Klassieke ballettechnieken

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Nieuw werk: The Language of Letting Go. Choreografie: Christopher d'Amboise. Muziek: Franz Schubert. Kostuums: Netty de Swardt. Licht: Mark Stanley. Muzikale medewerking: Noordhollands Philharmonisch Orkest o.l.v. Jan Stulen. Gezien: 13 september, Muziektheater, Amsterdam. Informatie overige voorstellingen: 020-5518225.

Twee reprises - Balanchine's Serenade en Toer van Schayks Spiegels Bevriezend vormen samen met de wereldpremière van The Language of Letting Go, gemaakt door de Amerikaan Christopher d'Amboise, het openingsprogramma van Het Nationale Ballet. De drie nogal uiteenlopende werken hebben één ding gemeen: het ruime gebruik van de klassieke ballettechniek. Christopher d'Amboise is een in Europa nog vrijwel onbekende choreograaf; alleen het Koninklijk Ballet van Vlaanderen heeft twee, zeer goed ontvangen, werken van hem op het repertoire. In Amerika echter heeft hij niet alleen naam gemaakt als danser bij het New York City Ballet maar ook als leider en choreograaf van het Pennsylvania Ballet. Een dansvernieuwer is hij niet, wel een uiterst vakkundig dansmaker met een natuurlijk gevoel voor ruimtelijke indeling, compositorische opbouw en voor het oproepen van een spanningsveld tussen traditionele en eigen bewegingsvormen.

De onzekere, zoekende relatie tussen mensen vormt het thema van The Language of Letting Go. Een groep vaag belichte figuren verplaatst zich in het openingsbeeld van links naar rechts.

Men geeft richtingen aan, initieert aanzetten tot verschuivingen, keert terug op een ingeslagen weg. De bewegingen verlopen hortend en stotend zonder echter hard of puur mechanisch te worden. De af te leggen weg is onvermijdelijk, de manier waarop roept aarzeling en onzekerheid op.

Het eerste duet, voortkomend uit het beginfragment, toont in versterkte mate die aarzeling. De verbondenheid tussen de man en vrouw is evident en intens, en toch is er constant een behoedzaamheid in de omgang met elkaar. Die uit zich in een wegschuivend of tegenstribbelend been, een afwerende hand, een plotseling veranderen van richting. Soms wordt een pose even verdubbeld via een flauw oplichtend ander paar op de achtergrond. Een toekomstbeeld, een herinnering?

Dat eerste duet is het sterkst, de daarop volgende onderdelen - een trio en een door een tweede paar uitgevoerd slotduet , beide ingekaderd en gereflecteerd door een groep van zes paren - hebben een minder uitgesproken emotionele geladenheid. Het totaal is een boeiende, heldere choreografie met een ongeforceerde eigenheid, mooi aansluitend op en tegelijkertijd ook contrasterend met de gekozen muziek van Franz Schubert (georkestreerde delen uit strijkkwartetten ).

Er werd voortreffelijk gedanst door Marieke Simons en Alfredo Fernandez als het openingspaar en door Nathalie Caris en Jahn Magnus Johansen. Opvallend mooie dansprestaties waren er ook te zien van Jane Lord en Sofiane Sylveen Anna Seidl in Serenade en van Clint Farha en Bruno Barat in Spiegels Bevriezend.