Integere wetenschap

Integrity in Scientific Research. Serie van vijf video's vergezeld van een 'Discussion and Resource Guide', uitgebracht door de American Association for the Advancement of Science. Prijs: $ 79.95. Inlichtingen en bestellingen: tel. 00 1 202 326 6600.

OP 24 SEPTEMBER dient aan het gerechtshof in Seattle (Washington) een opmerkelijke zaak. In het strijdperk treden twee Amerikaanse biotechnologiebedrijven, Cistron en Immunex, ieder gesteund door een leger advocaten en wetenschappers. Hun geschil raakt een zenuw van het wetenschappelijk bedrijf: dat van de peer review. Hierbij vraagt een tijdschrift aan enkele referees, vaak collega-onderzoekers in hetzelfde vakgebied, een ter publicatie aangeboden artikel in vertrouwen te beoordelen. Een referee - van wie de identiteit alleen bij het tijdschrift bekend is - wordt geacht van deze voorkennis geen misbruik te maken. Maar, luidt nu de vraag in Seattle, wat is de rechtskracht van dit systeem buiten de muren van het laboratorium?

Het geschil tussen Cistron en Immunex vindt zijn oorsprong in 1983. In december van dat jaar stuurde Philip Auron een artikel naar Nature waarin hij claimde interleukin-1 (IL-1) te hebben geïsoleerd, een eiwit dat een rol speelt in het menselijk afweersysteem. Het onderzoek, waarin verschillende academische instituten participeerden, was gefinancierd door Cistron. Een van de referees was Steven Gillis, toen werkzaam voor Immunex, een concurrent van Cistron. Gillis meldde Nature dat ook hij bezig was IL-1 te isoleren en adviseerde negatief over publicatie omdat de data niet zouden kloppen. Aurons artikel werd afgewezen. Juni 1985 publiceerde Gillis in Nature een eigen IL-1 artikel.

FATSOEN

Volgens Cistron heeft de Immunex-onderzoeker het artikel van Auron gekopieerd en aan collega's in zijn bedrijf ter hand gesteld. Het zou de weg hebben gewezen naar ontdekkingen, octrooien en fondsen. Als bewijs voert het bedrijf aan dat een DNA-volgorde uit het Auron-manuscript door Immunex is overgenomen om, inclusief foutjes, in een octrooiaanvraag te worden verwerkt. Gewezen op de aanwezigheid van Aurons 'vingerafdruk' in de octrooiaanvraag spreekt Immunex van een 'administratieve fout'. Volgens Immunex zouden de richtlijnen die de biomedische tijdschriften bij peer review hanteren 'vaag' zijn en 'sterk uiteenlopen'. Cistrons wens om gegevens achter te houden zou niet stroken met een beleid om met academische onderzoekers, die vrij zijn te publiceren, in zee te gaan.

Cistron versus Immunex zou het prima doen tijdens een discussiemiddag 'fatsoen in de wetenschap' met studenten, promovendi of post-docs. Moeten onderzoeksgegevens worden gedeeld? Wat zijn de regels bij publiceren? Wie mag auteur zijn? Wat is de rol van de onderzoeksleider? Wat zijn de consequenties van samenwerking met de industrie? Hoe ga je om met wetenschappelijk wangedrag? Hoe bescherm je wistleblowers (verklikkers)? Wat te doen als vitale informatie, die je niet hoort te kennen, van buiten 'per ongeluk' komt aanwaaien? Het zijn grijze gebieden in de wetenschap, met dilemma's die zich niet ondubbelzinnig laten oplossen.

In Amerika was het afgelopen decennium ruim aandacht voor wetenschappelijk wangedrag, met kopstukken als Robert Gallo (de aidsonderzoeker die ten onrechte prioriteit voor het isoleren van het virus claimde) en David Baltimore (de moleculair bioloog en Nobelprijswinnaar die co-auteur was van een artikel in Cell waarin met gegevens is geknoeid) in een negatieve hoofdrol. Het Congres reageerde met hoorzittingen en riep een Office on Scientific Integrity in het leven dat als een soort A-team wetenschappers die in de fout zouden zijn gegaan, najoeg en aanklaagde - waarbij inmiddels grote blunders zijn begaan. In brede kring is bepleit ethiek in de opleiding tot onderzoeker expliciet aan de orde te stellen.

Deze zomer stelde de American Association for the Advancement of Science (AAAS), uitgever van het weekblad Science, het thema 'integriteit in wetenschappelijk onderzoek' aan de orde met vijf korte gedramatiseerde video's. We zien Bruce's studiemaat, die onderzoeksvoorstellen beoordeelt, op een borrel vitale informatie verklappen, Peggy krijgt geen knock-out muizen van Jim omdat het farmaceutisch bedrijf dat zijn onderzoek financiert dwarsligt, ambitieuze Harriet wil geen co-auteurs bij haar artikel en wistleblower Sandy, die Kevin heeft zien manipuleren met onderzoeksgegevens, vindt bij haar baas geen gehoor. Plaats van handeling is steeds een biomedisch laboratorium, een wereld waar de omloopsnelheid hoog is en het financiële belang groot. Maar de dilemma's laten zich eenvoudig vertalen naar andere gebieden van wetenschap.

“Een beetje Amerikaans tuttig”, oordeelt prof.dr. Ronald Plasterk, biomedisch onderzoeker aan het Nederlands Kanker Instituut, over de video's (totale speelduur: 44 minuten). Maar als inleiding op een discussie acht hij ze geschikt, omdat ze de kwesties niet zwart-wit stellen en open einden hebben. Plasterk: “Het probleem met peer review is dat je iets niet kunt 'ontweten'. Tijdschriften laten hun artikelen juist met opzet beoordelen door experts die met hun onderzoek in de buurt zitten en zien niet graag dat je het om die reden ongelezen terugstuurt.”

Rafels weglaten is fout, vindt Plasterk. “Als van de tien verdunningen het er twee niet doen, moet je dat niet wegmoffelen maar open kaart spelen. Als een effect evident is, maar er zit nog een rafel aan, is het de kunst anderen van jouw interpretatie te overtuigen. Andersom moet je als reviewer in je beslissing omtrent het accepteren niet gaan zitten zeuren over onbelangrijke punten maar je afvragen in hoeverre kritiek ook de hoofdlijn van het artikel aantast. Als er problemen zijn, is dat nog geen reden het laboratorium te overvallen en de notebooks uitpluizen, zoals de FBI deed bij de affaire Baltimore. Anders krijg je een Gestapo-sfeer. Notitieboekjes moeten nooit een proces-verbaal functie krijgen, dat leidt er maar toe dat je ze heel anders gaat bijhouden.”

TWEE WALLETJES

Wat Plasterk bij de samenwerking tussen academisch onderzoeker en de industrie, onderwerp van de derde video, irriteert is dat de industrie van twee walletjes wil eten. “Eerst maakt zo'n bedrijf gebruik van de bereidheid van de academische onderzoeker alle data op tafel te leggen, en als er dan wat teruggeven moet worden, op de video een knock-out muis, gaan de luiken plotseling omlaag. Op dezelfde manier heb ik in een NWO-werkgemeenschap problemen gehad met jongens van Unilever. Die zaten er steeds bij, hoorden al ons werk aan, hielden zelf een voordracht over de smaakstof thaumatine maar toen ik vroeg waar het naar smaakte begonnen ze te draaien. Ze mochten het niet zeggen omdat je niet iets mag patenteren als het in het openbaar is gepresenteerd. Dat kan niet. Als onderzoekers uit de industrie willen meedraaien in het publieke circuit hebben ze zich aan de regels te houden, anders moeten ze wegblijven. Wie zich door de industrie laat binden en een reputatie opbouwt van horen, zien en zwijgen, ligt eruit.”

Video vier gaat over auteurschap. “Daar is vaak gedoe over”, zegt Plasterk. “Eerste auteurschappen zijn belangrijk, maar een paar tweede auteurschappen erbij zijn voor een promovendus zeer waardevol. Als teamleider organiseer je het onderzoek zo dat als het even kan iedereen aan eerste auteurschappen toekomt. Dat betekent dat je het werk soms anders verkavelt dan uit oogpunt van het laboratorium als geheel optimaal zou zijn. Zelf is de teamleider laatste auteur. Dat de directeur van een instituut die plaats opeist, zoals in de medische wereld soms nog het geval is, vind ik absurd.”

De beste garantie tegen ontsporingen zijn rolmodellen, concludeert Plasterk. “Alsjeblieft geen aparte colleges ethiek of fatsoen, de regels moet je van je baas leren, op het lab. Het moet ook in je zitten. De belangrijkste leidraad bij ethische kwesties is toch wat je op je vijfde van je moeder hebt geleerd: je mag niet liegen, niet pikken, je moet aardig zijn en je moet eerlijk delen. Op termijn word je nooit beter van gesjoemel. Zo'n laboratorium is een glazen huis, ik weet van al mijn collega-onderzoekers wat voor moraal ze erop nahouden, de dingen worden zo doorverteld. Rijk word je niet in het vak, je belangrijkste kapitaal is je reputatie.”

    • Dirk van Delft