Dansende kunstkenners in een virtuele danszaal

Aubette, la grande salle des fêtes. Morgen, Ned.3, 21.01-22.00u.

Een groepje gerenommeerde kunstkenners - onder wie Carel Weeber, Louis Lehmann, K.Schippers, Carel Blotkamp en Benno Premsela - gezeten in de gerestaureerde danszaal Aubette in Straatsburg hun mening te horen geven over dit werk van Theo van Doesburg uit 1926 - dat ligt binnen de lijn der verwachting. Maar dat deze eerbiedwaardige heren in het morgen door de VPRO uitgezonden programma Aubette, la grande salle des fêtes vervolgens onder leiding van de choreografe Karin Post een ballet uitvoeren - dat mag toch wel opmerkelijk heten. Vooral als je bedenkt dat de danspassen niet zijn uitgevoerd in de zaal in Straatsburg, maar in een studio in Hilversum, waarbij de danszaal, of althans visuele variaties erop, met computertechnieken zijn toegevoegd als 'virtual reality'.

“Het is een beetje rare film geworden, met veel elementen door elkaar heen”, zegt Frank Alsema (38), regisseur van het programma. Aubette lijkt aanvankelijk een eerbetoon aan Van Doesburg, een van de prominenten in de avantgardistische Stijl-beweging in de jaren twintig. Die zag zijn in geometrische gestrengheid opgetrokken danszaal in Straatsburg al spoedig na de opening verknald door tapijtjes op de tafels. Het duurde niet lang voordat het geheel met warme, gezellige materialen afgetimmerd en aan het oog onttrokken werd. Pas twee jaar geleden werd de Aubette in de oorspronkelijke staat hersteld.

Aubette is in de eerste plaats bedoeld als een dansfilm, waarbij de zich - overigens met sterk wisselend talent - op de dansvloer begevende heren gelukkig gezelschap krijgen van een groepje lieftallige danseressen in charleston-kostuumpjes. Die danseressen hebben - in tegenstelling tot de heren - de zaal in Straatsburg overigens nooit gezien. De meeste dans in het programma is in de studio opgenomen. Pas later zijn de virtual-reality elementen aan het programma toegevoegd, waarbij overigens Van Doesburgs bouwtekeningen als uitgangspunt zijn genomen.

Opnamen van de zaal in Straatsburg en van de studio lopen aldus door elkaar heen, op een voor de kijker veelal ondoorgrondelijke wijze. En er zijn nog veel meer trucage-elementen, filmopnamen van Laurel en Hardy bijvoorbeeld, die als er een deur opengaat, plotseling tevoorschijn komen. Het verband tussen dit alles en Van Doesburg, de danszaal of de Stijl is niet altijd voor de hand liggend. Choreografe Post is echter van mening dat de gevolgde benadering geheel in de geest van Van Doesburg is: “als hij nog geleefd had, dan had hij gebruik gemaakt van computers en het geheel zo vormgegeven”.

Maar toch: als je de zaal Aubette, waarom het in het programma toch allemaal begonnen is, in virtuele zin aanpast aan je eigen smaak en er een parafrase op maakt, de kleuren ervan veranderend, handel je dan eigenlijk niet net zo als degenen die Van Doesburgs ontwerp onherkenbaar vertimmerden? “De film is geen document over Van Doesburg en dat is ook nooit de bedoeling geweest”, zegt regisseur Alsema. Aubette moet, volgens de makers, gezien worden als 'een nieuw soort kunstwerk'.

Alsema: “De zaal in Straatsburg was technisch niet geschikt om er het gehele programma in op te nemen, zodat we aanvankelijk dachten dat we hem dan maar virtueel in de studio moesten nabouwen. Maar de computer brengt natuurlijk altijd een verandering aan. De kleuren worden feller, wat chromatischer bijvoorbeeld. Al vlug kwamen we zo tot de gedachte dat het mooier en zuiverder was als we onze interpretatie van de Aubette zouden geven. Als we van de nood een deugd zouden maken, mag je wel zeggen”.

Aubette is een van de eerste programma's van de Nederlandse televisie, waarin computer-gegenereerde beelden zo'n grote rol spelen. De nieuwste techniek maakt het al mogelijk om in beeld ook echte mensen te vervangen door computerbeelden, maar die techniek gaat het rekenvermogen en het budget van de virtuele studio van de NOB, waar het programma grotendeels tot stand is gekomen, voorshands nog even te boven. Bij de studio-opnamen bewogen de dansers zich - soms zichtbaar ongemakkelijk - door een egaal-blauwe ruimte. Dat blauw heet in vaktaal een 'chromakey', een gekleurd vlak waarin door de computer andere beelden kunnen worden ingevuld.

Zulke chromakey's bestaan nu alweer zo'n twintig jaar, maar dat geldt bepaald niet voor de in de film gepraktiseerde samenvoeging van beelden van verschillende herkomst. Die effecten zijn met de nieuwste technieken vervaardigd door een veelheid van technici, op grond van een voor de opnamen al vervaardigd 'story-board', oftewel visueel scenario. De postproduktie van het programma in de virtuele studio heeft dan ook weken langer geduurd dan alle opnamen bij elkaar. “Het is typisch voor de toepassing van deze technieken”, vertelt Alsema, “dat de realisatie van een programma uiteenvalt in kleine stukjes, waarbij steeds één iemand soms dagenlang bezig is met de realisatie van een sequentie van soms maar enkele seconden. Pas in een laat stadium is het weer mogelijk zicht te krijgen op het geheel van de uitzending”.

“Het is een raar vaarwater waarin je terecht komt”, meent de regisseur. “De manipulatie van het beeld wordt steeds ingrijpender”. De kijker kan er steeds minder van op aan, dat wat hij op zijn televisiescherm (of foto of filmdoek) ziet nog enige basis heeft in de fysieke werkelijkheid. Het bekendste voorbeeld in de huidige televisie is te vinden bij de BBC: maar weinig kijkers naar de nieuwsuitzendingen op BBC1 zijn zich er vermoedelijk van bewust dat die wijdse, blauwige decors aan het begin en het einde van de nieuwsuitzendingen van zeven en tien uur, geheel en al de vrucht zijn van computersimulatie.

Mag dat wel, is dat niet de kijker bedonderen? Als nieuws virtueel kan worden geënsceneerd of voetbalwedstrijden kunnen vertoond waaraan geen bal of spelers meer te pas komen, is dat niet het hellend vlak? “Ik denk dat deze technieken bij uitstek geschikt zijn om verhalen te vertellen”, meent Alsema, “of om emoties over te brengen, zoals in Aubette. Waarom zou dat altijd met acteurs, of echte mensen moeten gebeuren? Want laten we eerlijk zijn: er wordt tenslotte heel veel slecht geacteerd”.