Los hoofd: geen woede meer 'naar Salomé toe'

Voorstelling: Salomé, door Stuffed Puppet Theatre. Spel: Neville Tranter. Tekst en regie-aanwijzingen: Luk van Meerbeke. Gezien: 13/9 in Bellevue, Amsterdam. Aldaar t/m 21/9; tournee t/m 25/3.

“Er was eens een heel klein meisje en dat heette Salomé,” begint Neville Tranter zijn nieuwe voorstelling, maar in het exposé dat daarop volgt, is al snel duidelijk dat hij vanavond geen lief sprookje te vertellen heeft en ook niet terugdeinst voor de taal van vandaag.

De koning heeft zijn halfbroer vermoord en diens vrouw getrouwd, de vrouw (“echt wel een bitch, hoor”) heeft dit alles goed gevonden en de dochter - nu ja, de dochter is Salomé en zij heeft in de kunst terdege haar sporen nagelaten.

Met zijn Stuffed Puppet Theatre staat Tranter meestal náást of half achter zijn manshoge poppen. Hij hoeft slechts zijn hand in hun nek te stoppen om hen met wonderbaarlijk expressieve hoofdbewegingen en bijpassende stemmen tot leven te brengen, als een buikspreker die er geen geheim van maakt dat hij zèlf praat en er tegelijk in slaagt ons dat onmiddellijk te laten vergeten. Zijn personages zijn deze keer de koning en de koningin, de ascetisch ogende Johannes de Doper en een hedendaags straatrovertje op gymschoenen die de handeling met zijn snelgebekte commentaren naar het niveau van nu trekt.

Zo wisselen de verheven bijbeltaal en de platte terzijdes elkaar in het script van Luk van Meerbeke nogal onverhoeds af.

Salomé is een woordrijke voorstelling. Dat leidt in sommige dialogen tussen twee poppen of tussen pop en poppenspeler tot nogal statisch teksttheater, waarbij enkele komiek bedoelde intermezzi wat hoognodige lucht geven - hoe flauw ze soms ook zijn: een stukje rap, een macho-conférence en het door koning Herodes aangeheven Chevalier-succes Thank Heavens for Little Girls, als dubbelzinnige illustratie bij 's mans belangstelling voor zijn stiefdochter.

Plompverloren plonzen ze in de beklemmende sfeer die Tranter elders oproept, bijvoorbeeld als hij Salomé met een kinderstemmetje haar echte vader laat aanroepen of als ze de blinde beul - de poppenspeler - smeekt om de dood. Ze hunkert naar haar einde, nadat 2000 jaar lang in de literatuur een eenzijdig beeld van haar is opgetrokken. Niet voor niets antwoordt het losse hoofd van Johannes de Doper in een cabaretesk geschreven talkshow-scène ontkennend op de vraag of hij nog woede voelt, “naar Salomé toe.”