VS: 'veelvuldige contacten' over Irak

PARIJS/ LONDEN/ WASHINGTON, 13 SEPT. De Verenigde Staten hebben deze laatste dagen “veelvuldig contact” gehad met hun bondgenoten over de situatie in Irak, aldus een woordvoerder van het Witte Huis.

Gevraagd naar de steun van de bondgenoten voor een nieuwe Amerikaanse aanval op Irak nu Bagdad laat blijken de geallieerde No-fly zones niet meer te erkennen, zei hij dat “sommige antwoorden op bepaalde maatregelen die wij bezig zijn te nemen, positiever” zijn dan vorige week het geval was.

Verscheidene Amerikaanse bondgenoten, Frankrijk voorop, hadden kritiek op de raketaanvallen van vorige week dinsdag en woensdag op militaire doelen in het zuiden van Irak, toen als reactie op de kortstondige Iraakse militaire bezetting van de Koerdische stad Arbil.

Als dat nodig is om hun belangen te beschermen zullen de VS zo nodig unilateraal handelen tegen Irak, zo onderstreepte een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken gisteren. Maar ook hij toonde zich “tevreden over het niveau van de consultaties met alle leden van de (anti-Iraakse) coalitie en de landen van de regio”.

NAVO-bondgenoot Turkije waarschuwde de VS gisteren echter nog tegen nieuwe militaire acties tegen Irak. De Turkse ambassadeur in Washington, Nuzhet Kandemir, riep in plaats daarvan op tot een nieuwe, op de diplomatie georiënteerde strategie ten opzichte van Irak. Turkije, dat zelf plannen voor een veiligheidszone op Iraaks grondgebied heeft, maakt zich grote zorgen over de regionale stabiliteit. “Ik geloof niet dat Saddam op andere gedachten zal worden gebracht met een paar aanvallen met kruisraketten of Stealth-bommenwerpers, aangezien hij dat al vele jaren niet doet”, aldus Kandemir.

Ook de Arabische Liga waarschuwde gisteren tegen een nieuwe Amerikaanse actie. Egypte, een naaste bondgenoot van de VS, legde de nadruk op “het recht” van Bagdad zijn soevereiniteit over zijn hele grondgebied uit te breiden”. Saoedi-Arabië heeft gezegd niet te willen meewerken aan een Amerikaanse aanval.

Frankrijk stelt zich nu behoedzaam op. Volgens president Chirac, op bezoek in Polen, is Frankrijk “in de eerste plaats gehecht aan de territoriale integriteit van Irak”, maar daarnaast evenzeer aan “het na de Golfoorlog door de bondgenoten opgezette plan om de stabiliteit in deze regio en de bescherming van de diverse bevolkingsgroepen te waarborgen”.

In Den Haag verklaarde minister van defensie Charles Millon dat Parijs “solidair is met de bondgenoten in de coalitie”. De woordvoerder van het Franse ministerie van buitenlandse zaken verklaarde in Parijs dat Frankrijk zeer bezorgd is over de weer opgelopen spanning en nauw overlegt om escalatie te voorkomen.

Bij alle evenwichtskunst lijken de Fransen deze keer vooral er op uit het beleid met dat van de bondgenoten af te stemmen. “Wij staan in contact met de Amerikanen en de overige partners (Groot-Brittannië, Turkije) in de operatie Provide Comfort” in Noord-Irak, aldus de woordvoerder van het Franse ministerie van buitenlandse zaken in antwoord op de vraag of de ministers Christopher en Charette direct met elkaar overleggen.

De Franse woordvoerder weigert ook commentaar op de Saoedische weigering Amerikaanse straaljagers van hun grondgebied te laten opstijgen. Met de Irakezen zou in Bagdad en Parijs wel contact kunnen zijn, maar iets concreets wil de Quai d'Orsay daarover niet zeggen. Voor Parijs maakt duidelijk verschil, vergeleken bij de situatie van vorige week, dat het nu Irak is dat, door op Amerikaanse straaljagers te schieten, verantwoordelijk is voor de oplopende spanning.

Als de VS in Irak weer toeslaan, kunnen ze in elk geval rekenen op de onvoorwaardelijke steun van Groot-Brittannië, het land dat zich graag opwerpt als trouwste bondgenoot van de Amerikanen. In directe militaire acties zullen de Britten zich niet mengen. Maar ze hebben ze wel hun luchtmachtbasis op het Britse eiland Diego Garcia in de Indische Oceaan beschikbaar gesteld als uitvalshaven voor vier Amerikaanse B-52 bommenwerpers. En Britse Tornado's patrouilleren samen met Amerikaanse gevechtsvliegtuigen de regio's in Noord- en Zuid-Irak die voor de Iraakse luchtmacht tot verboden gebied verklaard zijn. Zes Britse Tornado's zijn gestationeerd in het Turkse Incirlik, zes in het Saoedische Dahran.

Na de eerste Amerikaanse aanval putten Britse bewindslieden als premier Major en minister van buitenlandse zaken Malcolm Rifkind zich uit in hulde voor Washington. In een artikel in The Daily Telegraph veroordeelde ex-premier Margaret Thatcher andere Westerse naties die weigerden om de Amerikanen met eenzelfde enthousiasme bij te vallen. “Zie je wel dat je niet kan rekenen op de Europese Unie”, was haar commentaar. Vooral teleurgesteld toonde ze zich in een vraaggesprek met de Amerikaanse televisiemaatschappij NBC over de reactie van de Fransen. “In moeilijke tijden als deze wil je weten wie je vrienden zijn. Ik had gehoopt dat we konden rekenen op Frankrijk, een land dat weet wat het betekent om bezet te zijn geweest.”

“De afgelopen weken laten weer eens zien dat de Anglo-Amerikaanse alliantie het enige bondgenootschap is waarop je werkelijk kunt bouwen”, zei Thatcher. Dat Britse bedrijven orders kunnen verspelen door de Britse steun voor Amerikaanse acties, deed ze af als onbelangrijk. “Geen enkel economisch voordeel kan apathie rechtvaardigen tegenover een niets-ontziende aggressor. Handel is nooit belangrijker dan eer.”

Voor enige nuancering zorgde haar voorganger, de voormalige premier Edward Heath. Hij waarschuwde dat Groot-Brittannië de VS niet slaafs moet volgen. “Geen enkele bondgenoot heeft recht op een blanco Britse cheque.”