Verdroging natuur verdrijft viooltjes en vlinders

Staatsbosbeheer heeft deze week in het Brabantse Mierlo alarm geslagen over de voortgaande verdroging van de Nederlandse natuur. Hierdoor dreigen zeldzame plantensoorten op korte termijn uit te sterven.

MIERLO, 13 SEPT. Het afgelopen jaar is in Nederland ongeveer de helft minder regen gevallen dan normaal. Deze actuele droogte versterkt het schadelijke effect van de al jaren durende structurele droogte, die wordt veroorzaakt door verlaging van de grondwaterstand. Volgens de jongste inventarisatie heeft ruim 500.000 hectare (vijfduizend vierkante kilometer) bos, natuurgebied en landbouwgrond met ecologische waarden onder verdroging te lijden.

“De noodsignalen worden helaas niet opgepakt door politiek Den Haag”, zei N. van Heijst, plaatsvervangend directeur van Staatsbosbeheer, dat met 220.000 hectare bos en natuur de grootste terreinbeherende instelling van Nederland is. “Van de milieugolf die we hebben gekend, is nog maar bitter weinig over”, moest hij somber vaststellen.

Al eerder is duidelijk geworden dat het regeringsbeleid om de verdroging te lijf te gaan, ernstige vertraging oploopt. Het beoogde doel - vermindering van het verdroogde oppervlak met 25 procent in het jaar 2000 - wordt bij lange na niet gehaald. Volgens een schatting van het RIZA in Lelystad (onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat) zal rond de eeuwwisseling slechts een reductie van hooguit tien procent zijn bereikt. Op het ogenblik is het verdroogde areaal met vijf procent gedaald ten opzichte van 1985.

Het wegzakken van de grondwaterstand heeft vooral funeste gevolgen voor de vegetatie van zogeheten natte schraallanden en beekdalen op de zandgronden, vertelde Van Heijst in Mierlo. Door de droogte treedt in de bovenste bodemlagen een sterke mineralisatie op met als gevolg dat er algemene soorten, bijvoorbeeld weegbree en veldzuring, gaan groeien. Zij verdringen de oorspronkelijke, zeldzame planten, die steeds minder of in het geheel niet meer worden waargenomen. Het gaat onder meer om moeraswespenorchis, parnassia, vlozegge, moeraswederik, draadrus en paarbladig goudveil. Zij behoren tot de vijftig soorten die volgens Staatsbosbeheer op de rand van uitsterven staan. Ook dotterbloem, waterdrieblad, blaaszegge en holpijp moeten steeds meer terrein prijsgeven.

Indirect zijn vooral vlinders, waaronder grote vuurvlinder, aardbeivlinder en zilveren maan, het slachtoffer. Een kenmerkend voorbeeld is de zilveren maan, die sterk gebonden is aan het moerasviooltje, waar de vlinder zijn eitjes op legt en dat de rups tot voedsel dient. Door het verdwijnen van deze plant moet ook de zilveren maan op tal van plaatsen de wijk nemen. Hetzelfde geldt voor libellen. Ook sommige weidevogels staan sterk onder druk van de verdroging.

Als voornaamste oorzaak van de structurele droogte gelden doelbewuste peilverlagingen, uitgevoerd door waterschappen ten gunste van de boer. Die hecht doorgaans belang aan een droog oppervlak, omdat hij dan makkelijk met trekker en zware machines het land kan oprijden. Andere oorzaken van de verdroging zijn grondwaterwinning voor het openbare drinkwaternet en industriële doeleinden alsook de voortgaande verstedelijking. Deze gaat gepaard met een versnelde afvoer van regenwater naar rivieren, kanalen en meren. Over heel Nederland gerekend is het gemiddelde grondwaterpeil de laatste 35 jaar met ongeveer zeventig centimeter gedaald.

Volgens regering, parlement en natuurbeschermingsorgani saties moet dat peil weer drastisch omhoog om de aftakeling van de natuur tot staan te brengen. Tot het jaar 2000 zou daarvoor ruim zeshonderd miljoen gulden nodig zijn, deels ter compensatie van landbouwers voor wie de 'vernatting' commercieel nadeel oplevert. Ook wordt er in dit verband naar gestreefd boerenland op te kopen om er natuurterrein van te maken, maar de verwerving van die gronden blijkt moeizaam te verlopen.

Bij het bestrijden van de verdroging zijn drie ministeries betrokken: Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en VROM. Zij betalen samen de helft van de kosten. De andere helft komt voor rekening van provincies, waterschappen en de terreinbeherende instellingen, waaronder de Vereniging Natuurmonumenten en de provinciale landschappen.

Anti-verdrogingsmaat regelen, speciaal het verhogen van de grondwaterstand, lopen regelmatig vertraging op door tegengestelde belangen, in het bijzonder die tussen de natuur en de agrarische bedrijfstak.

“Wij proberen die belangen zoveel mogelijk met elkaar te verzoenen”, zei dinsdag P. Promes van het waterschap de Aa in Noord-Brabant.

    • F.G. de Ruiter