Positie Ritzen in gevaar bij afwijzing wetsvoorstel

DEN HAAG, 13 SEPT. Van je politieke vrienden moet je het maar hebben. Dat geldt voor minister Ritzen (Onderwijs) in de relatie met zijn partijgenoot en Tweede-Kamerlid Van Gelder (PvdA). Na ruim twintig uur plenair debateren zit het conflict over het wetsvoorstel universitaire bestuursorganisatie (MUB) muurvast.

Het gevaar dreigt zelfs dat het wetsvoorstel wordt afgestemd. Als dat zou gebeuren, zou Ritzen voor de rest van deze kabinetsperiode “vleugellam” worden, zoals het Kamerlid Schutte (GPV) concludeerde. Maar Ritzen kan ook besluiten na zo'n nederlaag de pijp aan Maarten te geven.

Hoe kon het zover komen? Bij de aanvang van de debatten in de Kamer, nu tien dagen geleden, zag het ernaar uit dat Ritzen zijn wetsvoorstel met verstandig manoeuvreren door de Kamer zou kunnen loodsen. De VVD steunde hem ten volle, D66 had enkele verdergaande verlangens, maar na uitwisseling van argumenten zou daar een mouw aan te passen zijn geweest, en de PvdA steunde bij monde van het Kamerlid Van Gelder met verve de inhoud en strekking van het wetsvoorstel.

Kern daarvan is dat de universiteiten de beschikking krijgen over een bestuursstructuur die beter is toegesneden op een grotere zelfstandigheid ten opzichte van de overheid. Bovendien moet het bestuur van de universiteiten slagvaardiger worden, aldus Ritzen. Daarin past niet dat de geledingen van personeel en studenten meebesturen in universiteitsraad en faculteitsraad. Deze erfenis van de jaren zestig wordt door velen, inclusief de minister, gezien als een sta-in-de-weg voor een moderne bestuursstructuur. Die moeizaam bevochten invloed van de studenten in de gedemocratiseerde universiteit is bovendien niet wat hij lijkt, beklemtoont Ritzen. Tijdens het Kamerdebat betoogde hij dat het medebestuur, mogelijk sinds december 1970, niet past in een universiteit, en hij vond gehoor voor deze visie bij VVD, D66 en PvdA.

Er bestond een meerderheid in de Kamer die ermee kon instemmen dat het medebestuur van personeel en studenten tot het verleden zou gaan behoren. Maar over dit begrip 'medebestuur' ontbrandde een woordenstrijd nadat Van Gelder te elfder ure met een amendement kwam dat een student lid moet kunnen zijn van het faculteitsbestuur. Volgens de VVD zou daardoor een directe relatie ontstaan tussen die benoemde student-bestuurder en studenten, en dat is volgens de partij in strijd met de kern van het wetsvoorstel. Woordvoerder De Vries (VVD) verweet de PvdA hiermee een politiek signaal te geven aan de studenten, dat zij wel degelijk nog invloed hebben.

Van Gelder ontkende dat dit het geval zou zijn. Die student zit er immers zonder last en ruggespraak, hij heeft geen achterban. Hij of zij is een goede bestuurder, die op die plaats tot uitdrukking kan brengen dat de universiteit een werkgemeenschap is, aldus Van Gelder.

Het was lastig voor hem dat Ritzen zijn overwegende bezwaren tegen het amendement uitsprak. Maar Van Gelder hield voet bij stuk, ook toen de VVD aankondigde in dit amendement reden te zien om tegen de hele wet te stemmen. Ritzen legde het probleem vervolgens terug bij de Kamer, en met name bij zijn partijgenoot Van Gelder, door het amendement, na overleg in het kabinet, overbodig te verklaren.

Van Gelder zit met een probleem, maar Ritzen evenzeer. In het zicht van de haven dreigt zijn wetsvoorstel te stranden. Het zal ook hard aankomen dat, met uitzondering van PvdA en D66, de Kamerfracties nu openlijk de geloofwaardigheid van Ritzen in twijfel trekken. De manier waarop hij, via de tussenstap van overleg in het kabinet, het amendement van Van Gelder onschadelijk probeerde te maken, stuitte gisteren in de Kamer op scepsis en verbazing bij het CDA, bij SGP, GPV, GroenLinks en SP, en leidde tot kille, afstandelijke woede bij coalitiegenoot VVD.

Aan het slot van het debat deed Ritzen nog een beroep op de Kamer om er samen uit te komen. Volgens de minister bestaat er al voor 95 procent overeenstemming. Maar zolang Van Gelder zijn amendement niet intrekt en ook de VVD voet bij stuk houdt, blijft de kans op een politiek bedrijfsongeluk levensgroot aanwezig. Het zou het einde betekenen van de MUB en het is niet goed voorstelbaar dat zo'n mislukking zonder gevolgen kan blijven voor de indiener van het wetsvoorstel.