Wat euthanasie heet en wat niet

Robert Pool, Vragen om te sterven. Euthanasie in een Nederlands ziekenhuis. WYT Uitgeefgroep, 234 blz., ƒ 39,95

De antropoloog Robert Pool heeft drie jaar lang meegelopen in een ziekenhuis in de Randstad. Hij deed daar onderzoek naar euthanasie, observeerde, praatte met patiënten, artsen en verplegers en deed daar op soms persoonlijke wijze verslag van. Wat gebeurt er in een Nederlands ziekenhuis wanneer patiënten te kennen geven niet langer meer te willen leven?

Soms was de beslissing snel genomen. Neem het geval van meneer Strasser, een patiënt die de ernst van zijn toestand langdurig niet onder ogen wilde zien. Maar op een gegeven moment verandert dat: hij aanvaardt dat hij stervende is en deelt de behandelend arts mee dat hij zijn naderende dood wil bespoedigen; het is genoeg geweest, hij kan het niet meer aan. De consistentie van de mededeling wordt vervolgens door een tweede arts nog één maal geverifieerd, de volgende dag wordt de dosis morfine verhoogd en op de derde dag blaast de patiënt zijn laatste adem uit.

Aan voortvarendheid dus geen gebrek. Nu werd het sterven van meneer Strasser door deze gang van zaken hooguit een dag of wat vervroegd. Zijn toenemende pijn zou eveneens een verhoging van de morfine noodzakelijk gemaakt hebben, met hetzelfde resultaat. De ingreep was in dit licht misschien niet al te drastisch, maar toch valt op hoe snel de artsen tot handelen overgingen nadat het verzoek om euthanasie voor het eerst was uitgesproken. In veel andere gevallen kostte het patiënten aanmerkelijk meer moeite de artsen te overtuigen van de legitimiteit van hun wens.

Niet iedere vraag om levensbeëindiging wordt serieus in overweging genomen. Er is een aantal criteria vastgesteld waaraan zo'n verzoek moet voldoen: het moet eenduidig, consistent en expliciet zijn, terwijl tevens duidelijk moet zijn dat de patiënt zelf de volledige verantwoordelijkheid neemt voor de beslissing om te sterven, dus niet handelt op de wens van anderen. Bovendien moeten zich tussen de betrokken artsen geen grote meningsverschillen voordoen over de te volgen koers.

Uit de gevalsbeschrijvingen die Pool presenteert, blijkt echter dat hiermee lang niet alles gezegd is. Van belang lijkt vooral in hoeverre niet de patiënt zelf, maar de artsen de situatie van de patiënt als uitzichtloos en zijn lijden als ondraaglijk beoordelen.

Was het voor hen invoelbaar dat de patiënt niet langer in leven gehouden wil worden? Zo nee, dan stuitte ook het meest eenduidige, expliciete, en consistente verzoek op grote tegenzin. Zo ja, dan waren zij een stuk gewilliger en was het soms zelfs zo dat zij, in de voorzichtige formulering van Pool, nadrukkelijk de ruimte creëerden voor het indienen van een verzoek. Van de praktijk om 'euthanasie' te plegen zonder toestemming van de patiënt, zoals die onlangs door de psychiater Herbert Hendin in de Volkskrant aan de kaak gesteld werd, blijkt uit Pools onderzoek echter niets. Of misschien: nóg niets, want Pool deed zijn observaties tussen 1990 en 1993. Zijn boek heeft daardoor bij verschijning al betrekking op enigszins gedateerd materiaal.

Daarnaast is ook de wijze waarop de stervensvraag gesteld wordt van invloed. De patiënt die de taal van het medisch personeel niet goed beheerst, loopt de kans te worden beoordeeld als iemand die 'er nog niet aan toe is'. En degene die al te veeleisend is, die zelf datum en tijdstip van het overlijden vaststelt, die de artsen commandeert en voor zich wil laten draven, kan eveneens op tegenwerking rekenen. Zo iemand moet eerst maar eens een toontje lager zingen.

Ook de druk die in sommige gevallen door de familie van de patiënt wordt uitgeoefend om diens einde wat te bespoedigen, heeft voornamelijk een averechts effect.

Ten slotte krijg je zelfs de indruk dat de persoonlijke sympathie die de arts voor de patiënt voelt een rol speelt. Hoe aardiger de patiënt gevonden wordt, hoe sneller hij of zij gehoor vindt. Euthanasie is kennelijk een gunst. Een gunst die al dan niet verleend wordt door de medische staf. Op de kwalijke en gevaarlijke aspecten van deze machtspositie is door anderen al gewezen, Pool doet dat niet. Hij beschrijft, vat achteraf de belangrijkste bevindingen nog eens samen, maar onthoudt zich van een oordeel. Wat hij aan de hand van een tiental gevalsbeschrijvingen wil laten zien, is dat euthanasie geen vaststaande, objectieve werkelijkheid of handeling is, maar een tamelijk willekeurig gedefiniëerde praktijk, die op kunstmatig wijze is afgescheiden van de rest van het medisch handelen. Wat euthanasie heet en wat niet is vooral een kwestie van interpretatie, aldus Pool.

Dat is een wat dunne conclusie en Pool had wat mij betreft best ambitieuzer mogen zijn. Niettemin slaagt hij er goed in het schemergebied waarop een en ander zich afspeelt in kaart te brengen. De euthanasie-praktijk is uitermate diffuus en vaak op schokkende wijze afhankelijk van toevallige omstandigheden. De beslissing betekent echter zelden een ingrijpende wending in het gevoerde beleid, eerder doet men net even een stapje verder op een weg die reeds lang geleden is ingeslagen.

De vraag doet zich dan voor of het hier ging om 'normaal' medisch handelen of om euthanasie. Het verschil tussen beide zit hem enkel in de intenties van de arts: symptoom- of pijnbestrijding aan de ene kant, versnelde levensbeëindiging aan de andere. Artsen kiezen bij voorkeur voor de minst gecompliceerde interpretatie van het voorgevallene, de eerste dus. Daaraan kleeft alleen al een groot praktisch voordeel, want wie 'respiratoire insufficiëntie' als doodsoorzaak opgeeft, krijgt heel wat minder bureaucratische rompslomp over zich heen dan degene die 'euthanasie' invult.

Ook de grens tussen hulp bij zelfdoding en euthanasie is in de praktijk vaak kunstmatig. Het onderscheid tussen beide berust op een technisch detail: neemt de patiënt het middel zelf of wordt dit toegediend?

Dat is een nogal arbitrair onderscheid: iemand die doorlopend misselijk is en alles uitspuugt wat hij binnenkrijgt, zal zich het middel moeten laten toedienen, al had hij liever zelf gedronken. En iemand die heel goed in staat is zelf de beker naar zijn lippen te brengen, kan er toch voor kiezen dat niet te doen, bijvoorbeeld omdat de verzekering niet uitbetaalt in geval van zelfdoding. In dit grensgebied is het voor artsen aantrekkelijk het gebeurde te interpreteren als euthanasie, de minst omstreden optie van de twee.