Hebt u wat geld voor eten?

Heb ik een kop die uitnodigt tot het stellen van bedelvragen? Of is het de combinatie van mijn leeftijd en sekse: vrouw van midden vijftig? Prototype van alle moekes? Gisteren was het weer prijs.

De stem naast mijn oor laat niet af. “Zo'n honger, mevrouw.” Wijs geworden vraag ik: “Honger? Okay, ik kan wel een paar boodschappen voor je kopen.” Hij rent niet weg, maar begint te huilen. Oprecht of geacteerd? Ik weet het niet. Straks verhandelt hij de boodschappen natuurlijk meteen voor dope. Zal ik het nooit leren?

“Wat heb je nodig?” vraag ik. “Brood en kaas”, antwoordt hij, en legt vervolgens een huzarensalade ter grootte van een taart in mijn winkelwagen. Ik bekijk de 'taart' kritisch, waarop hij uitlegt dat hij op straat woont en dus kant-en-klaar spullen moet kopen. Pijlsnel jaagt hij door de winkel en komt aanrennen met twee flessen Grolsch en twee pakken kaasgarnalen. “Jezus”, zeg ik. “Ik leef óók van een hongerloontje en drink zelf geeneens Grolsch. Ga die maar ruilen voor goedkoper bier. En één pak van die garnalen vind ik voldoende. Je bent wel een luxepaardje, zeg.” Hij lacht vrijmoedig en gaat de flesjes ruilen. De prijzen van het bier kent hij op zijn duimpje. Daarna laadt hij een flink stuk kaas in en een tube mayonaise omdat hij geen boter heeft. Nu nog brood. “Maanzaad, hebben ze geen maanzaad? Dat is lekker.” Hij pakt het slapste witbrood. Ik adviseer bruin. Wij sluiten een compromis: een half wit en een half bruin.

Als ik bij de kassa sta, rent hij nog steeds door de winkel. Vlak voor het afrekenen legt hij met een verontschuldigende lach nog een pak chips op de band. Terwijl ik mijn bloemkool en de reclametomaten in mijn tas doe, zegt hij dat hij mij tof vindt. Ik kijk hem niet aan. Ik begin ze te haten, die paria's. Buiten de winkel staat weer zo'n schlemiel, te vies om aan te zien: “Daklozenkrant!”

    • Monica Metz