Schoenen uit Verre Oosten veel duurder

HOOFDDORP, 13 SEPT. Indien de Zuideuropese landen hun zin krijgen, zullen schoenen uit het Verre Oosten voortaan anderhalf tot twee keer zoveel gaan kosten. De zuidelijke lidstaten hebben bij de Europese Commissie een verzoek ingediend om anti-dumpmaatregelen te treffen tegen de import van schoeisel uit China, Indonesië en Thailand.

De Nederlandse importeurs vrezen brodeloos te worden, de consument betaalt in het slechtste geval voortaan het dubbele voor zijn schoenen. De strafheffingen varieren van 36 tot 94 procent.

In eerste instantie gaat het om een voorlopige maatregel met betrekking tot de zogenaamde textielschoenen, waarover de Europese Commissie beslist. Na een half jaar zal het besluit geëvalueerd worden, dan beslist de ministerraad of de maatregel van kracht blijft. Het anti-dumping comité onderzoekt nog of leren schoeisel ook onder de maatregel zou moeten vallen. Een woordvoerder van Economische Zaken verklaart dat “wegens veranderingen op de markt sancties hier nog niet direct aan de orde zijn.

De produktie van schoenen bestemd voor de Europese markt is in de loop van de eeuw steeds van locatie verandert. “Daar waar de loonkosten het laagst waren, werden de schoenen gefabriceerd”, verhaalt P. Spijk, een van s lands grootste schoenenimporteurs. Een logische ontwikkeling gezien het feit dat de fabricage van schoenen erg arbeidsintensief is. Spijk: “Zon zestig jaar geleden verplaatste de produktie zich van de armste regios in ons land naar de, veel voordeliger, Zuideuropese landen. Logischerwijs vond vijftien jaar geleden opnieuw een verschuiving plaats. Dit keer naar de nog goedkopere lage-lonen-landen in het Verre Oosten. In eerste instantie naar Japan. Nu is met name China een grote producent van schoeisel voor de Europese markt.

Door deze herhaalde productieverplaatsing zijn de prijzen van schoenen, voor het goedkopere marktsegment, vrijwel constant gebleven. Deze worden dan ook voor het grootste deel betrokken uit het Verre Oosten. De ontwerpen worden echter nog steeds in Europa gemaakt. De marketing en distributie is ook in eigen beheer. Deze bedrijfstakken zullen dan ook zwaar getroffen worden wanneer de import uit het Verre Oosten door de strafheffing stagneert. Importeur A. Portis hierover: “Alle know-how komt nog steeds hier vandaan. De collectie wordt hier ontworpen, vervolgens kunnen onze klanten, voornamelijk schoenenketens, uit die collectie bestellen, waarna wij contracten afsluiten met producenten in het Verre Oosten.”

De schoenenbranche werkt een paar seizoenen vooruit. De orders voor komende zomer zijn al geplaatst en betaald. Als de heffing volgende maand al van kracht wordt, zullen de intermediairs voor de extra kosten opdraaien. “Als dit doorgaat kunnen wij de zaak wel sluiten”, beweert Portis stellig. De gezamenlijke importeurs uit heel Noord Europa vinden dat zij het slachtoffer zijn, ten koste van de Zuideuropese landen. De Europese Commissie lijkt gevoelig voor de eis van de zuidelijke landen; de productie moet zoveel mogelijk binnen de grenzen van de gemeenschap plaatsvinden.

Dit is volgens importeurs Portis en Spijk 'wishfull thinking'. “De fabrieken in het zuiden hebben bij lange na niet genoeg produktiecapaciteit om de hele Europese markt van schoenen te voorzien.” In de rapportage van het anti- dumping comité wordt dit betwist. Hoe het ook zij, wanneer de produktie wel naar Europa wordt verplaatst zullen de prijzen evengoed stijgen. Met de lage loonkosten in het Verre Oosten kunnen zij niet concurreren.

Komende dinsdag beslist de Europese Commissie, de vijftien lidstaten hebben hierin alle een gelijke stem. Nederlands afgevaardigde in het anti-dumping comité, drs. J. den Brabander doet zijn uiterste best om de maatregel tegen te houden.

Zuidelijke lidstaten vragen Commissie om strafheffing die kan oplopen tot 96 procent