Veertig jaar broer en zus; Duo-biografie over Leo en Gertrude Stein

Gertrude Stein hoorde voor de Amerikanen tot de 'American Originals': opvallende figuren zoals Buffalo Bill, Charlie Chaplin en Thomas Edison. Met haar broer Leo trok ze begin deze eeuw naar Parijs, waar ze samen een belangrijke rol in het avant-garde kunstleven vervulden. Haar literaire werk is 'een van de grootste, vreemdste en boeiendste literaire rampen die in de twintigste eeuw hebben plaatsgevonden'.

Brenda Wineapple: Sister Brother, Gertrude and Leo Stein. Uitg. Bloomsbury, 514 blz., Prijs: ƒ 75,50.

Op straat loop ik een kennis tegen het lijf. Maanden niet gezien. Goh, lekker kleurtje. Uitgerust? Weer aan de slag? Ga je ook weer voor de krant schrijven? Waarover? Gertrude Stein, zeg ik.

Uit de stilte die valt blijkt dat ik van haar werk houd. Ook blijkt dat hij zich verbaast. In zijn gezicht strijden verschillende uitdrukkingen om voorrang. Ik zie hem zijn vooroordeel inslikken. Erg veel weet hij niet van Stein en ik waarschijnlijk wel. Verder zie ik dat hij het grappig vindt. Hij kan mij niet rijmen met een zelfverklaard literair genie in een bloemetjes-jurk, experimentele literatuur over citroentaartjes en slurpende poedels, en het onbedoelde komische duo dat ze vormde met Alice B. Toklas, haar vrouw.

Wanneer ik hem vragend aankijk zie ik dat er door zijn verbazing en geamuseerdheid ook wat medelijden gemengd is. Beetje zielig dat hij achterhaalde pretentieuze wartaal serieus neemt, zie ik hem denken en concludeer dat Gertrude Stein jammer genoeg nog steeds beroemder is dan haar werk.

Vorige maand was het vijftig jaar geleden dat Gertrude Stein overleed. What is the answer? vroeg ze aan Alice vlak voor de operatie die haar van darmkanker zou moeten redden. Toen daarop onheilspellende stilte volgde zei ze, if there is no answer then what is the question? Beroemde laatste woorden van een beroemdheid. Haar dood was voorpaginanieuws. Ze werd tweeënzeventig jaar oud.

Als jonge vrouw had ze uitdrukkelijk verklaard te verlangen naar roem, of het Franse woord gloire dat ze daarvoor reserveerde. Beroemd werd ze pas in de laatste tien jaar van haar leven en hoezeer ze er ook van kon genieten, ze wist dat haar roem niet klopte. Extra kwellend daaraan was dat ze het onbegrip over zichzelf had afgeroepen. In een paradoxale daad van zelfontkenning leende ze de snibbige stem van haar levensgezel Alice Toklas om haar memoires van de eerste vijfentwintig jaar in Parijs op te tekenen. The Autobiography of Alice B. Toklas (door Gertrude Stein!) verscheen in 1933 en werd een bestseller. Het maakte haar beroemd. In welke hoedanigheid? Als pionier-verzamelaar, van de moderne kunst van Cézanne, Matisse, Picasso en Braque, samen met haar broer Leo. Ze kreeg het imago van de strenge geestelijk leidster van een Parijse salon waar de avant-garde uit beeldende kunst en literatuur zich verzamelde. En was bekend als de schrijfster met de diepe aanstekelijke lach, (haar lach leek nog het meest op een big juicy steak, schreef een vriendin) die een brabbeltaaltje vol herhalingen uitvond en open huis hield voor expatriates van de Lost Generation zoals de jonge Hemingway en Fitzgerald.

Dankzij haar ontwapenende, excentrieke en bovenal grappige verschijning was ze tijdens een lezingen-toernee door de Verenigde Staten in 1934 in de media uitgegroeid tot een American Original, thuishorend in het rijtje Buffalo Bill, Thomas Edison en Charlie Chaplin. Maar zelfs de drukbezochte lezingen over haar literaire ontdekkingen van de afgelopen dertig jaar konden de Amerikanen niet overhalen haar boeken te kopen en te lezen. De hernieuwde populariteit als Gertie, patriottische mascotte voor de GI's vlak na de Tweede Wereldoorlog (die ze had doorgebracht op het Franse platteland) bracht daar evenmin verandering in. Toen ze stierf was haar beste werk, dat ze voor een groot deel in eigen beheer had uitgegeven, nergens te koop en de helft van haar literaire produktie ongepubliceerd.

Invloedrijk

In de 43 jaar dat ze literair actief was produceerde Gertrude Stein ruim negenduizend bladzijden druk. Dat oeuvre als geheel is een ramp. Zonder twijfel een van de grootste, vreemdste en boeiendste literaire rampen die in de twintigste eeuw hebben plaatsgevonden, maar een ramp. Het is onoverzichtelijk groot, extreem divers, nergens genre-vast en geldt naar gangbare literaire normen grotendeels als onleesbaar. Al worden ze weinig gelezen, toch horen The Making of Americans, Tender Buttons, Portraits and Prayers, Geography and Plays, Stanzas in Meditation, How to Write en The Geographical History of America tot de invloedrijkste modernistische geschriften van de twintigste eeuw.

Kwaadaardige critici beschouwen haar werk als een reusachtige mislukking om goede literatuur te schrijven. Daar zit wat in. Zelf zei ze: A real failure doesn't need an excuse. It is an end in itself. Waarmee zoveel gezegd is dat haar werk geen ongeluk is, maar een noodzakelijke mislukking. Een bewuste en onverbiddelijke literaire expeditie, die de bakens verzet, waaraan men afleest wat een triomf en wat een mislukking is. Stein hield zich een leven lang schrijvend op in de zône waar de uitersten elkaar raken. Waar is dat? Daar, waar abstracte stijlconcepten en kinderlijke onbevangenheid versmelten. Waar simplisme tot onbegrijpelijkheid leidt. Waar de meest fundamentele regels van helder en aantrekkelijk schrijven met voeten worden getreden en er een fascinerende manier van vertellen ontstaat. Waar hooggestemde ernst en ontregelende humor tot een en dezelfde zin kunnen leiden. Waar zelfingenomen stompzinnigheid en nieuwsgierige intelligentie samenvallen. Waar beschamende belachelijkheid en ontroering hand in hand gaan. Stein is van de grote modernistische schrijvers uit de eerste helft van deze eeuw de meest radicale en meest ongrijpbare.

Biografieën kunnen nog wel eens het inzicht in moeilijk toegankelijk werk vergroten. Wat brengt een goed opgeleide, welgestelde, energieke en naar erkenning en zelfs roem hunkerende jonge vrouw ertoe om in zelfgekozen ballingschap dertig jaar lang zulke vreemde en eenzame teksten te schrijven? En welk leven werd er al schrijvend geleefd met dit merkwaardige werk? Hoewel er uitstekende boeken zijn die haar werk deels in een biografische context bespreken (R. Bridgman's Gertrude Stein in Pieces) en al even waardevolle boeken die haar culturele kring in Parijs portretteren (J. Mellow's Charmed Circle, Gertrude Stein and company), stellen de zes boeken die zich als biografie presenteren teleur. Meer of minder verheerlijkend, meer of minder langdradig schilderen de auteurs het persoonlijke leven van Gertrude Stein als het decor waar haar literaire werk ontstond. Meer dan een decor wordt het zelden.

Deze zomer verscheen Brenda Wineapple's boek Sister Brother, Gertrude and Leo Stein, dat een gedetailleerd beeld geeft van de nauwe band die broer en zus zo'n veertig jaar lang hadden, van hun kindertijd tot 1913, toen er een volledige en onherroepelijke breuk ontstond. Hoewel het boek de eerste veertig jaar van hun levens behandelt en zo het grootste deel van Steins actieve literaire leven buiten beeld laat, levert deze duo-biografie meer inzicht op dan eerdere biografieën.

Het boek is de vrucht van een indrukwekkend onderzoek. Wineapple overtreft eerdere biografen door de enorme hoeveelheid biografische gegevens die ze verzamelde en het gemak waarmee ze die bespeelt. Ze legde de hand op een schat aan nooit eerder beschikbare dagboeken en brieven uit de familie en vriendenkring van de Steins. Van dit alles weeft ze een nauwgezet en coherent verhaal in eenvoudig en trefzeker proza. De manier waarop zij feiten en uitspraken uit individuele levens bij elkaar brengt en in een sociaal-culturele context plaatst is virtuoos, want steeds beknopt en doeltreffend: hij verschaft direct inzicht in de emoties en daden van Leo, Gertrude en hun familie en vrienden.

Hechte band

Gertrude en Leo waren de jongste twee kinderen van Daniel Stein en Amalia Keyser, allebei afkomstig uit families van Duitse joden die in de eerste decennia van de negentiende eeuw naar de Verenigde Staten waren geëmigreerd. De Keysers behoorden tot de welgestelde en gecultiveerde elite van Baltimore, Daniel Stein verwierf pas laat in zijn leven zijn fortuin, eerst in de handel, later in het vervoerswezen. Hij bezat een aantal tramlijnen in San Francisco. Leo (van 1872) en Gertrude (1874) groeiden op in Oakland en beleefden er naar eigen zeggen een heerlijke, zorgeloze jeugd, waarin ze veel tijd doorbrachten zwervend door de heuvels aan de rand van de stad. Aan de zorgeloosheid kwam een eind door de dood van hun moeder, toen ze 14 en 16 waren. Drie jaar later overleed ook vader Daniel en nam de oudste zoon Michael, inmiddels de opvolger van zijn vader in het bedrijf, de rol als hoofd van de familie over. De erfenis werd evenredig verdeeld en door Michael belegd. Leo en Gertrude zijn nooit rijk geweest, maar hebben dankzij de toelagen hun hele leven nooit hoeven werken.

Leo en Gertrude hadden van kind af aan een hechte band. Ook al verschilden ze extreem naar temperament en gedrag, ze vormden een twee-eenheid en schermden hun vertrouwelijkheid resoluut af van de anderen. Wineapple vertelt het verhaal van een broer en een zus, die hoe getalenteerd en bevoorrecht ze ook waren, nergens bij horen. Een mengsel van onwil en onmacht manouvreerde ze in een positie tussen wal en schip, waarin ze hoofdzakelijk bij elkaar hoorden. Van hun familie vervreemdden ze zich geleidelijk maar gedecideerd. Hun studies in Harvard leidden niet tot een wetenschappelijke carrière noch tot een keuze voor een beroep.

Leo was er te rusteloos voor, hij studeerde rechten, Engelse literatuur, filosofie, geschiedenis en biologie en was uiteindelijk in alles even diep teleurgesteld. Gertrude studeerde bij William James psychologie en filosofie en vatte het plan op psychiater te worden. Dat streven liep stuk op de daarvoor benodigde medische studie, deels door de vrouwonvriendelijke medische faculteit, deels doordat ze meer en meer in beslag genomen werd door haar eigen problemen, verlangens en frustraties.

Trouwen en zich door de stichting van een gezin tot een beroep en milieu bepalen zat er voor beiden niet in. Leo was al verlamd van angst bij de gedachte aan intimiteit met een vrouw en hooguit in staat tot bliksembezoeken aan prostituées. Gertrude ontdekte dat ze lesbisch was. In vrijwel alle opzichten bevonden ze zich in een vacuüm. Hun joodse achtergrond was te verwaterd om houvast te bieden, het milieu en de zakenwereld van hun familie wezen ze af. Maar volbloed Amerikanen, die enthousiast hun plaats in de bruisende industrie-natie zochten konden ze onmogelijk zijn. Daarvoor waren ze teveel in de greep van de onbespreekbare turbulenties in hun persoonlijk leven. Klassieke Amerikaanse failures, ontworteld en vastgelopen in de Nieuwe Wereld. Ze besloten uit te wijken naar Europa. Het was 1903.

Intellectuele querulant

In Parijs vormden ze een opvallend paar, twee Amerikanen op sandalen en in flodderige kleren. Leo, lang en mager, altijd aan het woord om zijn analyses en kritieken te spuien. Gertrude luisterend, stil, klein en massief, een schrijver die niets liet lezen. Leo hield zich inmiddels met niets anders bezig dan schilderkunst. Hij wilde schilder worden en nam les. Hij ontwikkelde complexe esthetische theorieën. Samen met Gertrude bouwde hij een kleine maar buitengewone verzameling op van de nieuwe, controversiële kunst van onder anderen Matisse en Picasso. Ze hielden iedere zaterdagavond open huis. Hun atelier werd een bedevaartsoord voor kunstenaars en nieuwsgierigen uit Europa en Amerika. Het is de legende, overbekend uit de kunsthistorische werken.

Wineapple schetst de sterke verwantschap tussen Leo en Gertrude en de volstrekt tegengestelde richting waarin hun levens verliepen. Beiden zwierven zogezegd met hun ziel onder de arm door het leven, verward en onzeker over hun toekomst en identiteit. Daar kwam bij dat ze last hadden van een intellectueel overbewustzijn dat hun toestand voortdurend analyseerde en beoordeelde.

Leo was er op uit zichzelf te genezen door alles, inclusief de spoken in zichzelf te doorgronden, te begrijpen en te verklaren. Hij wierp aan de lopende band onweerlegbare theorieën op, over kunst, de menselijke psyche, over religie en filosofie, om ze vervolgens diep teleurgesteld weer te verwerpen. Hij dacht dat zijn neurose een lichamelijke oorzaak had en volgde strenge honger-diëten. Hij ging in psycho-analyse om die vervolgens af te keuren en zijn eigen psychotherapie te bedenken. Hij werd letterlijk en figuurlijk doof voor andere mensen en veranderde meer en meer in een onuitstaanbare intellectuele querulant. Jarenlang was hij bezig zijn kunsttheorieën op te schrijven, maar of hij kon zich niet concentreren of zijn ideeën waren weer veranderd.

Gertrude, even hevig gekweld door een gevoel van verlamming en mislukking, zette niet het mes in eigen vlees. Ze wilde niets genezen, verklaren of veranderen. Terwijl Leo zich naar binnen keerde en controle zocht over lichaam en geest door te vasten, daar at Gertrude, dijde uit en probeerde zich zo volledig mogelijk te concentreren op iets zeer concreets buiten zich. Opschrijven wat je weet, wat je kent, hield ze zichzelf voor en schreef The Making of Americans, waarin ze beschreef hoe de leden van haar familie dat ieder afzonderlijk doen, being existing.

Het idee was van een huiveringwekkende eenvoud. Om te weten hoe iemand is, met welke basishouding iemand in het leven staat moet je kijken hoe iemand beweegt en luisteren hoe hij praat. Al snel ontdek je er een herhaling in, een patroon.Niet eens aan wat iemand precies vertelt, maar aan hoe hij het zegt, in welke ritme, met welke snelheid en langs welke steeds weer herhaalde patronen daaraan lees je iemands karakter af. Je zou er een diagram van kunnen maken. Een woord-diagram.

Om dat zo direct en letterlijk mogelijk op te schrijven heb je niets aan anekdotes, scènes, dialogen of een plot. Je moet het moment van aandacht voor het steeds herhaalde patroon dat uit iemand komt vasthouden. Met lange zinnen vol herhalingen en minuscule verschuivingen kun je een continuous present, een niet verstrijkend heden oproepen waarin iemand aanwezig wordt, zonder dat er een gebeurtenis of handeling wordt naverteld. Het is een kwestie van steeds weer opnieuw beginnen, van een andere kant benaderen, net zolang tot het op is.

Vogelgetsjilp

Stein ontwikkelde in de loop der jaren een hele reeks aan verschillende prozastijlen. Het voert hier te ver om die te beschrijven en te verklaren. Allemaal kwamen ze voort uit de geduldige en moedige passie voor wat woorden kunnen doen. De gevolgen waren verbijsterend. Bladzijden van verbluffende kracht en bladzijden vol gebrom en vogelgetsjilp.

Wineapple citeert een uitspraak van Leo over het grote verschil tussen hem en zijn zuster. Gertrude is the person who takes herself completely for granted. She always took what she wanted! She could always talk her way into anything! I never could. The contrast is extreme. Leo ging een leven lang piekerend, analyserend, kurend en scheldend tegen zichzelf in. Met het idee om zichzelf te begrijpen en op te helderen, zodat hij kon doen wat hij wilde en op zijn waarde kon worden geschat. Gertrude ging er al heel vroeg van uit dat er aan haarzelf niets te begrijpen, genezen en te verhelderen viel zonder aan kracht te verliezen. En geen mens die ooit echt door een ander begrepen werd.

Gertrude Steins werk is het best getypeerd met een paradox: een zorgvuldig geconstrueerd primitivisme of een kinderlijk nihilisme. In haar taal is alles evenveel waard, het concept en de inval, de vorm van de letters, de geluiden die de woorden noteren, de beelden en verwante woorden die ze oproepen, de tijd die ze innemen om te lezen, wat ze betekenen, maar ook hun vermogen betekenissen te vermengen en verwarren. De ernst, intelligentie en ontroering die literatuur nastreeft staat niet boven de ijdelheid, dwangneurose, meligheid en lariekoek die er onherroepelijk deel van uitmaken. Het resultaat is een heel groot en plat idee van literatuur, waar storing en signaal samenvallen. Steins omvangrijkste en diepzinnigste beschouwing over haar literatuur-opvatting en het verband met de Amerikaanse culturele traditie is geschreven in een taal die opzettelijk en verontrustend frivool en soms banaal is. Haar werk is een vrijplaats waar alles wat ze denkt, voelt en zich herinnert, maar ook wat haar zorgen baart, onzeker maakt en angst aanjaagt in splinters uiteenvalt en in een plat oppervlak gerangschikt wordt tot een in zichzelf besloten woord compositie.

Steins werk is een te weinig bezocht literair avonturenpark. Wineapple's boek deed me beseffen dat Steins stijl ook een overlevingstechniek was. De stijl van het continuous present, het opnieuw beginnen en de radicale egalisering van alle woorden is er ook om geen last te hebben van geschiedenis, geheugen, melancholie, jezelf. Ze schreef om te versplinteren en plat te slaan wat haar verpletterde, gevangen hield en wurgde. Haar werk was geen paralelle wereld, opgetrokken uit mythes en denkbeeldige levens. Het was haar eigen leven: wat ze wist en verlangde en ontdekte, opgevoerd in een door zwervende woorden opgerekte tijdruimte. Een eigen taal, waarin de grenzen en vormen niet bepaald werden door plots, symbolen, de literaire traditie, moraal en Zin. In die taal kon alles bestaan zoals het was, zo helder of duister, zo ernstig en belachelijk als het was. Daar kon haar hele leven op het spel staan. Zo heeft ze van haar zwakte haar sterkste punt gemaakt.

De gedachte dat haar geschriften één onverbiddellijk voortstromend geheel zijn maakt de verbazing groter over het feit dat er nog steeds geen verzameld werk bestaat. Steins werk is belachelijk verspreid uitgegeven en misleidend gebundeld, ook door haarzelf. Zo is het haast ondoenlijk de ontwikkeling en de onderlinge verbanden te ontdekken. Als er ooit een verzameld werk komt zou dat een chronologische volgorde moeten aanhouden.

Tegen de tijd dat Stein en Toklas aan hun raadselachtig symbiotische huwelijk begonnen, in 1910, was The Making of Americans voltooid en had Gertrude haar evenwicht gevonden. Haar steeds radicalere experimenten ontlokten Leo neerbuigende opmerkingen. Hij had inmiddels zijn liefde voor Picasso ook afgezworen en verklaarde dat Renoir de grootste aller tijden was. Gertrude beschouwde Leo's kritiek op haar werk als verraad. Voor haar was het geen kunsttheoretische twist, maar de liquidatie van hun verbond. Na de ontbinding van het gezamenlijke huishouden en de verdeling van de schilderijencollectie vertrok Leo naar Italië. Het was 1914. Zijn brieven beantwoordde ze niet. Ze zagen of spraken elkaar nooit meer. Leo stierf vrijwel precies een jaar na Gertrude, in 1947, in Italië, na een moeizaam leven vol hongerdiëten, kunstkritiek en zelfanalyse. De ironie van het lot zorgde ervoor dat op Gertrude's grafsteen een fout werd gemaakt zodat niet de juiste sterfdag (27 juli) vermeld staat, maar die van haar broer Leo (29 juli), die op het moment dat de steen werd geplaatst nog moest overlijden.

En wij zitten met het slecht uitgegeven werk van Gertrude Stein. Een been in de literatuur, een been erbuiten, negenduizend bladzijden lang. Hoe moeten we die inspirerende literaire ramp lezen? Stein schreef over Franse dorpsbewoners, die keken naar een Amerikaanse soldaat die stilstond en niets zei en niets deed. 'Het gevoel van de hele bevolking dat de Amerikaanse soldaat die daar stond en niets deed indruk op hun maakte zoals geen enkele soldaat dat kon door iets te doen. Het is voor iedereen een veel indrukwekkender feit iemand te zien staan, dus niet in actie, waarbij de handeling een voorbijgaande zaak is. Staan is geen voorbijgaande zaak maar iets bestaands. Dat is het verschil tussen vertellen zoals het was en vertellen zoals het nu is.' Probeer dat eens, Gertrude Stein lezen, zoals die Fransen naar een soldaat keken die niets deed, alleen staan. Gertrude Stein bestaat.