Lachen naar het digitale vogeltje

VERBAZINGWEKKEND feit: Nederland telt momenteel bijna achteneenhalf miljoen fototoestellen. Een gigantisch aantal, alleen overtroffen door de angstwekkende aantallen schoenendozen vol foto's die nog op inplakken liggen te wachten.

Foto's zijn maar onhandelbare dingen. Afdrukken en negatieven raken gemakkelijk zoek. Negatieven zijn teer, vatbaar voor beschadiging door huidvet, kreuken, stof en schimmel, en lastig te bekijken en te beoordelen. Bovendien heeft onbelichte en onontwikkelde film de onhebbelijke gewoonte te bederven, wat bij rolletjes gekocht op de bloedhete boulevard van Alicante nog wel eens tot nare verrassingen kan leiden. En dan het wegwerken van onvolkomenheden zoals krasjes, stofjes en opdringerige wratten en puistjes: dat is waar kunstenaarswerk met loep en penseel.

Ondanks al die nadelen hebben pogingen om de ouderwetse film te vervangen door een handelbaarder, digitaal medium, nog maar weinig succes gehad. Alleen in de professionele fotografie begint de digitale foto nu echt flink door te dringen. Digitale fotografie van hoge kwaliteit is vooralsnog domweg te duur voor de gewone markt. Dat heeft een aantal redenen. Zo zijn er nog geen betaalbare, echt goede digitale camera's, en zijn scanners - een soort kopieermachines die gewone foto's in computerbestanden omzetten - pas sinds kort min of meer betaalbaar geworden. Verder kosten foto's, zelfs met compressietechnieken als GIF en JPEG, nog altijd een hoop schijfruimte.

Voor vertoning op het beeldscherm is het nog wel te doen. Een standaard beeldscherm is maar 640 bij 480 beeldpunten groot. Bevat een fotobestand meer beeldpunten, dan is de foto groter dan het scherm - en dus maar slecht te bekijken, of wordt de informatie die 'tussen de puntjes' valt genegeerd, en dat is verspilling van schijfruimte. Maar dunnen we een kleurenfoto zo uit dat hij het beeld bij gebruik van alle aanwezige informatie zo goed mogelijk vult, dan is het bestand waarin die informatie zit opgeslagen nog altijd ten minste honderd kilobytes groot. Een rolletje film komt zo minimaal op pakweg 3,5 megabyte uit. In dat tempo is ook een forse harde schijf gauw vol, en de lol eraf.

En dan nog, net als bij televisie is wat er op het scherm best aardig uitziet in feite van een abominabele kwaliteit. Voor echt mooie afdrukken zijn veel meer beeldpunten per strekkende centimeter nodig, en heel wat betere kleurenprinters. Twaalfhonderd punten per inch levert resultaten die een kiekje recht doen, maar bij zo'n resolutie knallen de bestanden waarin die foto's zitten genadeloos de pan uit. Vele megabytes per foto, dat is voor de gemiddelde PC-bezitter geen haalbare kaart. Toch worden de kansen voor de digitale foto naarmate schijfruimte goedkoper wordt steeds beter. Sommigen nemen daar nu alvast een voorschot op en Nederland spreekt op dit terrein een woordje mee. Of beter: een Nederlander. Adriaan Ligtenberg was ooit hoogleraar computerarchitectuur in Amsterdam, maar verhuisde naar de Amerikaanse westkust om zijn eigen bedrijf op te richten: STORM, inmiddels na een overeenkomst met scannerfabrikant Primax STORM-Primax geheten. Ligtenberg heeft inmiddels onder de naam EasyPhoto een hele lijn van producten voor de kiekjesmaker-met-computer op de markt gebracht, waaronder twee goedkope scanners en software om foto's mee te ordenen, te bekijken en te retoucheren.

Ligtenbergs spullen zijn vooral psychologisch slim bedacht. Computerapparatuur schrikt nog altijd veel mensen af, dus noemt hij zijn scanner geen scanner, maar een fotolezer en lijkt hij sterk op de vertrouwde fax. Zijn tweede type scannner is helemaal slim bedacht: een doosje dat als een diskettestation in de computer past, en waar op dezelfde manier als diskettes standaard-formaat foto's in gaan. In feite is het een scanner met heel beperkte mogelijkheden, maar het ziet eruit en werkt als een diskettestation, en dat kennen de mensen.

Die scanners worden aangevuld met een speciaal fotoprogramma, dat werkt onder Windows en Apple. Bij het starten verschijnt op het scherm een venster met daarin een leeg filmpje, compleet met transportgaatjes. Op dat filmpje kunnen foto's gezet worden vanaf de schijf of een cd, of via een scanner (bij voorkeur natuurlijk Ligtenbergs eigen product, maar elke andere scanner werkt ook prima). De kleine plaatjes op het filmpje kunnen met een simpele dubbelklik op ware grootte bekeken worden, en geretoucheerd. Er zijn wat standaard-bewerkingsfuncties ingebouwd, plus wat zelfbedachte handigheidjes, zoals een functie om de gevreesde rode ogen weg te halen. Die functie maakt een donkerrode plek in een geselecteerd stukje van de foto slechts nog wat donkerder, iets wat met elk ander behoorlijk fotobewerkingsprogamma, bijvoorbeeld Photo Paint van Corel, uiteraard ook kan, maar het is aardig gevonden. Hetzelfde geldt voor de functie om krasjes weg te werken: dat is gewoon de doezelfunctie uit andere programma's, met een handig gekozen naam.

Niettemin, het geheel ziet er gelikt uit en oogt tamelijk simpel.

Minder mooi is dat EasyPhoto bij het scannen nogal forse JPG-bestanden produceert, bij dezelfde resolutie vaak dubbel zo groot als die welke andere programma's, zoals VuePrint, produceren. Waarom is een raadsel. Ook heeft EasyPhoto nogal wat moeite met bestaande bestanden. Heel wat met andere programma's tot JPG-bestanden gedigitaliseerde foto's worden ten onrechte geweigerd als 'beschadigd'. Ligtenberg motiveerde onlangs zijn vertrek naar Uncle Sam met de opmerking dat in Nederland niet het juiste klimaat heerst om tot de top van de wereld te behoren. Maar als hij dat echt wil, dan moet er aan EasyPhoto nog heel wat gesleuteld worden. In zijn huidige vorm is het niet meer dan een aardigheidje met gebreken voor de computervrezende leek.