Sociaal en Cultureel Rapport 1996 somber over verloedering, verarming en werkloosheid van de grote steden; 'Grote-stedenbeleid dwingt afstemming af'

Het Sociaal en Cultureel Rapport 1996 is somber over de toekomst van de grote steden. Ze verloederen en er is veel werkloosheid. Twee verantwoordelijke wethouders, Van der Aaa (Amsterdam) en Simons (Rotterdam), vechten daar tegen. Amsterdam zet inwoners aan het werk via Melkertbanen en de Banenpool. Rotterdam neemt grote financiële risico's om de binnenstad te vernieuwen.

ROTTERDAM, 13 SEPT. Onlangs gaven de Rotterdamse wethouders Simons en Kombrink in Den Haag een exposé voor topambtenaren. “VROM, Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken, Landbouw, Financiën”, somt H. J. Simons op. “Het is nuttig al die over elkaar heen rollende visies van departementen over Rotterdam eens te verbinden. Het volstaat niet meer dat elk ministerie zijn eigen visie neerlegt in van die prachtige kleurenkaartjes. Het grote-stedenbeleid dwingt afstemming af op rijksniveau.”

De sombere geluiden in het Sociaal en Cultureel Rapport de grote steden komen Simons niet slecht uit. Als portefeuillehouder werk en veiligheid is hij de gesprekspartner van staatssecretaris Kohnstamm (grote-stedenbeleid). Op het punt van werkgelegenheid ontwikkelt de zuidflank van de Randstad (Rotterdam en Den Haag) zich ongunstig ten opzichte van de noordflank (Amsterdam en Utrecht).

Rotterdam boekt nauwelijks vooruitgang bij de werkloosheidbestrijding. Uit het rapport blijkt dat werklozen het in de strijd om de banen afleggen tegen forensen. Wie een baan krijgt, trekt weg. De verliezers blijven achter. “Je hoort dat ook wel eens uit de departementen. 'Die mensen waar jullie mee zitten, die willen toch niet werken'. Ik vind dat een veel te defensieve houding om dit ellendige vraagstuk te tackelen. Rotterdam heeft veel laag-opgeleiden. Het is de opgave kansen te creëren op het snijvlak van arbeid, uitkering en scholing. Als het hoge loonniveau een belemmering is voor het scheppen van banen in het laagste segment van de arbeidsmarkt, moet er een discussie komen over verlaging van het minimumloon, met aanvullingen. We moeten een gedragsverandering krijgen.”

Komt Rotterdam met concrete voorstellen? “Die zijn eind dit jaar te verwachten.”

Het Sociaal en Cultureel Rapport waarschuwt dat met de tienduizenden te bouwen huizen rond de grote steden, de middengroepen de stad definitief verlaten. Leidt dat niet tot gettovorming? “De nieuwe wijken moeten ook voor de lagere inkomens aantrekkelijk zijn. Maar zijn de financiële constructies rond de Vinexgebieden niet zodanig dat er te weinig sociaal gebouwd kan worden? En kunnen wij in de stad zelf een interessant woonmilieu creëren voor de middengroepen? Het rapport geeft aanleiding na te denken of we niet te veel over kwantiteit van woningen praten en te weinig over kwaliteit.”

Het rapport stelt dat de grote stad nauwelijks zonder agglomeratiebestuur kan. Voor u lijkt dat na het referendum over de stadsprovincie een gepasseerd station. Is dat niet kortzichtig? “De inrichting van bedrijfsterreinen in de Hoekse Waard is toch niet iets dat twee of drie gemeenten onderling uitvechten. Daarover wordt op hoger niveau beslist.”

Sinds eind jaren zeventig wordt er onder steeds nieuwe namen grote-stedenbeleid gevoerd. Het helpt weinig. Doet u wel genoeg? “We nemen enorme financiële risico's de binnenstad te revitaliseren. Dit college heeft 500 miljoen opzij gezet om daar te investeren. In het Beursplein, Ahoy, de Doelen, noem maar op. We hebben bij de Kop van Zuid risico's genomen om marktinvesteerders te lokken. Dat is erg gedurfd.”