Rebellen hinderden hulp aan Liberia

Hulporganisaties die sinds het weekeinde voedsel distribueren in het Liberiaanse stadje Tubmanburg, waar een ernstige hongersnood heerst, ondervinden daarbij hinder van rivaliserende facties in het gebied. Gewapende rebellen overvallen burgers en stelen hun voedselrantsoenen.

Verder zouden zij gisteren een groot aantal burgers dat terugkeerde van een distributiepunt, hebben ontvoerd. Volgens de Verenigde Naties hebben de ontwikkelingsorganisaties hun hulp tijdelijk gestaakt.

Niet bekend

De bevolking van Tubmanburg, dat ligt in het westen van Liberia, was sinds februari afgesneden van de buitenwereld door gevechten tussen de twee rivaliserende facties. Vrijdag ondertekenden zij een landelijk staakt-het-vuren. Het Wereld Voedsel Programma (WFP) van de VN, UNICEF en de non-gouvernementele organisaties Artsen zonder Grenzen en Aktie tegen de Honger begonnen onmiddelijk met de distributie van voedsel en medicijnen. Woordvoerders van de hulporganisaties schatten dat tachtig procent van de 35.000 inwoners van Tubmanburg lijdt aan extreme ondervoeding. Vooral kinderen zijn er ernstig aan toe. Tarek Elguindi, de directeur van het WFP, die zaterdag een eerste bezoek bracht aan het stadje, noemde de situatie die hij aantrof “een groene hel”. “De kinderen hebben opgeblazen buiken, hun ogen zijn opgezwollen, hun huid is gebarsten en in sommige gevallen is de huid van de voeten afgevallen”, beschreef hij. Een medewerker van UNICEF oordeelde gisteren: “Dit is het ergste wat we hebben gezien in de zevenjarige geschiedenis van de oorlog in Liberia.” Volgens inwoners van Tubmanburg stierven er gemiddeld vijftien mensen per dag voordat de hulp arriveerde. Hondervijftig kinderen zijn overgebracht naar een speciaal voedingscentrum in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia. De meeste volwassen bevinden zich volgens de hulporganisaties niet in levensgevaar.

Tubmanburg is niet meer dan een spookstadje. Huizen, scholen, ziekenhuizen en kerken zijn door de burgeroorlog vervallen tot ruïnes. De inwoners van Tubmanburg en omliggende plaatsen trachtten zich, sinds het laatste hulpkonvooi de stad aandeed in januari, in het oerwoud in leven te houden met soep van wilde planten en het eten van boomwortels. “Honderden burgers zijn tevoorschijn gekomen uit het oerwoud langs de weg naar Tubmanburg”, aldus een woordvoerder van het WFP. “We hebben een distributiepunt aan die weg opgezet.” Volgens schattingen houden zich nog ongeveer 250 mensen verborgen in het oerwoud. De hulpkonvooien werden na hun aankomst in Tubmanburg omringd door duizenden uitgehongerde mensen die op de meegebrachte zakken meel aanvielen. Met handenvol tegelijk werkten zij het onverwerkte voedsel naar binnen. Ontwikkelingswerkers vrezen dat in andere delen van Liberia, die ook door de burgeroorlog zijn geïsoleerd, een soortgelijke hongersnood heerst. Zij zijn van plan morgen een bezoek te brengen aan Cape Mount in het zuidwesten van het land. De VN willen daarnaast zo spoedig mogelijk hulp sturen naar het zuidoosten van het land, waar nog steeds zou worden gevochten. De burgeroorlog in Liberia heeft al meer dan 150.000 mensenlevens geëist. Het land werd in 1847 gesticht door bevrijde slaven uit de Verenigde Staten. De etnische rivaliteit tussen de inheemse bevolking en de nakomelingen van de slaven is een van de achterliggende oorzaken van de burgeroorlog, die in 1989 uitbrak.

'Dit is het ergste wat we hebben gezien in de zevenjarige geschiedenis van de oorlog in Liberia.'