De bezielde neutraliteit

Ik las in de krant dat premier Kok iedere maandagmiddag bij de Koningin op bezoek gaat. Nu al twee jaar lang, week in, week uit.

Ik wist dat eerlijk gezegd niet. In mijn onschuld had ik aangenomen dat het zakelijk contact tussen die twee beperkt bleef tot het doorfaxen van de tekst van de Troonrede. Zo ergens eind augustus, begin september. Het werkethos van de minister-president kennende, zou hij zeker niet meer tijd verspillen aan zijn staatsrechtelijke verplichtingen jegens het Oranjehuis. Uitgebreid ten paleize theedrinken, nota bene op de eerste werkdag van de week, zou indruisen tegen ieder concept van efficiënt landsbestuur, en bovendien uitermate oncollegiaal zijn jegens zijn ministers, die op dat tijdstip volop in de slag zijn het paarse beleid tot aan de volgende kabinetsvergadering op de rails te houden.

Maar toch doet hij het. Oncollegiaal of niet, iedere maandagmiddag, stipt om twee uur meldt premier Kok zich aan het hek van Huis ten Bosch. Op dat moment vertrekt vanuit de keuken de trolley met thee, kaakjes en spuitwater naar de werkkamer van Hare Majesteit.

Als we de vakanties niet meerekenen, en de paar maandagen die verloren gingen aan een ongelukkig gepland staatsbezoek, komen we tot nu toe, voorzichtig geschat, op tenminste 150 uur contacttijd in de loop van de paarse regeerperiode. Tête-à-tête.

Een beetje psychiater kan daarmee behoorlijk uit de voeten. Het is genoeg voor het opbouwen van een vruchtbaar rapport tussen cliënt en therapeut, waarbinnen een gezonde free flow van associaties mogelijk is. Overdracht en tegenoverdracht krijgen in zoveel wekelijkse zittingen alle kans.

Wat dat betreft is het aannemelijk dat, ook al gaat het hier om een contact tussen twee leken, die 150 uren theedrinken in communicatief opzicht heel wat zijn gaan betekenen voor Vorstin en Premier. Wellicht kunnen ze niet meer zonder.

Maar zeker weten doen we dat niet. We weten alleen dat ze contact hebben, en hoeveel, maar wat het contact inhoudt, blijft giswerk. Want aan ons, onderdanen van Beatrix en kiezers van Kok, “wordt over gesprekken tussen staatshoofd en ministers en besluiten die daaruit voortvloeien niet gerapporteerd”, verklaarde de minister-president vorige week vrijdag.

Dus dan maar gissen. In onze volwassen democratie worden we daarbij gelukkig geholpen door een groeiend leger lekkende ambtenaren, diplomaten en hovelingen, zodat ons toch enig zicht geboden wordt op het allerhoogste niveau van besluitvorming in ons land.

Welnu, ondanks het feit dat de premier niets wil bevestigen of ontkennen, rijst uit de recente poel lekwater het beeld op dat het met die besluitvorming prima in orde is.

Zeker, er wordt thee geserveerd, er wordt vaak nog een tweede kopje ingeschonken, en als het heel laat wordt komt de spa op tafel, maar dat neemt niet weg dat er iedere week door de premier en de vorstin keihard gewerkt wordt. Er is geen sprake van ritueel lanterfanten, laat staan dat er in de relatiesfeer heen en weer gebabbeld wordt op die maandagmiddag. De onderwerpen van gesprek zijn altijd belangrijk, ze worden door beide partijen goed voorbereid en het gebeurt nooit dat de premier onverrichter zake naar zijn Torentje terug reist. Er zit altijd wel een, tot op de komma uitgewerkt concept voor een kabinetsvoorstel in zijn tas.

Waar alle lekkende informanten het over eens zijn, is dat koningin Beatrix tot die zeldzame topadviseurs in ons land behoort die het bedongen honorarium ten volle waard zijn. Misschien is zij zelfs de enige. Door een uitzonderlijke combinatie van staatsrechtelijke know how, een aangeboren Fingerspitzengefühl voor wat het volk verlangt, een solide zedelijkheidszin en een schier onmetelijk netwerk van hoogwaardigheidsbekleders is zij in staat voor elk politiek probleem een passende oplossing aan te dragen.

Haar onpartijdigheid is spreekwoordelijk en juist in deze paarse periode zo bruikbaar voor een premier die zelf ook zo graag overal boven wil staan. Koningin Beatrix belichaamt het paarse ideaal van de bezielde neutraliteit. En ze heeft daar al meer dan twintig jaar ervaring mee. Dat kun je van de oud-voorzitter van de vakcentrale niet zeggen. Het zou daarom van slecht staatsmanschap getuigen als hij niet elke maandagmiddag van deze eminente vakvrouw gebruik zou maken.

Zolang de overdracht en de tegenoverdracht binnen de perken van het staatsrecht blijven, is daar niets engs of ondemocratisch aan.

Maar, zoals gezegd, het blijft gissen.