Suver Nuver koketteert met artistieke crisis

Voorstelling: Nachtwerk 2, door Suver Nuver. Concept en spel: Peer van den Berg, Dette Glashouwer, Henk Zwart; eindregie: Ton Lutgerink. Gezien: 12/9 Theater Frascati, Amsterdam. T/m 21/9 aldaar; tournee t/m 11/12. Inl. 020-6277555.

Steeds meer acteurs willen op het toneel geen ander zijn, maar alleen zichzelf. In plaats van kinderachtig een rol te spelen doen zij onderzoek - naar hun functioneren als mens en bovenal als kunstenaar. Mug met de Gouden Tand, Growing Up in Public en ook Suver Nuver werken volgens dat concept.

Voor hun navelstaarderij hebben zij zoveel mogelijk toeschouwers nodig, want, zoals Dette Glashouwer in de nieuwe voorstelling van Suver Nuver zegt, het is leuker om op het podium te zitten piekeren dan thuis waar niemand naar je kijkt.

Zijn is gezien worden, en voor theatermakers geldt dat dubbel en dwars omdat zij zonder exhibitionisme niets tot stand zouden brengen. Niets is zo gênant als een theatermaker die zich voor zijn aanwezigheid op de planken schaamt.

In Nachtwerk 2 koketteert Suver Nuver met dat soort tenenkrommende situaties. Een van de acteurs, Peer van den Berg, wordt op een verrijdbaar mini-podium naar voren geschoven en door zijn collega's luidruchtig geprezen.

Maar als de lofrede is verstomd staat hij hulpeloos in de schijnwerpers met zijn ogen te knipperen. Zelfverzekerdheid maakt plaats voor zelftwijfel, ja, voor zelfverachting: wij allen zijn getuige van Peers artistieke crisis.

Ondertussen laat hij ons zien (pientere jongen, die Peer) dat in elk geval zijn vermogen tot zelfreflectie nog volledig intact is. Over inspiratie heeft hij het en over het gebrek daaraan, over het verschil tussen echt en fake en over al die dingen waar kunstenaars, ook depressieve, graag de aandacht mee trekken. Opdat we geen woord van zijn betoog missen is hij, net als de anderen trouwens, uitgerust met een duur zendmicrofoontje.

Een voorstelling moet wel minstens één uur duren, dus volgen er nog wat nummers in wisselende combinaties. Nummers van Peer en Dette, van Peer en Henk, van Henk en Peer en Dette. Waarbij Henk Zwart, de minst opvallende van de drie, het groepsproces pas goed op gang doet komen.

Hij is de katalysator van erotische spanningen, die nergens echt tot ontlading komen. Bijna naakt, in enge pakjes die als een tweede huid op hun vel kleven, sluipen de theatermakers om elkaar heen. Soms vindt er voor of achter de schuivende panelen een schermutseling plaats, maar er vloeit geen theaterbloed: het moet vooral smaakvol blijven.

Zelfs een dode kat, een heuse dode kat, wordt op esthetisch verantwoorde wijze om de sporten van een ladder heengedrapeerd. En als Henk Zwart en Peer van den Berg, beiden klassiek bepruikt, samen een liefdesdans dansen, strekken zij hun handen net zo elegant naar elkaar uit als God en Adam in Michelangelo's Scheppingsverhaal. Deze pose geeft ons ruimschoots de gelegenheid om de gespierde armen van de dansers te bewonderen en dat was het dan wel weer: meer gedenkwaardige beelden heeft het onderzoek van Suver Nuver dit keer niet opgeleverd.