GEKETEND 1

Het artikel in W&O van 31 augustus met als thema 'Het geketende onderzoek' van Dirk van Delft vraagt om enige nuancering. Het artikel, deels opgetekend uit de mond van een tweetal ex Shellmedewerkers, suggereert dat fundamentele (basic) research in de industrie in de afgelopen jaren een zachte dood is gestorven.

De Research-organisatie van Shell, dus ook het laboratorium aan het IJ in Amsterdam, is sinds enige tijd betrokken bij een grote herstructurering van Shells centrale organisatie. De insteek daarbij is om de tot nu toe gehanteerde, complexe, matrix-structuur om te bouwen tot een business-gestuurde organisatie, waar ook 'Research' deel van uitmaakt. Het voornaamste doel daarvan is om 'Research' directer te betrekken bij de verwezenlijking van korte- maar ook lange- termijn doelen van de business. De uitgangspunten van deze nieuwe organisatie worden ook in de researchgemeenschap breed gedragen. In een dergelijke opzet is het gerechtvaardigd om ook 'fundamentele research' de vraag te stellen wat haar bijdrage - op termijn - aan het businessresultaat kan zijn. In het artikel wordt gesuggereerd dat in de 'goede oude tijd' grote industriële laboratoria fundamentele researchgroepen konden handhaven, waarin onderzoekers in absolute vrijheid te werk gingen, resulterend in transistoren, thermoplastische elastomeren of andere baanbrekende nieuwe produkten. Recente analyses hebben echter laten zien dat dit zelden het geval is. Waar fundamenteel onderzoek vooral in bijdraagt is het aandragen van de gereedschappen die nodig zijn in het 'toegepast' onderzoek naar vernieuwing van produkten en processen. Het is derhalve van het grootste belang de aandachtsgebieden van het fundamentele onderzoek goed te selecteren en een goede communicatie met het toegepast onderzoek te bewerkstelligen. Dat dit zou hebben geleid tot een 'ketening' van het fundamentele onderzoek is onjuist: in die gebieden die voor Shell van belang zijn, bijvoorbeeld de katalyse, wordt nog steeds zeer diep en explorerend gegraven (verder dan aan menig universitair instituut) en is de uitdaging voor de (jonge) onderzoeker er niet minder om geworden. Ook de wijze waarop de relatie tussen de universiteiten en de industriële laboratoria wordt gekenschetst ('harder') behoeft enige nuancering. Dat deze relatie in de afgelopen 10 jaar is geïntensiveerd en de vormen van sponsoring in een stroomversnelling zijn geraakt, behoeft geen betoog. Ook zijn er wellicht een aantal voorbeelden van 'kant en klare projecten, inclusief restricties', welke bij de universiteiten zijn neergelegd.Het overgrote deel van de door Shell gesponsorde projecten aan universitaire en andere wetenschappelijke instellingen bevindt zich in de exploratieve sfeer, sluit nauw aan bij de taakstelling van universiteit en het interessegebied van de betrokken onderzoekgroep, en honoreert universitaire, wetenschappelijke belangen evenzeer als Shell-belangen. In onze ogen geeft het artikel met de kwalificatie van 'geketende research' een vertekend beeld van de situatie: de uitdagingen die worden gesteld aan (fundamentele) research en onderzoekers zijn eerder groter geworden. Dat daarbij intensiever wordt gekeken naar de doelen en de wijze waarop deze zouden kunnen worden bereikt, doet daaraan niets af.