BOLKESTEIN (3)

Het doet een geschiedenisleraar deugd als een politicus wijst op het belang van historische kennis voor de vorming van jonge mensen. De heer Bolkestein is bang, dat in het nieuwe eindexamenvak Mens- en Maatschappijwetenschappen de bestaansverheldering die dit vak beoogt uitsluitend het hier en nu geldt.

Maar is de heer Bolkestein eigenlijk op de hoogte van de gevolgen van de invoering van de basisvorming op het vak geschiedenis? Zoniet dan kan het uitermate leerzaam zijn voor hem (en andere politici) om een blik te werpen in een willekeurige geschiedenismethode voor de onderbouw. Hij zal er weinig jaartallen in aantreffen en met de chronologie wordt creatief omgesprongen. Feitelijke informatie over historische gebeurtenissen en onderwerpen worden ingedikt en gegeneraliseerd tot algemeenheden en begrippen zoals economie, (on)gelijkheid rijk/arm, man/vrouw, kind/volwassene, politiek, oorlog enzovoorts enzovoorts. Het verleden is ontmand, heeft zijn authenciteit verloren en daarmee zijn charme en zin. De kapstokfunctie van de feiten is helemáál spoorloos. Stuurloos drijft de leerling in een soep van 'historische' begrippen. Wil men in de bovenbouw serieus geschiedenis tot een basisvak maken zoals Nederlands en wiskunde dan zal men het allereerst in de onderbouw van het voortgezet onderwijs moeten bevrijden uit de wurggreep van de politieke ideologie en van het begrippenkader van de sociale wetenschappen.