AAN DE FUIK ONTKOMEN; Leraren zoeken werk buiten de schooldeur

Veel leraren willen wel eens wat anders. Maar wat? Op school zijn te weinig andere baantjes. Transferable skills voor werk buiten het onder- wijs zijn er wel. Voor vrachtwagenchauf- feur, of schepen- verkoper.

JAN KROL (44) was leraar aardrijkskunde en geschiedenis op het Hengelose Twickel College toen hij in 1988 een Fulbright-beurs kreeg om drie maanden rond te kijken op middelbare scholen in de Verenigde Staten. Daar zag hij prachtige losbladige albums met full colour overhead-transparanten. “Ik zag er een aantrekkelijke markt voor in Nederland en benaderde de Amerikaanse uitgevers. Het is me gelukt de exclusieve rechten te krijgen voor distributie buiten de Verenigde Staten. In 1989 heb ik daarvoor mijn bedrijf TTE: Transparencies to Educate opgericht.”

Dat bedrijfje runde Krol de eerste jaren naast zijn volledige onderwijsbaan en vanuit zijn flat. “De eerste jaren werkte ik zestien uur per dag. Overdag gaf ik les, 's avonds en 's nachts werkte ik voor mijn bedrijf. Dat was te gek.” In 1991 nam hij een jaar onbetaald verlof. Daarna zegde Krol zijn baan op. Inmiddels heeft hij vijf mensen in vaste dienst en maakt hij gebruik van zo'n twintig thuiswerkers. Zijn kleurrijke folders in zes talen, voorbeeldtransparanten en mailings bereiken vrijwel alle scholen in West-Europa. Voor veel onderwijsvakbladen in binnen- en buitenland is hij de belangrijkste adverteerder.

Er zijn veel leraren die eigenlijk wel een andere baan zouden willen. Maar dat valt niet mee. Volgens een onderzoek van het Nijmeegse Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) is zowel de interne mobiliteit (docenten die binnen het onderwijs een andere functie vinden) als de externe mobiliteit (docenten die buiten het onderwijs een andere baan vinden) in het onderwijs zeer laag en ver beneden de behoeften. Per school zijn altijd maar een paar directieleden, maar uit het onderzoek bleek dat maar liefst een op de vijf leraren wel lid van de directie zou willen zijn.

STIJGEND VERZUIM

De Commissie Toekomst Leraarschap onder voorzitterschap van ex-Kamerlid Andrée van Es constateerde een aantal jaren geleden, dat per jaar slechts vier procent van de leraren van baan of functie verandert. In een advies aan het ministerie van onderwijs wees de commissie op de negatieve gevolgen van deze geringe arbeidsmobiliteit: vergrijzing, dalende motivatie, stijgend ziekteverzuim en toenemende arbeidsongeschiktheid. Veel leraren hebben volgens de commissie “het gevoel in een fuik te zitten”.

Krol herkent die analyse. “Ik heb altijd met veel plezier lesgegeven, maar gaandeweg kwam ik erachter dat ik dat niet tot mijn zestigste zou volhouden. Rondom me heen zag ik dat veel docenten al voor hun vijftigste erg begonnen te slijten. Ik wilde voorkomen dat ik op die leeftijd geestelijk invalide zou zijn; ik wilde een burn-out vermijden. Bovendien begon ik het docentenbestaan wat eentonig te vinden. Ik wilde wat meer excitement, uitdaging. In TTE vond ik dat.” Krols klanten zitten nu over de hele wereld, tot in Chili, Swaziland, Australië, Rusland, Nepal en Singapore toe.

Het Forum Vitaal Leraarschap in Utrecht, dat naar aanleiding van de conclusies van 'Van Es' werd opgericht, is inmiddels begonen met het project Wisselwerk. Doel daarvan is mensen uit het onderwijs met behoud van salaris en rechtspositie tijdelijk ergens anders te laten werken. Om daarna weer fris voor de klas te staan en een afgewogen loopbaankeus te maken; om energie op te doen, de horizon te verkennen en grenzen te verleggen; om in bedrijven, scholen of organisaties aan de slag te gaan met een nieuwe uitdaging, aldus het net verschenen eerste nummer van het blad 'Stroom' van het Landelijk Bureau Wisselwerk.

Inmiddels hebben zich ruim 600 kandidaten aangemeld voor een 'wisselwerkplaats'. Bijna driekwart daarvan is man en ruim tweederde ouder dan 40 jaar. Het merendeel wil in het onderwijs blijven (43 procent) of overstappen naar de onderwijsverzorging (22 procent). Vijfendertig procent wil overstappen naar het bedrijfsleven. Meest genoemde motieven om mee te doen zijn 'verkennen van de eigen mogelijkheden', 'doorbreken van de dagelijkse routine', en 'verbeteren van kansen op de arbeidsmarkt binnen en buiten het onderwijs'. Maar het grote probleem is het gebrek aan wisselwerkplaatsen. Pas 98 bedrijven en instellingen hebben zich aangemeld. Tot op dit moment zijn er 77 kandidaten geplaatst: een conciërge werd museumsuppoost, een leraar lichamelijke opvoering ontwerpt nu tijdelijk recreatietoestellen, een leraar levensbeschouwing is dekenaal medewerker, een leraar Engels is verkoper bij een scheepsfabriek en de directeur van een basisschool werd vrachtwagenchauffeur.

Gerard Schelvis (47), leraar Nederlands en drama, heeft er nu bijna een jaar wisselwerk opzitten. Ruim twintig jaar stond hij voor de klas op een scholengemeenschap in Leiden. Het is niet de eerste keer dat hij een baan buiten het onderwijs probeert te vinden. Schelvis: “Ik heb eerder, naast mijn onderwijsbaan, gewerkt voor reclamebureaus en uitgeverijen. Maar toen dat niet leidde tot verandering van baan, ben ik op school nieuwe dingen gaan zoeken zoals musicals schrijven en regisseren. Dat heb ik met veel plezier gedaan. Maar toen werden die buitenschoolse activiteiten onmogelijk: de school ging fuseren, er werd gereorganiseerd, ik kreeg een rooster met 13 tussenuren en er gebeurden nog wat vervelende dingen. Ik was niet echt vastgelopen en afgebrand, maar dacht wel: als ik ooit nog wil veranderen, moet ik het nu doen. Wisselwerk is mijn laatste kans.”

45-PLUSSERS

Schelvis kwam via het Landelijk Bureau Wisselwerk terecht bij Educaplan in Enschede, waar ze iemand nodig hadden voor het ontwikkelen van geheel verzorgde culturele werkweken. Educaplan is een commerciële afsplitsing van het Instituut voor Leerplanontwikkeling (SLO) en wil de werkweken gaan aanbieden wanneer in 1998 de nieuwe kunstvakken op scholen worden ingevoerd.

Schelvis heeft ook redigeer- en pr-werk gedaan. Een vaste baan bij Educaplan zit er (nog) niet in. Schelvis: “Ik kan er wel één dag per week komen werken en misschien later meer.”

Hij is het nieuwe schooljaar dus gewoon weer begonnen op zijn oude school, maar zijn terugkeer ervaart hij niet als een afgang. “Ik vind het leuk mijn collega's en leerlingen weer te zien. Met één dag leuk werk naast mijn onderwijsbaan kan ik prima verder. Misschien wordt het nog eens half om half.”

Er zijn behalve Wisselwerk meer bureaus die docenten aan een andere baan proberen te helpen. Het oudste is het sociaal-psychologische adviesbureau Intervu in Amsterdam. Dat werd in 1982 opgericht door Leo Prick, die in die tijd promoveerde op burn out-verschijnselen bij leraren. Medewerker Bas van der Horst: “De meeste docenten die bij ons binnenkomen, en dat zijn voor driekwart 45-plussers, zeggen alleen dat ze een andere baan willen. Maar dat is voor velen niet reëel. Voor mensen rond de veertig die nog volop ambities hebben, maar het in het onderwijs gezien hebben, zijn er nog wel mogelijkheden.” Per jaar lukt het Van der Horst zo'n twintig leraren aan een andere baan te helpen, vooral in de gezondheidszorg, de journalistiek, de vrije beroepen of bij de overheid. Als leraren het bedrijfsleven in willen, verwijst hij hen naar bureaus die meer contacten in de commerciële sfeer hebben.

Belangrijk voor een andere baan zijn de zogenoemde transferable skills. Zo kan de leraar die sterk gericht was op het overdragen van kennis en vaardigheden geschikt zijn voor bedrijfsopleidingen, terwijl iemand die op scholen in achterstandswijken begaan was met de persoonlijke ontwikkeling van gecriminaliseerde jongeren misschien emplooi kan vinden bij de reclassering of in een jeugdgevangenis. Veel docenten zijn via Intervu in de journalistiek terecht gekomen, een beroep dat net als het leraarschap draait om het in begrijpelijke taal overdragen van informatie.

Spijt dat hij het onderwijs verlaten heeft, heeft de zelfstandige ondernemer Krol niet. “Ik ben blij dat ik lang voor de klas heb gestaan, want anders had ik dit bedrijf nooit kunnen opzetten. Ik voel precies aan wat docenten nodig hebben. Maar als ik zie wat voor creativiteit en geestdrift er bij mij losgekomen is, ben ik blij dat ik de stap gewaagd heb. Er lopen op scholen heel veel hoog opgeleide mensen rond met veel capaciteiten en kwaliteiten. Het is zo jammer dat die verloren gaan.”