BLADEREN, SURFEN EN GRASDUINEN

Tot voor kort bepaalde Wouter van de Westeringh, docent maatschappijleer aan het Calscollege in Nieuwegein, tot in hoge mate de onderwerpen waarover zijn leerlingen een werkstuk konden maken. Hij legde mappen klaar met algemene informatie over de door hem uitgezochte thema's en de leerlingen gingen daarmee aan de slag. Hoewel ze gebruik maakten van de bibliotheek, werkten ze vooral thuis aan hun werkstuk.

Nu het Calscollege sinds vorig schooljaar door het ministerie van Onderwijs uitverkoren is om uitvoering te geven aan het proefproject 'mediatheek' gaan de zaken anders. Van de Westeringh heeft voor zijn vak beschreven hoe de informatie die opgeslagen ligt in de mediatheek zelfstandig door leerlingen opengelegd kan worden. Ze kunnen nu - binnen de grenzen van het vak - zelf hun onderwerp kiezen en ze gaan met behulp van zijn handleiding op zoek naar de bronnen. Daarvoor grasduinen ze in naslagwerken, ze 'bladeren' in binnenlandse en buitenlandse kranten op CD-ROM, ze surfen op Internet of kijken naar video's. Leerlingen verzamelen hun informatie op school en verwerken deze ter plekke tot een werkstuk. Ook het scannen van foto's uit computerprogramma's, het 'knip- en plakwerk' en de belettering van hun steeds fraaier ogende producten gebeurt meestal op school. Een nieuw fenomeen heeft daarmee zijn intrede gedaan: leerlingen die tot ver na schooltijd in de mediatheek zitten te werken en naar huis gestuurd moeten worden als het gebouw dicht gaat.

De mediatheek op het Calscollege is een lichte ruimte waar oorspronkelijk alleen de bibliotheek met zo'n 13.000 titels was gevestigd. Die boeken staan er nog steeds, en er komen er nog steeds bij, maar achter de slingerende boekenkasten is nu een ruimte gecreëerd waar een zestiental computers van de modernste snit staan opgesteld. In dezelfde ruimte zijn nog drie cabines gebouwd waar leerlingen met koptelefoons op het hoofd video's zitten te bekijken. Naast de mediatheek is op uitdrukkelijk verzoek van de leerlingen een stiltelokaal gekomen, waar ze geconcentreerd kunnen werken, want achter de computers en de video's zitten vaak groepjes van twee of drie leerlingen die in onderling overleg een onderwerp aan het uitzoeken zijn.

De plotselinge aandacht voor de mediatheek heeft alles te maken met de plannen die het ministerie van Onderwijs heeft met de hoogste klassen van HAVO en VWO. Daar zal in de nabije toekomst minder eenvormig en minder klassikaal lesgegeven gaan worden. Leerlingen zullen veel meer dan nu eigen initiatief moeten tonen en van de docent wordt verwacht dat hij daarbij een begeleidende rol speelt. Deze onderwijskundige verschuiving, die onder meer de overstap naar het hoger onderwijs moet vergemakkelijken, heeft de hoopvolle benaming van 'studiehuis' meegekregen. Als leerlingen ontdekkend moeten gaan leren en niet meer alles van hun docent voorgekauwd krijgen, waar halen ze dan hun informatie vandaan? Uit de mediatheek, die een breed venster biedt op de rest van wereld en daarmee een centrale rol in het onderwijs moet gaan vervullen.

Marjolein (17, 5 HAVO) zit achter een van de zestien werkstations en is voor haar eindexamenvak handvaardigheid bezig met het onderdeel kunstbeschouwing. Het centrale thema is 'emoties' en daarvoor heeft ze met haar muis ingeklikt in het programma Art Gallery, vanwaar ze weer toegang krijgt tot de schatkamers van de Londense National Gallery. Na nog wat 'graven' komt ze terecht bij het schilderij waarover ze met behulp van de handleiding een beschouwing maakt: Venus en Adonis van de Italiaanse renaissanceschilder Titiaan. Omdat er geen docent bij de hand is en het programma in het Engels is, spreekt Marjolein zijn naam uit als die van een popster: 'Taaitaájèn'. Ze gaat met haar muis nog dieper het programma in en komt op die manier van alles te weten over de achtergronden van de schilder en het schilderij. Het is met deze programma's zelfs mogelijk om door animatie een drieluik dicht te klappen - helaas zonder het authentieke gekraak - of te zien hoe een schilder zijn schilderij in de loop van de tijd veranderd heeft. “Thuis zit ik nooit achter de computer”, zegt Marjolein, “maar voor dit soort opdrachten is het heel prettig dat je zelf op zoek kunt gaan naar je bronnen. De leraar blijft natuurlijk de centrale figuur, dit is iets wat er bij komt. Als je alles zelf uit de computer kon halen, zou je net zo goed thuis kunnen gaan zitten.”

Frank (17, 6 VWO) is zo'n jongen die vorig jaar tot sluitingstijd in de mediatheek te vinden was. Nu is hij er wat minder, zegt hij, want hij moet ook nog lezen voor z'n lijst. Hij vindt het erg prettig om zelfstandig opdrachten uit te voeren. Interactief onderwijs daagt hem uit, en blijkbaar gebeurt dat beter in de mediatheek dan in de klas. “Bovendien”, laat Frank weten, “deze zelfstandige manier van werken is een goede voorbereiding op het hoger onderwijs”.

Het gebruik van de mediatheek door leerlingen als onderdeel van de lesprogramma's raakt direct de positie van de docent, heeft conrector Peter Vijverberg het afgelopen jaar ondervonden. “Ze moeten er aan wennen dat ze niet meer de centrale figuur in de klas zijn, dat sommige leerlingen tijdens hun lesuren zitten te werken in de mediatheek. Maar wat doe je als ze buiten sigaretjes gaan roken en na veertien dagen nog niets hebben gedaan? Hoe ver kun je daarin gaan als middelbare school?” Daarnaast speelt het voor docenten soms wat moeilijke punt, dat hun leerlingen beter en sneller de weg weten op Internet en in de CD-ROM-krochten en dat de bronnen die ze aanboren niet altijd voor de leerkracht traceerbaar zijn.

De subsidie die het Calscollege van het ministerie heeft gekregen om het mediatheekproject uit te voeren wordt niet alleen gebruikt om te beschrijven hoe het gebruik van de mediatheek binnenschools ingebed kan worden in alle vakken, het is evenzeer de bedoeling dat deze kennis wordt doorgegeven aan andere scholen. Daarom organiseerde het Calscollege vorig jaar workshops waarmee inmiddels zo'n 75 scholen zijn bereikt. Dit jaar gaat men daarmee door. Aan het eind van de rit moet er een brochure liggen waarin precies beschreven wordt hoe middelbare scholen een mediatheek kunnen opzetten, hoe deze een rol kunnen gaan spelen in het lesprogramma en welke valkuilen beter vermeden kunnen worden.

“Een mediatheek is zeker niet zaligmakend”, relativeert conrector Vijverberg. “Het boek en de enthousiaste leerkracht zullen daardoor zeker niet uit het onderwijs verdwijnen”, laat docent maatschappijleer Van de Westeringh daar geruststellend op volgen. “Maar het is nu eenmaal zo dat langer dan zeven à acht minuten de spanningsboog niet gespannen kan staan bij de leerlingen.”