Beduusde genomineerde op Crossing Border

DEN HAAG, 14 SEPT. “Ik heb begrepen dat dit een erg jong festival is,” zegt schrijfster Manon Uphoff en ze kijkt de zaal in. “Bij mij heeft het verval helaas al ingezet. Als iemand zo een wit steentje voorbij ziet vliegen, let dan even op: dat is mijn kroon.” Uphoff zegt licht euforisch te zijn, al staat ze er op het podium wat beduusd bij: deze middag heeft de debutante gehoord dat ze met haar verhalenbundel Begeerte is genomineerd voor de AKO-literatuurprijs.

Nu ze deze avond staat voor te lezen op het Crossing Border Festival in Den Haag kiest ze helaas niet voor het verhaal Poep, dat door juryvoorzitter H. Vonhoff 's middags nog legendarisch werd genoemd - in het verhaal eet een man op straat de uitwerpselen van twee enorme Deense doggen op. Uphoff kiest voor een fragment uit Vlees: een verhaal uit dezelfde bundel, waarin een slagersdochter worstelt met de nering van haar vader.

Hoewel Uphoff met haar 34 jaar niet bepaald oud kan worden genoemd was ze gisteravond op het Crossing Border festival een van de oudere deelnemers. Het Haagse festival, dat zich richt op het overschrijden van grenzen (tussen literatuur en muziek, tussen oud en jong en tussen autochtoon en allochtoon) geeft veel ruimte aan jongere, onbekende kunstenaars. Dat gebeurt in het Theater aan het Spui in drie zalen tegelijk, waardoor het publiek rustig van optreden naar optreden kan kuieren, en er een gemoedelijke, informele sfeer ontstaat.

Gisteravond overheersten de jongere schrijvers. De Marokaanse auteur Hafid Bouzza las een nieuw verhaal voor, dichter Erik Lindner declameerde pathetisch zijn gedichten en de (ook al) jonge Marokkaanse schrijver Abdelkader Benali bleek grappig te kunnen vertellen over een jongen die van zijn vader les moet nemen in de moskee.

Maar het kan op Crossing Border ook gebeuren dat je een deur opendoet en plotseling wordt geconfronteerd met Bloem - een achttienjarige zangeres met een zilverkleurig gezicht en een paarse jurk, die met haar gitaar op schoot op een tafel zat, flesje tijmsiroop bij de hand. Ze zong haar hart en longen uit haar lijf en had wel wat weg van de IJslandse zangeres Bj⊘rk, maar dan ongekunstelder, en oneindig veel sympathieker.

Een opvallend optreden was dat van Natasha Gerson, auteur van de roman Plaatstaal, die voor een groot deel gaat over de kraakbeweging. Gerson las eerst een stuk over een beeldend kunstenares; vervolgens stak ze een lange tirade af tegen de Amerikaanse beeldend kunstenaar Andres Serrano, die korte tijd op verzoek van het Groninger Museum in Nederland heeft gewerkt.

De kern van Gersons betoog was, geloof ik, dat ze Serrano verweet mee te eten uit de Nederlandse subsidieruif en bovendien slecht werk te maken. Helemaal duidelijk werd dat niet - haar betoog bleef wat in het luchtledige hangen.

Vervolgens besloot Gerson haar optreden met een eigen versie van de soulklassieker People Get Ready, wat met haar ongeschoolde stem vertederend en ontroerend klonk. Dat ze opnieuw een sneer naar Serrano inlaste maakte niet meer uit; daarvoor paste haar lied te zeer in de grensoverschrijdende geest van het festival.