geen salaris hebben ontvangen. Ook vreemd.

In de eerste klas demonstreren vrij vieze, maar schattige kindertjes van een jaar of zes dat zij nog niet zo goed kunnen schrijven. De eerste letters van het alfabet komen met moeite op het bord. In de derde klas ga ik zelf voor het bord en haal kinderen naar voren. “Schrijf je naam eens op.” Dat lukt. “Teken een huis.” Dat lukt ook. “Schrijf het woord huis.” Nee, dat gaat niet. 2 + 3 is 5, maar voor het sommetje 2 x 3 is hulp uit de klas nodig.

Niet best, dit onderwijs. Maar ja, de leraar krijgt geen salaris, er zijn geen boeken, geen schriften en geen potloden. Er zijn meer problemen. De Kxoe-kinderen spreken thuis Kxoe, maar de buren van een andere stam Bukushi. Daarnaast moeten zij Afrikaans, de voertaal in dit land, beheersen. Het staat op het lesrooster. Sinds de onafhankelijkheid, dus sinds '90, is de voertaal op school Engels. Hun onderwijzers hebben deze taal nooit goed geleerd.

Nog een probleem. De Bukushu en Kxoe hanteren het vijftallig stelsel, maar op zo'n onhandige manier dat een volwassene van zijn eigen taal naar het Afrikaans vlucht als hij moet rekenen. Begrijpelijk: in Bukushi is zesentwintig 'makumi mawadi no kwoko no difotji'. Twee getalstelsels door elkaar lijkt me niet bevordelijk voor de rekenvaardigheid.

Terugrijdend van de Kippi George school ontmoet Matthias bekenden, deelt blikjes cola uit en enkele handenvol condooms, 'voor zaterdag'. “Laten we gaan”, zeg ik: “/Khi ida !gû.”