Partners: 'Kabinet speelt met vuur'

Aan de vooravond van Prinsjesdag geven de voormannen van de werknemers en werkgevers, Van der Weg en Blankert hun visie op het kabinetsbeleid. Over zwarte koffie en cappuccino. Een dubbelinterview.

Voorzitter Bé van der Weg van de Industriebond drinkt zijn koffie het liefst zwart. In tegenstelling tot Blankert is hij niet zo tevreden over het afbreken van allerlei collectieve zekerheden. Van der Weg is nog een vakbondsman van de oude stempel. Volgend jaar april gaat hij weg. Net als andere oudgedienden, zoals Herman Bode, heeft Van der Weg nog steeds last van het WAO-trauma van 1991. Hij voelde zich overvallen door Wim Kok en de PvdA en zegde zijn lidmaatschap van die partij op. “Ik zou pas weer lid worden als de schade was hersteld. Dat is niet gebeurd,” zegt Van der Weg. Hij heeft nog steeds geen goed woord over voor Kok en zijn PvdA.

Van der Weg: “De overheid bezuinigt en zegt: mooi, wij zijn er vanaf. Anderen moeten dan maar zelf uitzoeken hoe ze de eindjes aan elkaar knopen. Op diverse terreinen is sprake van een ongegeneerde afschuifmethodiek vanuit Den Haag. Zo worden de geldkranen bij het Gemeente- en Provinciefonds dichtgedraaid. Die gemeenten en provincies hebben daardoor minder te besteden en moeten dus wel hun tarieven verhogen om financieel uit te komen. Dus gaan de onroerendzaakbelasting en de reinigingsrechten omhoog. Bij de waterschappen gebeurt hetzelfde. De huren gaan continu omhoog. De lasten van de sociale zekerheid nemen toe. Nu gaat het kabinet ook al de benzineaccijns verhogen. En dat terwijl de industrie en het land bestaan bij de gratie van mobiliteit. Denkt het kabinet nu echt dat een werknemer die naar zijn werk moet de auto laat staan, omdat de benzine wat duurder wordt? Nee toch? Mensen moeten nu ook al meer gaan betalen om tv te kunnen kijken. Op een gegeven moment houdt het op. Dan zeggen onze leden: wij willen nu puur geld.”

“De overheid zet een prijs-loonspiraal in beweging die veel moeilijker is terug te draaien dan de loon-prijsspiraal uit de jaren zeventig. Binnen onze bondsraad komt het steeds weer terug. De centrale overheid bezuinigt op sociale zekerheid. Wij proberen de gaten die daardoor vallen aanvullend te verzekeren. Maar met al die herverzekeringen zijn we per saldo zo'n 2 procent duurder uit dan bij het oude collectieve systeem. Het is niet zo dat onze leden zich niet gematigd willen opstellen, maar ze hebben er schoon genoeg van dat al die lasten voortdurend toenemen en de koopkracht onder druk komt.”

“Waar de politiek een betrouwbare stabiele factor zou moeten zijn, worden mensen steeds onzekerder. Er dreigt onvrede. Nu gaat er een adviesaanvrage over de toekomst van het sociale stelsel naar de Sociaal-Economische Raad. Is dat niet wat erg laat? Eerst wordt het sociale stelsel fundamenteel ondergraven. De problemen van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid blijven bestaan. Die worden niet opgelost. De mensen zijn boos en Wim Kok roept tijdens het feest ter ere van het twintigjarige bestaan van de FNV dat de uitgaven voor sociale zekerheid zijn teruggebracht. Ja Wim, ik vind dat wel heel goedkoop om te zeggen. De overheid zegt gewoon: 'We betalen niet meer, zoek het maar uit'. Dan heb ik liever het oude collectieve systeem. Niet dat daar niets in hoeft te veranderen. Je kunt de uitvoering meer stroomlijnen, wat meer eigen verantwoordelijkheid in het systeem brengen. Maar niet op de manier waarop dat nu door het kabinet wordt doorgevoerd. In de kabinetsplannen zit geen enkele samenhang. Er wordt geweldig onzorgvuldig omgegaan met het sociale gevoel van de mensen. Je krijgt zoveel ongelijkheid.”

“De PvdA kan nu wel denken dat er in 1998 bij de verkiezingen veel stemmen worden binnengehaald, omdat ze Wim Kok als lijsttrekker hebben, maar de mensen zijn natuurlijk niet gek. Diezelfde Kok zorgt wel voor hogere lasten en trekt het sociale stelsel steeds verder onderuit. Hij schetst geen alternatief waar iedereen vertrouwen in heeft. VVD-leider Bolkestein doet trouwens ook aan volksbedrog als hij suggereert dat overlegeconomie en groeieconomie tegenstrijdige zaken zijn. Ik durf gerust te stellen dat die economische groei er is dank zij de overlegeconomie en niet ondanks de overlegeconomie.”

“Ik ben niet voor politieke stakingen. Dat past niet in een parlementaire democratie. In feite heb ik maar twee wapens. Als vakbeweging kunnen we gesprekken aangaan met de politiek. Als we dat samen met de werkgevers kunnen doen, prima. Samen sta je sterker. Maar ik verwacht dan van Blankert wel dat hij zijn brede maatschappelijke verantwoordelijkheid waarmaakt. De werkgevers hebben zich in het verleden nogal gemakkelijk aangesloten bij de afbraak van de sociale zekerheid.”

“Het tweede wapen is dat we op CAO-niveau in actie kunnen komen. De afgelopen jaren hebben we er alles aan gedaan om de financiële ruimte die er in de bedrijven is op een evenwichtige manier te verdelen. Zekerheid van baan en inkomen is voor onze leden nu eenmaal belangrijk. Maar ik weet niet of we de roep om meer geld nog langer kunnen kanaliseren. Het kabinet speelt met vuur.”

De voorzitter van de Vereniging VNO-NCW, Hans Blankert houdt van cappuccino. Daar bedoelt hij niet zozeer de Italiaanse koffie mee, maar een systeem om de sociale zekerheid, de pensioenen en andere voorzieningen te regelen. De koffie staat voor de basisvoorziening (bijvoorbeeld de AOW, een door de overheid gegarandeerde uitkering op minimumniveau). Daar bovenop komt melk (de aanvullende pensioenen, die sociale partners afspreken). En daar weer bovenop een toefje cacao (de individuele aanvullingen: lijfrente, koopsompolis). Dit model, dat bij de oudedagsvoorziening al lang in gebruik is, wordt momenteel bedreigd door het kabinet, dat invloed wil uitoefenen op de hoeveelheid melk die er wordt opgediend. Maar Blankert wil zelf beslissen over de manier waarop hij zijn koffie gebruikt.

De term cappuccino-model is bedacht door de vakbeweging. Het is geen toeval dat Blankert er ook voor is. De nieuwe voorzitter van de Vereniging VNO NCW wil Nederland beter maken door het sluiten van een “bondgenootschap” met de vakbeweging. Met die vakbeweging kunnen de werkgevers het de laatste tijd prima vinden. Waar het kabinet innerlijk verdeeld is, zoals bij de thema's flexibilisering, pensioenen en WW, worden de sociale partners vaak als scheidsrechter ingeschakeld. Zij mogen het kabinet adviseren. Dat kan ertoe leiden dat hun voorstellen vrijwel ongewijzigd worden doorgevoerd, zoals afgelopen voorjaar rondom de flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Blankert staat model voor het economisch liberalisme: zoveel mogelijk vrijheid voor sociale partners en individuen om zelf zaken te regelen. Zoveel mogelijk melk en cacao dus. Hij heeft een broertje dood aan collectivisme, waarbij mensen en bedrijven van alles en nog wat door de overheid krijgen opgelegd.

Blankert: “Een 25-jarige werknemer denkt niet aan zijn VUT, maar wel aan een eigen huis. Je moet mensen zelf laten bepalen waar ze in een bepaalde fase van hun leven de accenten leggen. Dat hoeft de overheid niet tot in de puntjes voor hun te regelen. Het huidige pensioenmodel komt tegemoet aan de wens om de oudedagsvoorziening individueel gestalte te geven. Ik begrijp er dan ook werkelijk niets van dat het kabinet daar nu doorheen gaat lopen en zich ineens met van alles en nog wat gaat bemoeien. Wat er nu met Prinsjesdag naar buiten komt is een politiek compromis, dat voorbijgaat aan de zaak zelf. De ministers Zalm, Wijers en Melkert waren het oneens met elkaar en hebben het toen op een akkoordje gegooid. Nu dreigt de overheid te gaan afdwingen wat voor soort pensioenen wij in Nederland moeten hebben. Daarmee jagen ze de mensen tegen zich in het harnas. Dat hebben we eerder bij de WAO gezien, waarbij het kabinet uiteindelijk ook op zijn schreden terugkeerde. Het gaat niet zozeer om de inhoud van de voorstellen, maar meer om de manier waarop het kabinet ons de aardappel door de keel probeert te duwen. Laat dat toch over aan de sociale partners. Bij Philips is gekozen voor het door het kabinet gewenste middelloon-systeem. Dat is afgewogen tegen andere arbeidsvoorwaarden. Zo hoort het.”

“Gelukkig krijgen wij de gelegenheid om als sociale-partners in SER-verband over de aanvullende pensioenen en de AOW te adviseren. We zullen het kabinet duidelijk maken dat het op de verkeerde weg is. Hetzelfde geldt voor de WAO-voorstellen. Het kabinet wijkt af van ons idee van het cappuccino-model en is bij de kabinetsformatie een andere kant opgegaan. Nu willen ze een eigen risico van 5 jaar voor werkgevers introduceren. Dat is véél te lang en ook slecht doordacht. Laat mensen toch meer zelf kiezen. Dat past veel meer bij de maatschappelijke en economische trends, zoals individualisering en globalisering.”

“Hier ligt ook een nieuwe taak voor de vakbeweging. De overheid heeft voor al haar maatregelen een draagvlak nodig. Bij het debat over de flexibilisering bleek dat we samen met de vakbeweging veel kunnen bereiken. Als we maar op één lijn blijven zitten en ons niet tegen elkaar laten uitspelen. We kunnen dat bondgenootschap de komende jaren uitbouwen naar andere terreinen: de arbeidsvoorziening, de AOW en de aanvullende pensioenen, de sociale zekerheid. Als we op die terreinen met de vakbeweging een gezamenlijke standpunt kunnen bepalen, dan hebben we veel gewonnen. Een versterkte rol van de sociale partners en meer eigen initiatief passen in de tijdgeest. Telkens wanneer de politiek iets probeert te veranderen zonder eerst een draagvlak te organiseren, krijgt ze de boemerang terug. Zoals bij de WAO. Hier ligt een kans voor de overlegeconomie. We kunnen de Stichting van de Arbeid nieuw leven inblazen. Die is van ons. Daar heeft de politiek niets over te zeggen. In de SER zitten nog kroonleden, via wie de politiek invloed kan trachten uit te oefenen. Dat tripartiete model wil Melkert nu ook bij de Arbeidsvoorziening invoeren. Wij zijn daar dus tegen. De vakbeweging ook.”