Financiële problemen zijn het laatste taboe

Hoewel stukken voorzichtiger dan onze oosterburen, leeft ook een groeiend aantal Nederlanders deels op de pof. Want waarom nog sparen voor die mahoniehouten eethoek, een nieuwe auto of moderne breedbeeldtelevisie? In navolging van de Amerikanen vinden we consumptief krediet steeds normaler.

Vorig jaar stond een gemiddeld gezin, los van z'n eventuele hypotheek, voor vijfduizend gulden in het krijt bij financierings- en creditcardmaatschappijen, banken en postorderbedrijven. De afbetaling van die schulden loopt niet altijd vlekkeloos. En soms zelfs helemaal niet (meer). In het laatste geval behoort een persoon of gezin tot de groep van 200.000 huishoudens met problematische schulden. “Het klassieke idee dat dat alleen mensen met lage inkomens betreft, klopt niet”, zegt Jan Siebols, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) en tevens directeur van de Stadsbank in Leiden, een van de vijftig gemeentelijke kredietbanken.

“Iedereen kan financiële problemen krijgen. De afgelopen vijf jaar is de groep mensen met een hoger inkomen en toch een problematische schuld fors gegroeid.”

Volgens de NVVK heeft iemand financiële problemen wanneer hij aan het einde van de maand z'n vaste lasten (huur en energie) niet kan voldoen en tegelijkertijd niet(s) kan reserveren voor de dagelijkse boodschappen in de komende periode. Dat komt steeds vaker voor, weet Siebols. “De laatste jaren zijn we bezig een maatschappij in te richten waarin je snel in inkomen kunt dalen. Veertig jaar bij één baas is tegenwoordig een uitzondering; zelfs overheidsinstellingen ontslaan mensen, iets wat vijf jaar geleden ondenkbaar was. Daarbij verschraalt de sociale zekerheid. Dat vergroot de kans op een forse inkomensafname als je je baan of gezondheid kwijtraakt, en aangewezen bent op een uitkering.” Siebols signaleert meer sociale veranderingen die probleemschulden in de hand werken. Want naast de verhoudingen tussen werknemer en werkgever zijn ook persoonlijke relaties minder hecht dan voorheen. “Tegelijkertijd is wèl goed gebruik dat twee partners zich samen, op basis van een dubbel inkomen, diep in de schulden steken voor auto en huis. Dat maakt een eventuele (echt)scheiding financieel riskant.”

Schuldenproblemen kondigen zich meestal aan door een toenemende stapel aanmaningen in de brievenbus. Daarover praten mensen liever niet, weet Siebols uit de praktijk. “Hoe open we tegenwoordig ook zijn over onderwerpen als ziektes en sex, toegeven dat je het financieel niet rooit, blijft taboe.” De opeenstapeling van problemen die daardoor ontstaat, is lang niet altijd nodig, beklemtoont hij., “Kom je er zelf niet uit, modder dan niet door tot de deurwaarder op de stoep staat, maar zoek professionele hulp bij een kredietbank of budgetwinkel.”

De vijftig gemeentelijke kredietbanken die Nederland telt, verstrekken naast commerciële ook zogenaamde sociale kredieten. Die laatste leningen zijn er in twee soorten. Ten eerste financieringen voor mensen die, door hun lage inkomen of bezoedelde kredietverleden, elders geen lening tegen redelijke contractvoorwaarden krijgen, maar toch bijvoorbeeld een verhuizing of wasmachine moeten financieren. Ten tweede zijn er saneringskredieten. Siebols: “Wij bepalen wat iemand drie jaar lang boven z'n absoluut minimum inkomen kan afbetalen. Als dat voldoende is om alle schulden af te lossen, geven wij een saneringskrediet ter hoogte van dat bedrag en betalen alle schuldeisers af. Is iemands inkomen echter onvoldoende, dan treffen we afkoopregelingen met crediteuren. Banken, financieringsmaatschappijen en postorderbedrijven gaan daar nagenoeg altijd mee akkoord. Woningcorporaties doen wat moeilijker. Zij vinden het onlogisch dat de een z'n huur wèl betaalt en een ander niet.”

Afbetaling regelen is niet altijd afdoende als oplossing voor schuldproblemen. “Mensen maken soms compensatieschulden om negatieve gevoelens, bijvoorbeeld vanwege een echtscheiding, te bestrijden”, legt Siebols uit. “Ze gaan de stad in om zichzelf eens flink te trakteren, besteden geld aan alcohol of drugs, of compenseren hun onvrede met dure cadeaus voor de kinderen.” Om deze psycho-sociale problemen aan te pakken werken kredietbanken samen met het Algemeen Maatschappelijk Werk. Daarnaast heeft een toenemend aantal kredietbanken budgetadviseurs in dienst. Die consulenten leren iemand met een fors gedaald inkomen of gebrekkig inzicht in z'n financiële reilen en zeilen, rond te komen op een lager bestedingsniveau. “We proberen mensen zo snel mogelijk financieel weer zelfstandig te maken. In veel gevallen heeft dat succes.” Professionele hulp inschakelen op eigen initiatief kan overigens ook. Een groeiend aantal gemeentelijke kredietbanken exploiteert tegenwoordig een Budgetwinkel. Iedereen met (dreigende) financiële problemen kan daar terecht voor gratis advies.

Informatie over Budgetwinkels en gemeentelijke kredietbanken geeft het verenigingsbureau van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (036-53 455 15