Zelf beleven wat er in sprookjes gebeurt

Edith Nesbit: Op zoek naar Fortuin. Vertaling en bewerking door Els Pelgrom. Illustratie Jenny Dalenoord. Averbode/Becht, 188 blz., vanaf 10 jaar, ƒ 29,90.

In 1898 verscheen in Engeland een opvallend kinderboek van de socialistische Edith Nesbit, die met kortgeknipt haar en zonder korset haar tijd ver vooruit was. The story of the Treasureseekers week af van wat er tot dan toe voor kinderen verschenen was: het was een verhaal over zes levensechte broers en zussen. In tegenstelling tot de meeste andere kinderboekenschrijvers preekte Nesbit niet, liet zij God erbuiten en gebruikte ze gewone spreektaal. Zij beschreef de pogingen van de kinderen Bastable om het verloren familiefortuin terug te verdienen, bijvoorbeeld door een oude man in gevaar te brengen en hem dan te redden: 'En later blijkt hij de Prins van Wales te zijn, die zegt: 'O gij dappere, nobele redder! Ik schenk u een miljoen pond per jaar!'

Ook graven ze het bloemenperk in de tuin af in de zekerheid dat daar een schat verborgen ligt (in de boeken die zij lezen duiken schatten immers steevast op zodra iemand een spa in de grond steekt) en struinen door het huis met een paraplu bij wijze van wichelroede op zoek naar goud

Na dit eerste boek verschenen er nog twee delen over de kinderen Bastable. De trilogie werd een groot succes, nadat Edith Nesbit er, aanvankelijk met veel moeite, een uitgever voor had gevonden. In Engeland worden de boeken nog steeds veel gelezen, terwijl ook haar latere kinderboek The railway children (1906) een klassieker is. In Nederland daarentegen is haar werk in de vergetelheid geraakt, al verscheen het destijds, aan het begin van deze eeuw, bijna meteen in vertaling.

Onlangs maakte Els Pelgrom voor de reeks 'klassiekers', die verschijnt bij uitgeverij Becht in samenwerking met de Belgische uitgever Averbode, een nieuwe vertaling van de trilogie over de Bastables. Het bijna honderdjarige verhaal heeft aan levendigheid en humor niets ingeboet. Het kan zich meten met Astrid Lindgrens beroemde verhalen over de kinderen van Bolderburen. Pelgrom koos hoofdstukken uit alle delen van de oorspronkelijke trilogie, die makkelijk op elkaar aansluiten doordat het op zich zelf staande verhalen zijn. Alleen als er halverwege een rijke oom opduikt die de hele familie liefdevol opneemt in zijn villa, voelt het even of het boek al uit is.

In Op zoek naar fortuin is een van de zes kinderen aan het woord, maar hij (of zij) weigert pesterig zijn identiteit te onthullen: 'Als je na een poos soms mocht denken dat je het geraden hebt, dan wil ik wedden dat je je vergist.' Het is in ieder geval iemand die geen blad voor de mond neemt en zich vaak direct tot de lezer richt: 'Moeder is een poos geleden gestorven en als jij soms denkt dat we dat niet erg vinden, omdat ik het niet vaak over haar zal hebben, dan begrijp je echt niets van andere mensen.'

Al gauw blijkt dat Oswald, de een na oudste, degene is die altijd goede ideeën heeft. En als de groep zich splitst komt de lezer juist van Oswald altijd te weten wat hij verder gaat doen. Oswald is een aardige, soms wat verwaande jongen. Hij sneert naar zijn zusjes, die hij wat laatdunkend aanduidt als 'de meisjes'. Vooral de oudste, Dora, moet het ontgelden, maar dat is dan ook zo iemand die demonstratief een boek gaat lezen in de kinderkamer als de anderen een gewaagd, spannend en dus per definitie allesbehalve braaf en welopgevoed plan ten uitvoer brengen. Zij is over het algemeen de enige die iets lijkt te begrijpen van de wereld van volwassenen, de enige die rekening wil houden met de wetten die daar gelden. Verstandig is dat niet, want ze mist een hoop. Bovendien valt het met de straf meestal wel mee. De grote mensen mogen dan tot braafheid manen, zij lachen vaak besmuikt om de streken van de Bastables.

Els Pelgrom stelt in haar nawoord dat Oswald en de andere Bastable-kinderen zijn wat wij nu 'leeskinderen' zouden noemen. De term komt van Annie M.G. Schmidt die 'lees'- en 'leefkinderen' onderscheidde. De eerste soort is niet van de bank te branden en heeft een stiekeme zaklamp klaar liggen om onder de dekens door te kunnen lezen, de andere bouwt hutten en rent onvermoeibaar schreeuwend rond. Maar de Bastables zijn allebei. Wat hun drijft, is de wil zelf te beleven wat er in sprookjes en avonturenverhalen gebeurt. Ze schrikken er dan ook niet voor terug Mowgli's jungle even na te bouwen in de tuin. De keukentrap bedekt met regenjassen in combinatie met de tuinslang maakt een pracht van een waterval, waarbij de opgezette dieren van hun oom zich helemaal thuis schijnen te voelen. Tot hun stomme verbazing zijn oom en vader minder gecharmeerd van het schouwspel. Dan nemen zij zich voor de zoveelste keer voor om braaf te zijn, wat in het geval van deze kinderen alleen maar tot meer chaos kan leiden.