Westerse fabrieken lopen achter

ROTTERDAM, 13 SEPT. Westerse fabrieken lopen wat prestaties betreft nog steeds flink achter ten op zichte van die in het Verre Oosten. Daardoor zijn ze 20 tot 25 procent te duur. De Westerse fabrieken hebben te veel oog voor techniek en te weinig aandacht voor de mensen die er moeten werken. Opwaardering van productiefuncties kan de concurrentiekracht flink verbeteren.

Dit is de conclusie van Q. Van Breukelen die vandaag aan de Erasmusuniversiteit promoveert op zijn zoektocht naar de goed presterende fabriek. Hij is zelf in een Philipsfabriek verantwoordelijk voor produktieverbetering. De promovendus onderzocht de afgelopen acht jaar 110 fabrieken in Azië, Europa de Verenigde Staten en Canada. De Westerse fabrieken scoorden in de vergelijking vaak slechter dan hun Oosterse tegenhangers. De arbeiders hier zijn lager opgeleid, de fabrieken zijn bureacratisch. Het produktieproces is trager, de organisatie niet in staat om snel fouten te herstellen.

Volgens van Breukelen moet er veel meer aandacht komen voor de mens in de produktie. Produktiefuncties moeten een hogere status krijgen. Ook in opleidingen moet er meer aandacht voor komen. “Je hebt wel post-doctorale marketingcursussen, maar zo'n zelfde cursus voor produktiemanagement ontbreekt.” Ook dient binnen ondernemingen de produktie een veel centralere plaats te krijgen. “De produktiestrategie spoort niet met de concern-strategie. Er wordt te makkelijk gezegd 'de produktie moet het maar maken'. Maar produktie is een zeer complex geheel.”

Westerse bedrijven zijn volgens Van Breukelen te eenzijdig gericht op verbeteringen in de techniek en denken te weinig aan de organisatie waarin de mensen moeten werken. “In het Oosten maken ze bedachtzaam kleine stapjes en toch gaat dat snel.” Een betere aandacht voor de sociale organisatie kan volgens hem zoveel besparen dat het voor veel produktiebedrijven helemaal niet rendabel is om de fabriek naar Oost-Europa te verplaatsen. (ANP)