'Zolang het vrede is, eren wij de doden'

De Oorlogsgravenstichting bestaat vijftig jaar. De stichting beheert graven van gesneuvelde militairen, verzetsstrijders, politieke gevangenen en slachtoffers van gedwongen tewerkstelling in Duitsland.

HOOFDDORP, 13 SEPT. Links, direct na de ingang van de Nieuwe Algemene begraafplaats in Hoofddorp in de Haarlemmermeerpolder, zijn drie oorlogsgraven te vinden. Drie 'rijksgraven' van onbekende Nederlanders die in februari 1943 zijn omgekomen. Misschien zijn ze wel als militair gesneuveld. Wie weet? Iets verderop zijn de wat rommelig aandoende graven te zien van zes Nederlandse soldaten die op 10 mei 1940, de eerste dag van de oorlog, bij de Duitse luchtaanvallen op Schiphol het leven hebben gelaten. Al bijna zestig jaar dood en nog altijd wordt er gezorgd voor de nagedachtenis van Willem Folkerts, Harm Jager, Jan Kuper, Rinko Pronk, Harm Snier en van Johan Hubert Weinberg die tot 1994 nog ongeïdentificeerd was en als onbekende soldaat te boek stond.

In de oorlogsjaren was de Haarlemmermeer een gebied waar veel gebeurde. Niet alleen was Schiphol, waar de Duitsers zich onmiddellijk meester van hadden gemaakt, een van de grootste en zwaarst verdedigde vliegvelden in bezet Europa en daarom een blijvend doelwit voor geallieerde bommenwerpers, maar ook zat de streek vol met onderduikers en allerlei gewapende verzetsgroepen. Nieuw-Vennep vormde aanvankelijk het centrum van de illegaliteit. Daar werd de L.O., de Landelijke hulp voor onderduikers, voor de Haarlemmermeer en omgeving opgericht. Bovendien zijn veel boeren actief geweest bij het verborgen houden van joodse families, bij de opvang van wapendroppings en met het onderbrengen van neergekomen geallieerde vliegers.

Een van hen was 'flight engineer' Ronald Hollywood, een 23-jarige Nieuwzeelandse soldaat van de RAF, wiens toestel op 26 juni 1943 bij terugkeer van een bombardementsvlucht naar Duitsland, boven Nieuw-Vennep door een Duitse nachtjager werd afgeschoten. Hollywood en zijn kameraden, de piloot H. Hay en navigator J.L. Seymour, overleefden het niet. Ook zij liggen op de algemene begraafplaats van Hoofddorp. Een paar verbleekte, rode plastic papavers illustreren dat er op dit stukje grond van de Commonwealth War Graves Commission in Hoofddorp waarschijnlijk nog maar zelden aan de doden van toen wordt gedacht.

In Nederland bestaan ruim 75.000 oorlogsgraven. In 17 procent gaat het om Nederlandse militaire- of burgerslachtoffers, voor 40 procent om geallieerde, vooral Britse doden (30.746) en voor 42 procent om Duitse militaire slachtoffers (31.554). Van al deze graven staat bijna 20 procent onder beheer van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting die deze week vijftig jaar bestaat. In Indonesië heeft de stichting een eigen kantoor van waaruit het beheer over bijna alle erevelden waar in totaal 25.000 Nederlanders, onder wie 5.000 onbekende slachtoffers zijn begraven, wordt geregeld. Waren er na de oorlog eerst 22 erevelden voor de slachtoffers van de bezetting door Japan, de 'bersiap-periode' en de politionele acties aangelegd, later moesten alle buiten Java gelegen begraafplaatsen op last van de Indonesische regering worden opgeheven. De resten werden in de jaren 1960-1968 overgebracht naar zeven erevelden op Java.

De Oorlogsgravenstichting zorgt ook voor elf Nederlandse erebegraafplaatsen in Europa. Zeven daarvan zijn in Duitsland (Bremen, Düsseldorf, Frankfurt/Main, Hamburg, Hannover, Lübeck en Osnabrück) waar 3.566 Nederlanders zijn begraven. De namen van 897 slachtoffers die onvindbaar zijn, staan gebeiteld op grote gedenkstenen terwijl ter nagedachtenis van de in een bepaald gebied omgekomen concentratiekampslachtoffers al in het begin van de jaren '50 herdenkingsmonumenten zijn opgericht. Ook in Frankrijk, Groot-Britannië, Noorwegen en Oostenrijk zijn Nederlandse oorlogsbegraafplaatsen te vinden.

Wat de erebegraafplaatsen in Nederland betreft, is de stichting niet verantwoordelijk voor de grote geallieerde erevelden zoals in Margraten (Limburg), Oosterbeek, Holten (Overijssel) en Nijmegen/Groesbeek. Ook heeft zij niets van doen met de centrale militaire begraafplaats in de Limburgse Peel bij IJsselstein (gemeente Venray) die onder beheer staat van de actieve Duitse zusterorganisatie, de Volksbund für Deutsche Kriegsgräberfürsorge. Wel zorgt zij voor het ereveld aan de Grebbeberg. Al direct na de Meidagen 1940 werd daar een begin gemaakt met de inrichting van een oorlogsbegraafplaats waar Nederlandse en Duitse gesneuvelden aanvankelijk broederlijk naast elkaar lagen. In 1952 werd dit ereveld door het ministerie van Defensie aan de oorlogsgravenstichting overgedragen. Vier jaar eerder was al begonnen met de aanleg van een ereveld in Loenen op de Veluwe. Volgens directeur mr. G.J.M. ter Horst van de Oorlogsgravenstichting liggen daar nu 3.500 landgenoten begraven. Onder hen bevinden zich gesneuvelde militairen, verzetsstrijders, politieke gevangenen en slachtoffers van gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Toevallige oorlogsslachtoffers zoals mensen die bij een bombardement omkwamen, liggen volgens hem niet op een ereveld omdat zij geen slachtoffers in de zin van de statuten van de stichting zijn. Het gaat naar hij zegt om mensen die actief aan de strijd of aan het verzet tegen de Duitsers hebben meegedaan, in Duitsland te werk werden gesteld of het slachtoffer waren van systematische vervolging.

Voor de 110.000 Nederlandse slachtoffers van concentratie- en vernietigingskampen die zodanig zijn uitgeroeid dat van hen geen stoffelijke resten konden worden teruggevonden, heeft de Oorlogsgravenstichting samen met het Rode Kruis, het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie en andere instellingen, een 37 banden tellend gedenkboek samengesteld waarin al hun namen zijn vermeld. In vijf andere banden staan de namen van de 16.000 Nederlanders die op zee of anderszins zijn omgekomen en van wie geen graf bekend is.

Naast Hoofddorp zijn er verspreid over Nederland nog zo'n 13.000 Nederlandse en even zo veel Britse oorlogsgraven. In het algemeen zien de graven er redelijk tot goed verzorgd uit. Inspectieploegen komen één à twee keer per jaar langs. Op de vraag hoe lang het werk van de Oorlogsgravenstichting nog zinvol blijft, kijkt Ter Horst verwonderd op. “In ieder geval zo lang het hier vrede blijft”, zegt hij. “Zou er weer oorlog komen, dan zou dit soort werk weer helemaal van voren af aan moeten worden begonnen.”

    • Frits Groeneveld