Volleybaltalent traint en woont in een boerderij

De volleybalhelden van Atlanta spelen allemaal in het buitenland. In Nederland wordt vooral aan de basis gewerkt. Rentokil ZVH uit Zevenhuizen heeft een internaat geopend in een verbouwde boerderij. Een uniek initiatief aan de Groeneweg 6.

ROTTERDAM, 13 SEPT. Volleyballer Martijn Dieleman heeft meteen na schooltijd boodschappen gedaan in Nieuwerkerk. Het is zijn beurt om het avondeten voor zichzelf en zijn huisgenoten klaar te maken. Het wordt spaghetti, kondigt de twee meter lange keukenprins aan. “Nee, dat heb ik niet met de anderen overlegd. Ze moeten gewoon eten wat ik ze voorzet.”

Dieleman, een 17-jarige Zeeuw, woont sinds twee weken met vier andere volleyballers uit de A-selectie van Rentokil ZVH in een gerenoveerde boerderij. Sportinternaat Nesselande, is de naam. Het is een initiatief van Arend van der Knaap, manager van de eredivisieclub uit Zevenhuizen. Drie jaar geleden kocht de bouwondernemer “als belegging” de boerderij - in 1911 mede gebouwd door zijn grootvader - die het afgelopen half jaar werd verbouwd tot een heus spelershome.

Het kostte Van der Knaap alles bij elkaar “voorzichtig geschat een miljoen”. Dat vraagt om uitleg. “Ik ben idolaat van volleybal en ik doe graag iets wat anderen niet doen.” Daarin is Van der Knaap zeker geslaagd. “Ja, ik ben een trots man.”

Het interieur van het internaat ziet er fraai uit. Er is een grote woonkamer, een keuken, toilet- en badgelegenheden en zes slaapkamers, vijf op de eerste etage en één op de begane grond. In het achterste gedeelte, waar vroeger de koeienstal was, ligt een hypermoderne krachtsportzaal. Daar trainen niet alleen de inwoners van de boerderij, maar de hele selectie van ZVH. Ex-international Jan Clardeij, fysiotherapeut van beroep, begeleidt de volleyballers bij de oefeningen aan de toestellen. Hij heeft een eigen kamer in het gebouw waar hij de spelers kan behandelen.

Trainer-coach Teun Buys is uitermate tevreden met de faciliteiten. “Hierdoor is de motivatie bij de spelers extra groot”, heeft hij geconstateerd. Buys was ooit één van, zoals hij het zelf zegt, “gekken”, die onder leiding van Arie Selinger de lange weg naar de internationale top insloegen. Daarom had de ZVH-coach een voldaan gevoel toen Nederland verleden maand in Atlanta de gouden medaille won. Dat zijn naam en die van andere spelers van het eerste uur daarbij niet werden genoemd, had hij wel verwacht. “Uit het oog, uit het hart. En in Nederland is dat heel extreem. Ik moet mezelf gewoon weer bewijzen. Dat vind ik prima, hoor.”

Buys wil het legendarische Bankras-model van Selinger niet vergelijken met de situatie in Zevenhuizen, maar hij kan zijn kennis en ervaring uit die periode goed gebruiken. “Ik weet wat ik wel en niet moet doen.” Het zal ook nu weer tijd kosten voordat er succes wordt geboekt, weet Buys. “Maar het zal nu wel sneller gaan. We hebben in Nederland, inmiddels een echt volleyballand, meer kennis dan in vele andere landen. Ik was veertien jaar toen ik met volleyballen begon. Hier lopen jongens die op hun veertiende al acht jaar hadden gespeeld.”

Al eerder dan dit seizoen koos Rentokil ZVH er voor om zich op de jeugd te concentreren. In de vorige competitie bevatte de selectie echter nog routiniers als Mr Rentokil Brecht Rodenburg (vertrokken naar België) en Rob Grabert (naar Duitsland). Dat botste nogal eens. “We hebben woelige tijden meegemaakt”, vertelt manager Van der Knaap. “Het is niet niets om tegen Rob Grabert te moeten zeggen dat we hem niet meer nodig hadden. Hij is wel een gouden-medaillewinnaar van Atlanta.”

Het is nu afwachten of het experiment met het internaat zal slagen. Van der Knaap twijfelt daar niet aan. “Het lijkt me voor die gasten fantastisch dat ze hier mogen werken. Wat willen ze nog meer?” Mocht het onverhoopt mislukken, dan zal Van der Knaap niet in paniek raken. “Ik heb echt niet al mijn kaarten op het internaat gezet. Als het niet lukt, staat er een prachtig verbouwd pand. Misschien is het zo wel geschikt voor een professor die af en toe een beetje wil trainen.”

De bouwondernemer verhuurt de boerderij aan de volleybalclub. Maar Van der Knaap denkt verder. Hij kan zich bijvoorbeeld voorstellen dat nationale selecties in Zevenhuizen komen trainen en gebruik maken van de mogelijkheid om te overnachten. Afgezien van de boerderij heeft ZVH in zijn sporthal, Dorpshuis Swanla genaamd, ook de beschikking over een verende trainingsvloer. “Er spelen bij ons vijf spelers van Jong Oranje. Het zou niet zo heel vreemd zijn als de hele selectie hier komt trainen, eten en slapen?”, zegt Van der Knaap.

De manager ziet ook mogelijkheden om sporters van andere takken van sport onderdak te bieden. Als een soort olympisch huis, zoals er in Utrecht een staat. Van der Knaap zegt eventueel nog meer slaapplekken te kunnen creëren. Hij heeft aan dezelfde Groeneweg nog een andere boerderij in bezit. Die ligt evenals het internaat sinds de herindeling op Rotterdams grondgebied. En dat biedt perspectief. “In Rotterdam is natuurlijk veel meer mogelijk dan in Zevenhuizen.” Hij heeft volgende week een afspraak met vertegenwoordigers van Rotterdam Topsport.

Internaat Nesselande is in zijn huidige vorm bijna vol. De ene kamer die nog leeg staat, wordt af en toe gebruikt door spelverdeler Henry Smienk als hij niet naar Wageningen hoeft voor zijn studie. Joost Looman, 2.11 meter, is de enige in het internaat die niet meer op school zit. Hij werkt als afgestudeerde hts'er bouwkunde in het bedrijf van manager Van der Knaap. Met zijn 23 jaar is Looman de huisoudste en daarom maakt hij de roosters voor de huishoudelijke klussen: koken, afwassen, stofzuigen, badkamer schoonmaken. “Drie van ons komen zo uit hun ouderlijke huis”, vertelt Looman. “Dat kan je goed merken. Ze zijn een beetje verwend. Ze hebben thuis niets hoeven doen van hun moeder. Dat is hier anders. Hier kan je niet meer zo maar weglopen na het eten.”

Het bevalt Looman wel in het internaat. “Beter kan het eigenlijk niet.” Onderling gaan de huisgenoten ook goed met elkaar om, maar de competitie is natuurlijk nog niet begonnen. “We hebben nog geen tijd gehad om problemen te krijgen. Die zullen er best nog wel komen.”

Vier bewoners van volleybalinternaat Nesselande. Van links naar rechts: Jochem de Gruyter, Martijn Dielemans, Joost Looman en Gijs Ronnes. (Foto Robert Vos)