Diekstra's voorgangers

In de actuele plagiaatdiscussie is er op gewezen dat het onbekommerd werken met andermans teksten niet ongebruikelijk is bij hen die zich geroepen voelen hun medemens te helpen. Zij zouden in dezen de opvolgers zijn van de christelijke zielenhoeders die wijsheid van anderen kopieerden om te stichten en te helen.

Zo'n voorganger was Petrus Wittewrongel (geb. 1609), vooral bekend van zijn strijd met Vondel over diens Lucifer. Deze uit Zeeland afkomstige herder en leraar wenste onze hoofdstad - die hij door geestelijk en zedelijk verval bedreigd zag - “nader te reformeren”. Die doelstelling zou het best gerealiseerd kunnen worden wanneer huisvaders en -moeders zich “exemplarisch” zouden bekeren en zich zouden toeleggen op de beoefening van de christelijke deugden en plichten in hun gezin.

Daartoe hield hij talrijke preken die, na bewerking, in 1661 in twee kwatrijnen zijn uitgegeven. Dit werk, Oeconomia Christiana afte Christelicke Huyshoudinghe, staat uiteraard vol bijbelaanhalingen. Tevergeefs zoekt men echter naar andere literatuurverwijzingen. Waren die tweeduizend stichtelijke pagina's allemaal aan Petrus' eigen geest ontsproten? Op die vraag was de auteur blijkbaar voorbereid, want hij erkende in het voorwoord, de beste auteurs en vooral die van Engelse origine te hebben “ingezien”. Een hint die mij op het spoor bracht van de puriteinse domestic conduct books.

Tekstvergelijking leverde het bewijs dat honderden pagina's vertaald waren uit het Engels (vgl. De nadere reformatie van het gezin, Dordrecht 1984). Een compilatie van gekopieerde teksten, een evident geval van plagiaat. Was dat toen en in zijn kring geen enkel probleem? In de zeventiende eeuw heb ik weliswaar nog enige ernstige gevallen van overschrijverij aangetroffen, maar geen 'tweede Wittewrongel'.

Het 'pronken met andermans veren' was zeker niet in overeenstemming met de 'scrupulositeit' die gereformeerde moralisten hun tijdgenoten voorhielden. Wittewrongels argumentatie dat hij slechts het zielsbehoud van zijn lezers wilde dienen en daartoe zelfs zijn nachtrust opofferde, zal zijn critici gesterkt hebben in hun oordeel dat hij een echte 'Farizeeuw' was. Overigens was door dit 'heilig kopiëren' zijn gezondheid geruïneerd, hij overleed op 53-jarige leeftijd.