Schizofrenie in de publieke moraal bedreigt België

De arrestatie van de Waalse socialist Van der Biest in verband met de moord op partijleider Cools brengt volgens Derk Jan Eppink andermaal aan het licht dat publieke moraal van de Waalse socialistische partij niet deugt.

De congressen van de Parti Socialiste (PS) zijn in België de meest geladen en broeierige van het land. In een Maison du Peuple van Luik of Charleroi komen Franstalige socialisten bij elkaar om er, onder rode vlaggen en met gebalde vuist, de 'Internationale' te zingen, terwijl ze in de andere hand een rode roos vasthouden. Niet zelden is de ene PS-voorman net beschuldigd van fraude of de ander in opspraak gekomen. Toch staan ze gebroederlijk op de eerste rij in een ritueel dat nestwarmte verraadt - een camaraderie.

Maar toch, deze PS-baronnen uit verschillende Waalse regio's proberen elkaar uit te rangeren. Zodra de 'Internationale' is verstomd, ontbrandt tussen de clans de machtsstrijd. De partijvoorzitter is een soort postillion d'amour tussen rivaliserende groepen. Dat één van hen politieke 'vadermoord' letterlijk opnam, lijkt voor de PS een schok, maar is op zich geen ramp.

Wie redeneert vanuit een 'publieke moraal' zou denken dat de moord op Cools het einde van de PS is. De partij kan worden opgedoekt en haar leiders afgezet. De partij schaadt immers het aanzien van de politiek en het staatsbelang. Kortom: de PS draagt schuld!

Maar die redenering gaat in Wallonië niet op, want de PS handelt niet vanuit een 'publieke moraal'. Er is in Alain van der Biest een zondebok, er zijn ook nog de Siciliaanse handlangers. Daarmee is de kous af. De PS-voormannen - die heimelijk niet bedroefd zijn dat ex-godfather Cools van het toneel is verdwenen - zwijgen als het graf. Een uitzondering was Philippe Moureaux, de leider van de Brusselse PS, die de PS-voorman uit het Luikse Seraing, Guy Mathot, openlijk als het brein achter de moord aanwees. Moureaux werd berispt en Mathot werd, althans destijds, ongemoeid gelaten. Er is wel schaamte dat de 'eigen kameraden' een moord begaan, maar die wordt bedekt onder een collectief stilzwijgen. In partijkringen heet dat: la conspiration de silence. Als iedereen zwijgt, kan iedereen zich een beetje schamen, maar gaat ook iedereen vrijuit. In de publieke moraal in Wallonië draait het niet zozeer om de schuldvraag maar staat de loyaliteit aan de groep voorop.

De PS kan zich dit permitteren, omdat ze Wallonië regeert als haar eigen bastion. De kiezers straffen het gedrag van de PS-politici ook niet af. De PS leed tijdens de verkiezingen amper onder de Agusta-affaire. Van der Biest was jarenlang een dronken minister, maar bleef gewoon in de politiek als vooraanstaand PS'er, die zich omringde met figuren uit de onderwereld. Pas toen Cools hem wilde wegpromoveren naar het Europees Parlement - kennelijk een vaste stortplaats voor lastposten - keerde Van der Biest zich tegen hem. Hij hield het met zijn drankzucht - soms praatte hij stomdronken in het parlement - echter lang vol.

De Franstalige socialisten werken vanuit een 'partijmoraal'. Wat goed is voor de partijmacht, is goed voor Wallonië. En niet andersom. Het instrument bij uitstek om die macht te behouden is het cliëntelisme. In de PS-bastions van Luik en Charleroi lopen alle benoemingen via partijkanalen. Een politieman, rechter of ambtenaar; iedereen moet aankloppen bij de lokale partijleider. Met een werkloosheid van circa dertig procent in sommige regio's is de PS het enige kanaal om werk te krijgen.

Toen onlangs een Nederlandse onderneming een filiaal in Wallonië wilde vestigen, kwam er bezoek van de burgemeester, tevens PS-voorzitter, die vertelde welke subsidies er wel niet waren. Ook bracht hij een lijstje met namen mee van stadgenoten die in aanmerking kwamen om bij het filiaal te werken. De burgemeester wordt populair omdat hij schaars werk uitdeelt en hij bindt zo zijn cliëntèle. In Wallonië is cliëntelisme een mentaliteit geworden en men kan het de Walen niet kwalijk nemen. Er is geen alternatief voor dit zichzelf voedend systeem.

De Waalse kiezer verwacht dat de PS-polticus iets voor hem 'regelt'. Zo zorgde ex-minister van Defensie Guy Coëme ervoor dat burgers uit zijn Waalse Borgworm een baantje kregen in Brussel, als ambtenaar. De ochtendtrein van Borgworm naar Brussel kreeg snel de bijnaam de 'Coëme-Express'. Zelf is hij afgetreden in het Agusta-schandaal en de Uniop-affaire, waarbij hij partijgeld witwaste. Maar in Borgworm blijft hij erg populair. “Hij doet tenminste iets voor ons.”

De PS-politicus mag zich amuseren. Hij mag dronken zijn, bordelen bezoeken en gratis reisjes maken. Als hij maar iets voor de gewone man arrangeert. Hij wordt dus niet beoordeeld op moreel leiderschap, maar op materiële dienstverlening. Zolang de PS in het economisch verarmde Wallonië kan blijven 'regelen', is de partij veilig. Andere partijen oefenen amper kritiek uit, want ze doen er zelf mee aan en ze kunnen niet om de PS heen.

Er is dus geen enkele correctie. De Waalse pers is nog erg partijgebonden. De PS-kranten La Wallonie en Le Peuple reageren als spreekbuizen, omdat ze deels eigendom zijn van de PS. Jean Guy - de kleurrijke en bewogen hoofdredacteur van Le Peuple - is lid van het PS-partijbestuur. Hij waagde het onlangs kritiek uit te oefenen en werd uit het bestuur verwijderd. De PS probeert hem nu ook als hoofdredacteur kwijt te raken. En de Franstalige radio en televisie RTBF is ook in PS-handen. Sommige RTBF-journalisten die verslag doen van een PS-congres dragen zelf een rode sjaal om te laten zien hoe 'loyaal' te zijn aan de politieke familie die de baan regelde. De grote baas van de RTBF werd onlangs veroordeeld wegens fraude in een geldwitwas-affaire. Hij blijft gewoon aan de macht, want hij heeft de onvoorwaardelijke steun van de PS.

Dit gebrek aan correctie zorgt ervoor dat Wallonië steeds verder wegglijdt in het 'cliëntelisme' dat in België diep is geworteld. Het is overal in het land te vinden, maar wel in uiteenlopende gradaties.

Brussel kende traditioneel ook de greep van de politieke bazen zoals ex-premier Paul vanden Boeynants, die de 'ongekroonde koning' van de hoofdstad was, met financiële ondersteuning van projectontwikkelaars. Hij vatte eens samen waar politiek om gaat: “Ik doe iets voor U en U doet iets voor mij”. Als premier was hij tegelijk de promotor van zijn eigen vleesbedrijf.

Jarenlang was Vanden Boeynants de populairste politicus van Brussel. Hij deed in het groot wat de kleine man in het klein doet - en ook in het groot zou doen als hij de kans zou krijgen. Vanden Boeynants werd aan de kant gezet, met enige moeite, en zijn stroman - een burgemeester die doorgaans beschonken was - werd afgezet. Intussen leidt een keurige liberaal de hoofdstad en zou een 'drinkebroer' niet meer aanvaardbaar zijn.

Ook Vlaanderen zit met de last van het 'cliëntelisme'. Toen de Vlaamse socialisten (SP) in opspraak kwamen met de Agusta-affaire zeiden de SP-militanten op de vergaderingen: “Het Augusta-geld is niet in eigen zak verdwenen, het was voor de partij”. Dat is een typisch excuus uit de tijd van de 'partijmoraal'. Niet de overheid staat voorop, maar de partij, de zuil, de eigen groep.

Vlamingen hanteerden ook jarenlang een nogal 'schizofrene houding' tegenover politici. Ze scholden erop en gaven hen de schuld voor alles, maar klopten tegelijk aan voor politieke dienstverlening. Zij zagen in politiek niet de hoeder van het publieke domein, maar een soort onbetrouwbare eigenaar van een zelfbedieningswinkel.

Toch is in de Vlaamse politiek een kentering te zien omdat politici steeds minder mogen. Een voorzitter van het Vlaamse Parlement moest aftreden omdat hij zich inzette ten gunste van een kandidate bij een toelatingsexamen. En een minister van Defensie vertrok omdat hij een villa in Zuid-Frankrijk liet bouwen met zwartwerkende postambtenaren uit zijn eigen regio. In het verleden zou dit geen probleem zijn geweest, maar Vlaamse politici moeten steeds meer oppassen. En er is ook een pers die - stilaan onafhankelijker van de politieke families - scherp uithaalt als er misbruik is. De publieke opinie aanvaardt slecht bestuur en gesjoemel niet meer. Het 'dienstbetoon' wordt meer en meer aan banden gelegd, en de procedures worden 'geobjectiveerd'. Er is een sanctie, want als de politieke families er een potje van maken, is er de vlucht in de protestpartijen. Er groeit in Vlaanderen iets als een 'publieke moraal' naar het Noordwest-Europees idee, terwijl de Waalse industriesteden - door economisch verval gedwongen - Zuid-Europese trekken beginnen te vertonen.

Door gebrek aan correctie glijdt Wallonië steeds verder weg in het 'cliëntelisme'