Serviërs in Bosnië gewezen op taboe van de afscheiding

SARAJEVO, 13 SEPT. Vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap hebben gisteren, op de laatste dag van de campagnes voor de verkiezingen van morgen, leiders van de Servische Republiek in Bosnië nog eens voorgehouden dat hun gebied deel zal blijven uitmaken van Bosnië.

Ze reageerden met hun bezoek in Pale en hun gesprek met Biljana Plavsic, president ad interim van de Servische Republiek, op het felle separatisme dat zij en de andere leiders van de Bosnische Serviërs vooral tegen het eind van de verkiezingscampagne aan de dag hebben gelegd.

Carl Bildt, 'vredescoördinator', Robert Frowick, de chef van de Bosnië-missie van de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE, en admiraal Joseph Lopez, commandant van de internationale vredesmacht IFOR, spraken gisteren in Pale bijna een uur met Plavsic.

Ze brachten twee onderwerpen ter sprake: de verkiezingen van morgen en de uitlatingen van Plavsic, afgelopen woensdag, over de wens van de Bosnische Serviërs om zich van Bosnië af te scheiden en zich aan te sluiten bij Joegoslavië (Servië).

Bildt, Frowick en Lopen riepen Plavsic op de verkiezingen van morgen 'waardig' te laten verlopen en het principe van de bewegingsvrijheid te respecteren.

Bildt sprak Plavsic in Pale vervolgens aan op haar uitlatingen van woensdag op een bijeenkomst in Banja Luka, waarop ze zei dat de Bosnische Serviërs niet zullen rusten voor ze zich bij Servië kunnen aansluiten en dat er op de Balkan “geen vrede zal heersen zolang de Serviërs niet in een eigen staat verenigd zijn”.

Bildt zei na het gesprek dat de president ad interim van de Servische Republiek zich had verdedigd met het argument dat de media haar woorden hebben “verdraaid en buiten de context hebben geplaatst”. Bildt had daarop geantwoord dat zij als politiek leider de verantwoordelijkheid heeft “op haar vocabulaire te letten”. Hij vertelde Plavsic ook dat ze nog de gelegenheid had haar uitlatingen van Banja Luka recht te zetten, bij de afsluiting van de verkiezingscampagne namelijk, gisteravond.

Van die gelegenheid maakte Plavsic echter gistermiddag geen gebruik. Bij de afsluitende campagnebijeenkomst in Pale zei Momcilo Krajisnik, de voorzitter van het parlement van de Bosnische Serviërs (en kandidaat voor de Servische plaats in het staatspresidum van Bosnië), dat de bewegingsvrijheidvrijheid morgen moet worden gerespecteerd en dat moslim-vluchtelingen die dat wensen hun stem in de Servische Republiek moeten kunnen uitbrengen.

Hij doelde op de meer dan honderdduizend moslim-vluchtelingen die van plan zijn morgen via negentien speciaal beveiligde routes naar de Servische Republiek te reizen om te gaan stemmen in de woonplaatsen waaruit ze tijdens de oorlog zijn verdreven. Omgekeerd zijn zevenduizend Bosnische Serviërs van plan hun stem morgen uit te brengen in hun oorspronkelijke woonplaatsen in de moslim-Kroatische federatie.

Op de slotbijeenkomst van de SDA (Partij van Democratische Actie), de belangrijkste partij van de moslims, heeft president Alija Izetbegovic gisteren gezegd dat er geen sprake kan zijn van duurzame vrede zolang de honderdduizenden uit hun woonplaatsen verjaagde moslims niet naar hun woonplaatsen terug kunnen. Hij zei dat het vredesakkoord van Dayton in die terugkeer voorziet en dat het “in zijn geheel” moet worden uitgevoerd. “Het is alles of niets”, aldus Izetbegovic. (Reuter, AFP)